Agnès Varda, geboren als Arlette Varda in Elsene, België, was een Frans-Belgische cineaste, fotografe en beeldend kunstenaar. Zij werd geassocieerd met de Rive Gauche-beweging, die eigentijds was aan de Nouvelle Vague. Haar carrière ontwikkelde zich vooral in de jaren 1960 en 1970, met films als La Pointe courte uit 1955 en Cléo de 5 à 7 uit 1962. Later regisseerde zij onder meer de korte film Ulysse in 1984, bekroond met de César voor beste documentaire korte film, en Sans toit ni loi in 1985, dat de Gouden Leeuw won op het Filmfestival van Venetië. In 1991 maakte zij Jacquot de Nantes ter nagedachtenis van Jacques Demy. Nadien volgden Les Glaneurs et la Glaneuse, Deux Ans après, Les Plages d'Agnès en Visages, villages. Naast film richtte Varda zich ook op artistieke expressie en installaties van spectaculaire en vergankelijke werken. Zij ontving onder meer een Honorary César in 2001, de René-Clair-prijs van de Académie française in 2002 en een Leopard of Honour in Locarno in 2014.
- Hoe ontwikkelde de carrière van Agnès Varda zich en welke onderscheidingen kreeg zij?
- Hoe verliepen Agnès Varda’s jeugd, opleiding en begin van haar loopbaan?
- Hoe verliep Agnès Varda's leven met Jacques Demy en hun familie?
- Hoe betekende Cléo de 5 à 7 een keerpunt in het werk van Agnès Varda?
- Hoe ontwikkelde Agnès Varda zich in de jaren 1960 en 1970 als regisseur en geëngageerde artieste?
- Hoe ontwikkelde Agnès Varda zich tot een erkend figuur in de plastische kunsten naast haar filmwerk?
- Hoe zorgde het project AV et JR deux artistes en goguette voor controverse?
- Welke erkenning kreeg Visages, villages na de release?
- Hoe verliepen de laatste jaren van Agnès Varda en hoe werd zij herdacht?
- Wat deed Agnès Varda in de Saint-Nicolaskerk in Fossé in 1955?
- Op welke manieren werd Agnès Varda later geëerd?
Filmcarrière en erkenning
Agnès Varda, geboren als Arlette Varda in Elsene, was een Frans-Belgische filmmaker, fotografe en beeldend kunstenares. Zij werd geassocieerd met de Rive Gauche-beweging, die gelijktijdig liep met de Nouvelle Vague. Haar carrière ontwikkelde zich vooral in de jaren 1960 en 1970, met vroege belangrijke films zoals La Pointe courte uit 1955 en Cléo de 5 à 7 uit 1962.
Later bleef zij opvallend actief als regisseur. In 1984 maakte zij de kortfilm Ulysse, die bekroond werd met de César voor beste documentaire kortfilm. Een jaar later volgde Sans toit ni loi, dat de Gouden Leeuw won op het filmfestival van Venetië. In 1991 regisseerde zij Jacquot de Nantes, als eerbetoon aan Jacques Demy. Daarna maakte zij onder meer Les Glaneurs et la Glaneuse in 2000, Deux Ans après in 2002, Les Plages d'Agnès in 2008 en Visages, villages in 2017. Les Plages d'Agnès kreeg de César voor beste documentairefilm.
Naast haar filmwerk richtte Varda zich ook op artistieke expressie en installaties van spectaculaire en tijdelijke werken. Voor haar oeuvre kreeg zij verschillende onderscheidingen, waaronder een Honorary César in 2001, de René-Clair-prijs van de Académie française in 2002, een Leopard of Honour op het festival van Locarno in 2014, de Honorary Palme d'Or op het festival van Cannes in 2015, een Honorary Oscar in 2017 en de Berlinale Camera in 2019.
Jeugd, opleiding en eerste stappen in de fotografie
Agnès Varda werd geboren als Arlette Varda in Elsene, een gemeente van Brussel, in België. Haar vader was de Griek Eugène Varda en haar moeder de Franse Christiane Pasquet. Ze groeide op in de rue de l'Aurore met haar vier broers en zussen Lucien, Hélène, Jean en Sylvie. Haar familie vluchtte uit België wegens de oorlog en vestigde zich in Sète, op een boot die aangemeerd lag aan de kade van de haven. Haar voornaam Arlette was een eerbetoon aan de stad Arles, waar de verwekking plaatsvond. Op 18-jarige leeftijd liet ze haar voornaam met rechterlijke toestemming veranderen in Agnès, om eer te betonen aan de Griekse afkomst van haar vader.
Tijdens haar jeugd was ze scout bij de FFE in Sète. Daar behaalde ze ook haar baccalaureaat. Van 1944 tot 1947 volgde ze lessen aan de École du Louvre. In 1947, op 19-jarige leeftijd, trok ze drie maanden lang weg uit nood aan onafhankelijkheid. Ze reisde per trein naar Marseille en vervolgens per boot naar Corsica. Tijdens die periode werkte ze op vissersboten.
Daarna trok ze naar Parijs en studeerde aan de École technique de photographie et de cinématographie de l'École Vaugirard. In 1949 behaalde ze haar CAP als fotograaf en werd ze zelfstandig beroepsfotograaf. In 1951 kocht ze twee vervallen winkels op nummer 86 in de rue Daguerre in het 14de arrondissement van Parijs. In datzelfde jaar werkte ze samen met Galeries Lafayette, waar ze dagelijks 300 mensen fotografeerde in de Parijse winkel, en ook met de Société nationale des chemins de fer français voor promotiefoto's van stations en rollend materieel.
In de fotografiewereld leerde ze acteur Antoine Bourseiller kennen, met wie ze een korte relatie had. Ze kreeg ook een dochter, Rosalie Varda, die filmkostuumontwerpster werd. Agnès Varda schreef haar dochter in op het gemeentehuis als geboren uit een onbekende vader en voedde haar in de beginjaren alleen op.
Familie en leven met Jacques Demy
Agnès Varda ontmoette regisseur Jacques Demy op het Festival de Tours in 1958. Een jaar later, in 1959, trok Jacques Demy bij haar in op rue Daguerre. Samen kregen zij een zoon, Mathieu Demy, op een niet nader vermelde datum. In dezelfde periode adopteerde Jacques Demy wettelijk Rosalie Varda. Later vertelde Varda in Les Plages d'Agnès (2008) dat zij vier kleinzonen had: Valentin, Augustin, Corentin en Constantin. Mathieu Demy heeft zelf ook een dochter, Alice, met Joséphine Wister Faure.
Cléo de 5 à 7 en de Franse Nieuwe Golf
In 1961 regisseerde Agnès Varda Cléo de 5 à 7, een film die haar entree in de Franse Nieuwe Golf markeerde. De film vertelt anderhalf uur uit het leven van Cléo, een modieuze zangeres gespeeld door Corinne Marchand. Tussen 17 en 19 uur dwaalt Cléo door Parijs terwijl ze wacht op de resultaten van medische tests. Ze vreest dat ze kanker heeft en zoekt steun in die onzekere periode. De film werd geselecteerd voor de officiële competitie van zowel het Filmfestival van Cannes als het Filmfestival van Venetië. In 1963 won Cléo de 5 à 7 de Méliès-prijs en de FIPRESCI-prijs.
Van kleurfilm tot maatschappelijk engagement
In 1964 regisseerde Agnès Varda Le Bonheur, haar eerste speelfilm in kleur, gevolgd door Les Créatures in 1966. Haar oorspronkelijke artistieke werk maakte haar tot een van de eerste vertegenwoordigers van de Franse jonge cinema in de jaren 1960. Ze werd ook geassocieerd met de cinema van de Left Bank, die sociologisch verschilde van de Nouvelle Vague.
Varda verbleef tweemaal in de Verenigde Staten. Tijdens haar eerste reis ontmoette ze Jim Morrison, de zanger van The Doors, en ook de jonge acteur Harrison Ford. Ze was een van de weinige mensen die Jim Morrison dood zag in zijn huis en zijn begrafenis op Père-Lachaise Cemetery bijwoonde. Tussen 1968 en 1970 vergezelde ze Jacques Demy naar Los Angeles, waar ze de hippie Hollywoodfilm Lions Love regisseerde. In die periode maakte ze ook verschillende korte documentaires, waaronder Black Panthers in 1968.
Haar engagement kwam ook duidelijk naar voren in haar werk en daden rond vrouwenrechten en abortus. Ze maakte een film over meerdere vrouwen die vechten om kinderen te krijgen die zij wensen. In 1971 ondertekende ze het Manifesto of the 343. Een jaar later protesteerde ze voor abortusrechten terwijl ze zwanger was van haar zoon Mathieu. Ook stelde ze haar huis tweemaal ter beschikking voor clandestiene abortussen.
Later bleef Varda actief in de filmwereld. In 1983 was ze lid van de speelfilmjury op het Filmfestival van Venetië. In 1985 won Sans toit ni loi, met Sandrine Bonnaire, de Gouden Leeuw in Venetië en het werd haar grootste commerciele succes. In 1987 filmde ze de emotionele toestanden van actrice en zangeres Jane Birkin, en ze maakte twee fictiefilms die op haar gebaseerd waren: Jane B. par Agnès V. en Kung-Fu Master.
Van film naar plastische kunst
Op haar 75ste werd Agnès Varda ook in de plastische kunsten erkend. Zelf omschreef ze zich als een vieux cinéaste, jeune plasticienne, wat haar dubbele positie goed samenvatte. In 2003 zette ze die verschuiving kracht bij met een installatie rond aardappelen op de Biënnale van Venetië. Daar stonden drie gigantische schermen naast echte aardappelen, en Varda droeg zelfs een aardappelkostuum met luidsprekers die aardappelrassen opsomden.
Twee jaar later was ze ook actief binnen het filmcircuit van grote instellingen en festivals. In 2005 maakte ze deel uit van de jury voor speelfilms op het Festival de Cannes. Datzelfde jaar werd ze in de Cinémathèque québécoise geëerd met een filmretrospectieve en een foto-expositie. Op 11 oktober 2005 ontving ze bovendien de Henri-Langlois ereprijs op de Rencontres internationales du cinéma de patrimoine et de films restaurés de Vincennes.
In 2006 maakte Varda de tentoonstelling L'Île et Elle voor de Fondation Cartier pour l'art contemporain. Daarin toonde ze Passage du Gois, met een barriere die afhing van het getij en een plastieken gordijn. Ook La Grande Carte Postale, Souvenirs de Noirmoutier en de film Tombeau de Zgougou, geprojecteerd op zand, maakten deel uit van de presentatie. Ping Pong Tong en Camping waren dan weer huldes aan plastieken voorwerpen op het strand. Tijdens deze tentoonstelling plaatste ze voor het eerst haar Cabane, opgebouwd uit Les Créatures, en noemde die Ma cabane de l'echec, als verwijzing naar het commerciële falen van die film. Les Veuves de Noirmoutier werd er voor de tweede keer getoond sinds 2005.
In 2007 exposeerde ze foto's van het festival van Avignon in de Chapelle Saint-Charles, waaronder enkele in groot formaat. Later volgden nog belangrijke onderscheidingen en uitnodigingen: ze zat in 2013 de Caméra d'or-jury voor op Festival de Cannes, kreeg in 2014 de Léopard d'honneur op het Festival international du film de Locarno, en ontving in 2015 de Palme d'honneur op Festival de Cannes, voorgesteld als een prijs voor weerstand en uithoudingsvermogen. In 2014 gaf LACMA haar carte blanche voor Agnès Varda in Californialand.
Ook in de jaren nadien bleef ze installaties maken. In 2018 plaatste ze haar derde cabane, La Serre du Bonheur, in Galerie Nathalie Obadia, gemaakt uit de volledige filmrol van Le Bonheur, houten planken en kunstmatige zonnebloemen. Toen toonde ze ook een vergroting van de film Le Bonheur, een model van een Super-8-filmcabine en een ijzeren boogvormige doos. Haar laatste tentoonstelling vond plaats in 2019 op domaine Chaumont, met La Serre du Bonheur, Trois pièces sur cour en L'arbre de Nini. De vernissage viel samen met de bekendmaking van haar overlijden.
Controverse rond een crowdfundingproject
Agnès Varda ontwikkelde samen met fotograaf JR het project AV et JR deux artistes en goguette, dat voor heel wat controverse zorgde. Het project maakte gebruik van publieke financiering via het platform KissKissBankBank, een crowdfundingplatform dat normaal vooral wordt ingezet voor de lancering van nieuwe kunstenaars. Die keuze lokte media-aandacht uit, en de kritiek daarop liep uiteen van naief tot neerbuigend. Ondanks die reacties slaagde het project er uiteindelijk in om voldoende middelen bij elkaar te brengen.
Visages, villages
Agnès Varda's project AV et JR deux artistes en goguette resulteerde in de documentaire langspeelfilm Visages, villages. De film kreeg bij de release in de vroege zomer van 2017 een gunstige ontvangst bij zowel critici als publiek. Op het Filmfestival van Cannes in 2017 won Visages, villages de documentaireprijs L'OEil d'or. In 2018 werd de film genomineerd voor de César Award voor Beste Documentaire en ook voor de Oscar voor Beste Documentaire.
Laatste jaren en nalatenschap
In 2018 bleef Agnès Varda ook op het einde van haar loopbaan opvallend aanwezig in het filmleven. Door een verplichting in Parijs kon zij niet naar de Oscarceremonie in het Beverly Hilton in Los Angeles, maar zij stuurde een levensgrote kartonnen versie van zichzelf. Die kartonnen figuur poseerde er voor de pers samen met andere Oscar-genomineerden, onder wie Meryl Streep en Steven Spielberg. Datzelfde jaar beklom Varda als jurylid samen met Cate Blanchett de trappen van het Filmfestival van Cannes. Daar las zij ook publiek een verklaring voor waarin zij pleitte voor pariteit, transparantie, billijkheid en diversiteit in de filmindustrie.
Op 24 januari 2019 zond Arte haar laatste langspeelfilm, Varda par Agnès, uit. Die film bestaat uit twee films van elk een uur, gebaseerd op masterclasses die zij gaf, onder meer op het festival Premiers Plans in Angers. De film biedt uitvoerig commentaar op haar filmografie en getuigenissen bij elke film.
Agnès Varda stierf in de nacht van 28 op 29 maart 2019 in haar woning in de rue Daguerre in Parijs, aan kanker. Zij was 90 jaar oud. Na haar dood kwamen er openbare eerbetuigingen van onder meer Ava Duvernay en Martin Scorsese. De Cinémathèque française organiseerde ook een publieke hulde, bijgewoond door haar familie en naasten. Twee maanden eerder had die instelling in haar aanwezigheid al een volledige retrospectieve van haar films georganiseerd. Onder de aanwezigen bij de hulde waren Catherine Deneuve, Sandrine Bonnaire, Dany Boon en JR. Bijna 500 mensen woonden de plechtigheid bij.
Ook op andere manieren bleef haar naam aanwezig. Een studieruimte aan de Ecole du Louvre, waar Varda studeerde, draagt nu haar naam. Daarnaast is er een school aan de 46 rue Boulard in Parijs die naar haar is genoemd. Zij werd begraven op de begraafplaats van Montparnasse in Parijs, dicht bij haar echtgenoot Jacques Demy.
Werk in de Saint-Nicolaskerk
In 1955 werkte Agnès Varda mee aan de inwendige herinrichting van de Saint-Nicolaskerk in Fossé, in de Ardennen. In diezelfde kerk maakte zij foto's van de Kruisweg. Ook legde zij de voortgang vast van de werken die daar werden uitgevoerd door Pierre Székely, Vera Székely en André Borderie. Haar betrokkenheid combineerde dus fotografisch werk met de documentatie van de verbouwingen in de kerk.
Erkenning en eerbetoon
De Internet Movie Database vermeldt meer dan 80 onderscheidingen voor Agnès Varda. Haar naam kreeg ook verdere erkenning op andere manieren. Vincent Delerm bracht in 2019 een eerbetoon aan haar met het lied Vie Varda, op zijn album Panorama. Ook Google wijdde op 30 maart 2019 een Doodle aan Agnès Varda. Daarnaast zijn er in Frankrijk verschillende plaatsen naar haar genoemd.