René Jacobs werd op 30 oktober 1946 geboren in Gent en begon zijn muzikale loopbaan als koorknaap aan de kathedraal. Daarna studeerde hij klassieke filologie aan de Universiteit van Gent. Hij zong in Brussel en in Den Haag, en werd door de gebroeders Kuijken, Gustav Leonhardt en Alfred Deller aangemoedigd om een carrière als countertenor uit te bouwen. Jacobs groeide uit tot een van de beste countertenoren van zijn tijd. Als zanger nam hij minder bekende barokmuziek op van onder meer Antonio Cesti, d’India, Ferrari, Marenzio, Lambert, Guédron en William Lawes. Hij nam ook deel aan opnamen van grote werken van Bach, zoals de Matteüs-Passion onder leiding van Gustav Leonhardt en Philippe Herreweghe. In 1977 richtte hij het ensemble Concerto Vocale op. Later verwierf hij ook bekendheid als dirigent van opera’s en sacrale en profane werken uit de 16e, 17e en 18e eeuw.
- Hoe werd René Jacobs bekend?
- Hoe begon René Jacobs zijn muzikale loopbaan en hoe groeide hij uit tot countertenor?
- Welke onderscheidingen en dirigentenactiviteiten werden aan René Jacobs toegekend?
- Welke opnamen maken deel uit van de selecte discografie van René Jacobs?
- Welke belangrijke opnames en prijzen uit René Jacobs’ discografie worden vermeld?
- Welke opnamen van Claudio Monteverdi nam René Jacobs op?
- Welke opnamen van Mozarts werken maakte René Jacobs en welke onderscheidingen kregen die?
- Welke opnamen van René Jacobs werden bekroond?
Doorbraak als zanger en dirigent
René Jacobs werd geboren op 30 oktober 1946 en is een Belgische muzikant. Hij verwierf bekendheid als countertenor en groeide later ook uit tot een dirigent die vooral verbonden werd met barok- en klassieke opera. Daarmee werd hij in beide domeinen een herkenbare naam binnen de muziekwereld.
Vroege loopbaan als countertenor
René Jacobs werd geboren in Gent. Hij begon zijn muzikale loopbaan als koorknaap aan de kathedraal. Daarna studeerde hij klassieke filologie aan de Universiteit Gent. Hij zong in Brussel en in Den Haag, waarna de gebroeders Kuijken, Gustav Leonhardt en Alfred Deller hem aanmoedigden om een loopbaan als countertenor uit te bouwen. Al snel werd hij bekend als een van de beste countertenoren van zijn tijd.
Als zanger maakte hij ook opnamen van minder bekende barokmuziek van onder meer Antonio Cesti, d’India, Ferrari, Marenzio, Lambert, Guédron en Willem Lawes. Daarnaast werkte hij mee aan opnamen van grote werken van Johann Sebastian Bach, zoals de Matthäus-Passion onder leiding van Gustav Leonhardt en Philippe Herreweghe. In 1977 richtte hij het ensemble Concerto Vocale op. Later nam hij als dirigent opera’s en wereldlijke en geestelijke werken uit de 16e, 17e en 18e eeuw op.
Succes als dirigent en opnames
René Jacobs verwierf internationale erkenning met een reeks bekroonde opnames en met zijn werk als dirigent. Zijn opname van Mozarts *Le Nozze di Figaro* kreeg in 2004 de onderscheiding *Record of the Year* van *Gramophone*, de *Choc de l’année* van *Le Monde de la musique* en twee *Midem Classical Awards*. In 2005 won deze opname ook de *Grammy Award* voor beste opera-opname. Daarnaast kreeg zijn opname van Händels *Rinaldo* in 2004 de *Cannes Classical Award*, en werd zijn opname van Haydns *De seizoenen* in 2005 bekroond met de *Diapason d’Or*. In april 2011 werd zijn opname van Mozarts *Die Zauberflöte* uitgeroepen tot *Record of the Year* bij de *International Classical Music Awards*. Zelf ontving Jacobs onder meer de *Grammy Award* voor beste opera, de *Record of the Year* van *Gramophone* en in 2011 de *III Premio Traetta*. Hij staat bekend als een dirigent die goed met zangers omgaat en bijzondere aandacht heeft voor de behandeling van het recitatief. Als dirigent werkte hij met onder meer het orkest Concerto Köln, het Orkest van het Tijdperk van de Verlichting, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Freiburger Barockorchester, het Nederlands Kamerkoor en het RIAS-kamerkoor. In 1992 werd hij door de Stadsopera van Berlijn uitgenodigd om te dirigeren. Van 1991 tot 2009 was hij artistiek directeur van opera-programma’s bij de Festwochen der Alten Musik in Innsbruck. Daarnaast gaf hij les in interpretatie en barokke zangstijl aan de Schola Cantorum Basiliensis.
Selecte discografie
Tot de selecte discografie behoren onder meer Marc-Antoine Charpentiers "David et Jonathas" H.490 met het English Bach Festival Orchestra onder leiding van Michel Corboz, uitgebracht op 2 cd bij Erato in 1982 en vermeld in 2010. Ook opgenomen zijn Christoph Willibald Glucks "Orfeo ed Euridice" met Marianne Kweksilber, Magdalena Falewicz en La Petite Bande onder leiding van Sigiswald Kuijken, op 2 lp's bij Accent in 1982, en Georg Friedrich Händels "Tamerlano" met John Elwes, Henri Ledroit, Mieke van der Sluis, Isabelle Poulenard, Gregory Reinhart en La Grande Écurie et la Chambre du Roy onder leiding van Jean-Claude Malgoire, op 3 lp's bij CBS Masterworks in 1984. Verder worden Händels "Alessandro" en "Admeto" genoemd, evenals "Partenope" met La Petite Bande onder leiding van Sigiswald Kuijken.
Opnames en onderscheidingen
In de gedeeltelijke discografie van René Jacobs staan talrijke opnames van barok- en klassieke werken. Zo nam hij onder meer Bachs Mis in b-klein, het Kerstoratorium, de Motetten en de wereldlijke cantates op. Verschillende van die uitgaven werden bekroond, waaronder het Kerstoratorium, dat een Choc du Monde de la Musique en een onderscheiding van ClassicsToday.com kreeg, en de Motetten, die een Diapason d’Or ontvingen. Ook opnames van Blow, Buxtehude, Caldara, Cavalli, Cesti, Gluck, Grandi, Händel, Haydn en Keiser behoren tot deze selectie.
Bij Cavalli werd Giasone in 1988 opgenomen, terwijl La Calisto onderscheiden werd met een Cannes Classical Award en een Diapason d’Or. Xerxes kreeg bovendien een Choc du Monde de la Musique, een Diapason d’Or en de vermelding Un événement Télérama (ffff). De opname van Caldara’s Maddalena ai piedi di Cristo werd bekroond met een Gramophone Award en een Diapason d’Or, en Händels Rinaldo met een Cannes Classical Award. Sauls opname kreeg onder meer de vermelding Editor’s choice van Gramophone, Choc du Monde de la musique en BBC Music Magazine Disc of the Month in oktober 2005. Haydns Die Jahreszeiten werd onderscheiden met een Choc du Monde de la Musique, een Edison Classical Music Award en een Gramophone Award, terwijl zijn Symfonieën nr. 91 en 92 een Choc du Monde de la Musique en de Preis der deutschen Schallplattenkritik ontvingen. Ook Keisers Croesus kreeg een Edison Classical Music Award en een Diapason d’Or.
Opnamen van Claudio Monteverdi
René Jacobs nam verschillende werken van Claudio Monteverdi op, waaronder "L'Orfeo", waarvoor hij in 2006 de Choc ontving. Ook zijn opname van "Il ritorno d'Ulisse in patria" werd bekroond met de Diapason d'or en de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Daarnaast maakte hij opnamen van "L'incoronazione di Poppea", "Vespro della beata Vergine" en de madrigalen.
Opnamen van Mozart
René Jacobs bouwde een gedeeltelijke discografie op met opnamen van verschillende werken van Mozart. Zijn opname van "Così fan tutte" werd bekroond met de Cannes Classical Awards, de Diapason d'or en de Edison Classical Music Award. Voor "Le nozze di Figaro" ontving hij onder meer de 47e Grammy Award, de Choc du Monde de la Musique, de Edison Classical Music Award, de Gramophone Record of the Year 2004 en de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Ook "La clemenza di Tito" kreeg meerdere onderscheidingen, waaronder de Critics Award bij de Brits Classics 2007. Daarnaast werden opnamen van "Don Giovanni", de Symfonieën nr. 38 en 41, en "Idomeneo" onderscheiden met prijzen en vermeldingen in vakbladen.
Opnamen en onderscheidingen
In zijn gedeeltelijke discografie staan verschillende opnamen die bekroond werden. Zo kreeg zijn opname van Purcells «Dido en Aeneas» de Editor's Choice van Gramophone en de onderscheiding Un événement van Télérama (ffff). De opname van Scarlatti's «Il primo omicidio (overo caïn)» werd bekroond met een Diapason d'or, de Editor's Choice van Gramophone, de Gramophone Award en Le Timbre de Platine. Ook Scarlatti's «Griselda» kreeg een 10 de Répertoire, een Diapason d'or en Le Timbre de Platine. Verder werden Schütz' «Kerstoratorium» onderscheiden met een Diapason d'or en Un événement van Télérama (ffff). Daarnaast nam hij onder meer Pergolesi's «Stabat Mater», Schuberts symfonieën 1 en 6, Schuberts symfonieën 2 en 3, en Zelenka's «Magnificat and Lamenti» op.