Willy Mairesse

Portret van Willy Mairesse als Formule 1-coureur in 1965
Portret van Willy Mairesse als Formule 1-coureur in 1965

Willy Mairesse begon in 1953 aan zijn loopbaan als privérijder in rallywedstrijden. In de Rally van Luik-Rome-Luik reed hij eerst met een Porsche 356 naast Henri Milsonne, maar die wagen viel al op de eerste dag uit met motorschade. Een jaar later nam hij opnieuw deel, ditmaal met een Peugeot 203 en naast Robert Pirson, goed voor een 26e plaats algemeen en de achtste plaats in zijn klasse. In 1955 volgde zijn eerste klassesucces op hetzelfde traject, samen met Maurice Desse. Na een overstap naar een Mercedes-Benz 300 SL in 1956 reed hij ook lokale rally’s en circuitraces, met onder meer een derde plaats algemeen in de GT-race voorafgaand aan de Grote Prijs van Duitsland op de Nürburgring. Zijn prestaties trokken de aandacht van het Belgisch Nationaal Team. In 1958 startte hij op Le Mans met Lucien Bianchi in een Ferrari 250TR. Na zijn sterke Tour de France voor Auto’s in 1959 kreeg hij een fabriekscontract bij Ferrari en debuteerde hij op 19 juni 1960 in Spa-Francorchamps voor Scuderia Ferrari.

Beginjaren in de rallysport

Willy Mairesse begon in 1953 als privépiloot in rallywedstrijden. Hij reed toen met een Porsche 356 samen met Henri Milsonne in de Rally van Luik–Rome–Luik. Die wagen viel al op de eerste dag uit met motorschade. Een jaar later nam hij opnieuw deel aan dezelfde rally, ditmaal met een Peugeot 203 en met Robert Pirson als copiloot. Dat leverde hem de 26e plaats algemeen en de achtste plaats in zijn klasse op. In 1955 behaalde hij op hetzelfde traject samen met Maurice Desse zijn eerste klassesucces, wat ook zijn eerste grote overwinning in deze wedstrijd betekende. Vanaf 1956 stapte Mairesse over naar een Mercedes-Benz 300 SL en nam hij deel aan lokale rally’s en circuitraces. In de GT-wedstrijd die voorafging aan de Grote Prijs van Duitsland op de Nürburgring eindigde hij als derde algemeen.

Vroege jaren en doorbraak

Willy Mairesse werd opgemerkt door het Belgisch Nationaal Team en sloot zich bij die ploeg aan. In 1958 nam hij in Le Mans deel samen met Lucien Bianchi in een Ferrari 250TR. Daar veroorzaakte hij na 33 ronden een zwaar ongeval, met de eerste grote schade tot gevolg. In 1959 nam hij volgens de bronnen te veel risico’s en viel hij op door meerdere ongelukken. Toch liet hij ook zijn snelheid zien tijdens de Ronde van Frankrijk voor Auto’s, waar hij een felle strijd uitvocht met Olivier Gendebien. In de Franse Alpen verloor hij daar nipt van Gendebien in de bergpassen. Die prestatie maakte indruk op Enzo Ferrari, die hem daarop een fabriekscontract aanbood.

Jaren bij Ferrari

Begin 1960 werd Willy Mairesse fabriekspiloot bij Ferrari. Zijn debuut voor Scuderia Ferrari volgde op 19 juni 1960 in de Grote Prijs van België op Spa-Francorchamps. Daar raakte hij verwikkeld in een duel met Chris Bristow, die in de twintigste ronde om het leven kwam. Mairesse zelf viel in de 23ste ronde uit door een defect aan de versnellingsbak. Later dat jaar reed hij ook de Grote Prijs van Italië in Monza met een Ferrari Dino 246F1 en eindigde hij als derde, achter Phil Hill en Richie Ginther.

In 1961 was hij de jongste nieuwkomer bij het team van Scuderia Ferrari, maar in de eerste helft van het seizoen kreeg hij geen zitje in de Formule 1. Wel won hij in dat jaar de Tour de France voor auto’s en werd hij samen met Mike Parkes tweede in de 24 Uur van Le Mans met een Ferrari 250TR/61. Ferrari gaf hem toestemming om voor Équipe Nationale Belge met een Lotus 18-Climax te rijden in de Grote Prijs van België; hij viel daar uit in de zevende ronde met een ontstekingsprobleem. In de Grote Prijs van Frankrijk in Reims startte hij met een fabrieks-Lotus 21-Climax, maar ook daar moest hij opgeven wegens motorpech. Nadien verscheen hij opnieuw in een Ferrari tijdens de Grote Prijs van Duitsland, waar hij voor het eerst in een race met de 156 reed en in de dertiende ronde crashte. In 1962 verving hij Wolfgang von Trips en zou hij het volledige Formule 1-seizoen rijden, maar in de tweede race van dat seizoen liep hij een zwaar ongeval op.

Jaren bij Ferrari en het ongeval in Spa-Francorchamps

Tijdens zijn jaren bij Ferrari kwam Willy Mairesse op de Grote Prijs van België in Spa-Francorchamps in aanrijding met de Lotus van Trevor Taylor. Bij die botsing liep hij zware brandwonden aan de voeten op. Zowel Mairesse als Taylor overleefden het ongeval.

Jaren bij Ferrari

Willy Mairesse reed bij Ferrari opnieuw met de 156 tijdens de race in Monza en werd daar vierde, op één seconde van Bruce McLaren. In diezelfde periode behaalde hij ook een overwinning in de Targa Florio, samen met Ricardo Rodríguez en Olivier Gendebien, aan het stuur van een Ferrari Dino 246 SP. Daarnaast won hij in het sportwagenseizoen van 1963 de 1000 kilometer op de Nürburgring. Dat jaar was ook zijn laatste seizoen bij Ferrari.

Jaren bij Ferrari

Tijdens zijn jaren bij Ferrari maakte Willy Mairesse verschillende zware ongevallen mee, maar hij bleef het team ondanks die reeks crashes trouw. In de 24 Uur van Le Mans, waar hij aan de leiding reed in het gedeelte Maison Blanche, had hij een ernstig ongeluk. Ook met de Ferrari 250P, samen met John Surtees, vloog hij in brand op Le Mans. Zijn zwaarste accident beleefde hij in de Grote Prijs van Duitsland op de Nürburgring. Daar botste hij na de crash van Innes Ierland en Lorenzo Bandini in de openingsronde, crashte hij bij de top voor de Flugplatz en raakte hij de vangrail. De Ferrari die spinde, trof vervolgens een hulpverlener, die daarbij om het leven kwam. Mairesse raakte zwaar gewond en kon een jaar lang niet racen. Dat ongeluk betekende ook het einde van zijn Ferrari- en Formule 1-carrière. Ondanks alles stond hij bij Ferrari bekend als een uitstekende testpiloot en leverde hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Ferrari GTO.

Terugkeer in de sportwagenracerij

Willy Mairesse keerde in 1965 geleidelijk terug naar de sportwagenracerij. In de jaren zestig werd hij voor de langeafstandsraces ondersteund door Jean Blaton. Samen reden Mairesse en Blaton voor Écurie Francorchamps in het wereldkampioenschap sportwagens. Dat leverde hun een derde plaats op in de 24 Uur van Le Mans. In 1966 stapte Mairesse over naar Scuderia Filipinetti. Dat jaar reed hij op Le Mans met een Ferrari samen met Herbert Müller, maar hij viel uit met een versnellingsbakdefect. Later won hij voor de tweede keer de Targa Florio met een Porsche 906. Nadien reed hij nog uitsluitend races samen met Jean Blaton. In 1967 behaalden Mairesse en Blaton opnieuw een derde plaats in de 24 Uur van Le Mans, ditmaal met een Ferrari 330P4.

Terugkeer in de autosport

Jean Blaton gaf Willy Mairesse de kans om terug te keren naar de autosport. Samen vormden zij een rijdersduo en namen zij in 1968 deel aan de 24 Uur van Le Mans. Blaton beschikte over een Ford GT 40 met chassisnummer 1079, terwijl de wagen werd voorbereid door de Belgische Ford-invoerder Claude Dubois voor Écurie Francorchamps. Die renstal stond bekend om haar nauwgezette voorbereiding van racewagens, vooral voor langeafstandsraces.

In mei reed Mairesse ook een test tijdens de 1000 kilometer van Spa-Francorchamps. Daar viel de wagen uit door een lek in de brandstofleiding. Ondanks die tegenslag kreeg Mairesse dankzij Blaton opnieuw de gelegenheid om aan wedstrijden deel te nemen.

Le Mans in 1968

De Ford GT 40 had de aanvankelijke gebreken overwonnen en was doorgaans snel en stabiel; ook problemen met de brandstoftoevoer werden tijdens de testritten opgelost. De 24 Uren van Le Mans van 1968 werd door studentenrellen en een algemene staking in Parijs verplaatst naar september. Op 29 september 1968, bij regenachtig en koel weer, reden de wagens naar de start. De gele Ford met startnummer 8 van Willy Mairesse vertrok vanaf de tiende plaats. Bij de start werd de deur van de GT 40 echter niet goed gesloten. In de eerste ronde vloog die deur open aan bijna 300 km/u, aan het einde van de Ligne Droite des Hunaudières.

Laatste ongeval en einde van zijn loopbaan

In zijn laatste raceongeval verloor Willy Mairesse de controle over de auto nadat hij probeerde de deur met volle snelheid te sluiten. De crash betekende zijn laatste ongeval in de autosport. Het wrak van zijn GT 40 werd later heropgebouwd door Sbarro in Genève. Die gereconstrueerde GT 40 kreeg een Peugeot-motor en behoorde toe aan een Brusselse zakenman. Mairesse liep bij het ongeval zware hoofdletsels op. De artsen brachten hem twee weken in een kunstmatige coma. Na zes maanden herstel was hij lichamelijk weer op de been, maar psychologisch herstelde hij nooit van het ongeval. Hij kon er niet mee omgaan en beëindigde daardoor onherroepelijk zijn racecarrière. Op 2 september 1969 maakte hij een einde aan zijn leven door een overdosis slaapmiddelen in een hotelkamer in Oostende.

Scroll naar boven