François Duval is een Belgische rallyrijder, geboren op 18 november 1980 in Chimay. Hij begon zijn autosportcarrière in 1986 en kwam aanvankelijk uit in quad- en kartwedstrijden. Zijn rallydebuut volgde in 1999 met een Citroën Saxo, waarmee hij in zijn debuutjaar ook de Belgische Citroën Saxo Challenge won.
In maart 2001 maakte Duval zijn debuut in het Wereldkampioenschap Rally met een Mitsubishi Carisma GT. Zijn eerste optreden in de Rally van Portugal eindigde voortijdig door een defect aan het elektrisch systeem. In 2001 en 2002 reed hij ook in de Junior WRC. In 2003 werd hij fabriekspiloot bij Ford en behaalde hij eind februari en begin maart een derde plaats in de Rally van Turkije. Later reed hij voor Citroën, waar hij in november 2005 de Rally van Australië won: zijn enige WRC-overwinning. In 2006 en 2007 kwam hij uit voor OMV Kronos met een Škoda Fabia WRC en een Citroën Xsara WRC. Hij werd onder meer genoteerd met de nevennamen Frankie en Obelix en reed met verschillende co-piloten, waaronder Jean-Marc Fortin, Stéphane Prévot en Denis Giraudet.
- Hoe verliep de rallycarrière van François Duval in zijn eerste jaren en in het wereldkampioenschap?
- Hoe begon François Duvals carrière in de motorsport?
- Hoe verliep de rallycarrière van François Duval tussen 1999 en 2001?
- Hoe verliepen François Duvals rallyseizoenen in 2001 en 2002?
- Hoe verliep de overstap naar Stéphane Prévot als copiloot voor François Duval?
- Hoe presteerde François Duval bij zijn eerste podiumplaats in het wereldkampioenschap rally?
- Hoe verliep het wereldkampioenschap rally voor François Duval in 2003 en 2004?
- Hoe belandde François Duval bij Citroën voor het seizoen 2005?
- Hoe verliep François Duvals 2005-seizoen en wat deed hij daarna?
- Hoe verliep de loopbaan van François Duval in 2007 en 2008 binnen het wereldkampioenschap rally?
- Hoe verliep François Duvals rallyloopbaan tussen 2009 en 2011?
- Wie zijn de familie en rally-idolen van François Duval?
Carrière in de rallysport
François Duval werd geboren op 18 november 1980 in Chimay en is een Belgische rallyrijder. Hij begon al in 1986 met de rallysport, na eerst deelgenomen te hebben aan quad- en kartwedstrijden. Zijn rallydebuut volgde in 1999, met een Citroën Saxo, waarmee hij in dat debuutjaar meteen de Belgische Citroën Saxo Challenge won.
In maart 2001 maakte Duval zijn debuut in het Wereldkampioenschap Rally, aan het stuur van een Mitsubishi Carisma GT. Die eerste rally, de Rally van Portugal, haalde hij niet uit door een defect aan het elektrische systeem. In 2001 en 2002 kwam hij ook uit in de Junior WRC-serie. In de loop van zijn loopbaan reed hij samen met Jean-Marc Fortin, Stéphane Prévot, Sven Smeets, Patrick Pivato en Denis Giraudet.
Vanaf 2003 maakte Duval deel uit van het team van Ford. Hij eindigde eind februari en begin maart 2003 als derde in de Rally van Turkije. In 2005 reed hij voor Citroën en behaalde hij in november zijn enige overwinning in het Wereldkampioenschap Rally, in de Rally van Australië. In 2006 en 2007 reed hij bij OMV Kronos Citroën met een Škoda Fabia WRC en een Citroën Xsara WRC. In 2008 kwam hij uit met de Ford Focus WRC voor Stobart en voor het fabrieksteam van Ford. Daarnaast reed hij ook voor de privéteams First Motorsport en OMV Kronos Citroën.
Duval stond 14 keer op het podium in WRC-rally’s, won 55 klassementsproeven en verzamelde 172 punten. Zijn bijnamen zijn Frankie en Obelix.
Begin van de motorsportcarrière
François Duval werd geboren in Chimay. Op jonge leeftijd raakte hij betrokken bij de motorsport, geïnspireerd door René Duval, een rallyrijder die deelnam aan rally’s en rallysprints. Al op zesjarige leeftijd leerde Duval rijden met een quad met een motor van 50 cm³. Later leerde hij ook karten.
Als tiener nam hij met quad- en kartvoertuigen deel aan Belgische en Europese kampioenschappen. In 1995 werd hij Belgisch kampioen in de categorie quads met kleine motorinhoud. Vervolgens behaalde hij ook nationale titels in de klasse met grote motorinhoud, in 1997 en 1998.
Doorbraak in de rallysport
François Duval begon in 1999 met rallyrijden. Hij koos ervoor om met een Citroën Saxo uit te komen in de Belgische Citroën Saxo Challenge. Bij zijn debuut in maart, in de Rally van Thy-le-Château, eindigde hij als derde met een Saxo. In datzelfde seizoen won hij vier keer en werd hij één keer tweede, waardoor hij het kampioenschap van de Citroën Saxo Challenge in 1999 veroverde.
In 2000 werd Duval derde in het Belgisch rallykampioenschap. Later dat jaar sloot hij zich aan bij het Mitsubishi Marlboro Junior Team. Hij reed met een Mitsubishi drie manches van het Europees rallykampioenschap. Met een Mitsubishi Lancer Evo 6 werd hij vierde in de Rally van Luxemburg. In de Rally van Ieper haalde hij de finish niet met een Mitsubishi Carisma GT Evo 6, maar in de Condroz-Huy-Rally eindigde hij alsnog als negende met dezelfde wagen.
In 2001 kwam Duval aan de start van zeventien rallies. Hij werd vijfde in de Rally van Luxemburg met een Mitsubishi Carisma GT. In maart 2001 maakte hij ook zijn debuut in het Wereldkampioenschap Rally met een Carisma.
Rallyactiviteiten in 2001 en 2002
In 2001 nam François Duval deel aan de rally van Portugal, maar hij haalde de finish niet door een defect aan het elektrisch systeem. Later dat jaar reed hij ook in Cyprus en Australië met een Mitsubishi. Ook die Cyprus-rally eindigde voortijdig, terwijl hij in Australië negentiende werd. In hetzelfde seizoen kwam hij uit met een Ford Puma S1600 in de S1600-reeks, die later bekend werd als het Junior Wereldkampioenschap Rally. Duval werkte dat seizoen volledig af, al kende het jaar verschillende uitvallers: zijn debuut in de S1600-reeks, de Rally van Catalonië, eindigde na een ongeval, in Griekenland werd hij in juni uitgesloten wegens een overschrijding van de tijdslimiet, in Finland haalde hij de finish niet en in Groot-Brittannië viel hij opnieuw uit na een ongeval. Zijn beste resultaat dat jaar was een achttiende plaats algemeen en een tweede plaats in S1600 tijdens de Rally van San Remo in oktober 2001.
Voor 2002 tekende Duval een contract bij het Ford-team om met een fabrieks-Ford Focus WRC deel te nemen aan vijf wereldkampioenschapsrally’s. Hij maakte deel uit van een ploeg met onder anderen Carlos Sainz, Colin McRae en Markko Märtin. Tegelijk werd hij ook ingeschreven voor het volledige Junior WRC-seizoen met een Ford Puma S1600. Tijdens de Rally van Monte Carlo werd hij zeventiende algemeen en won hij de Junior WRC-klasse, voor Nicola Caldani en Roger Feghali. In Zweden reed hij met een Ford Focus WRC naar de tiende plaats, maar in Corsica viel hij uit na een ongeval. In Catalonië eindigde hij zesde in Junior WRC en behaalde hij één punt. In Cyprus won hij de tweede klassementsproef, Lagoudera–Kapouras 1, maar hij moest opgeven na een motorprobleem op de negende proef. De volgende drie wereldkampioenschapsrally’s die hij begon, leverden eveneens geen finish op: in Griekenland crashte hij met een Ford Puma S1600, in Finland viel hij uit door een defect aan de ophanging en in Duitsland zorgde een defect met zijn Ford Puma S1600 voor opgave. In San Remo werd hij in september twintigste algemeen en zesde in Junior WRC, waarmee hij tegen dan twaalf punten had verzameld. In Australië crashte hij opnieuw met een Ford Focus WRC, en in Groot-Brittannië moest hij opgeven door een versnellingsbakdefect met een Ford Puma.
Nieuwe copiloot en eerste podiumplaats
Voor de Rally van Turkije van 2003 kreeg François Duval een nieuwe copiloot: Stéphane Prévot. Daarmee verving hij Jean-Marc Fortin in de wagen. De samenwerking met Prévot leverde al snel resultaat op. Samen bereikten ze voor het eerst het podium in een WK-rally. Duval eindigde met Prévot als copiloot op de derde plaats in het wereldkampioenschap rally.
Eerste podium in het wereldkampioenschap rally
François Duval eindigde in de betreffende rally als derde, achter Carlos Sainz en Richard Burns. Met die prestatie werd hij op 22-jarige leeftijd de jongste coureur ooit die een podiumplaats behaalde in een rally van het wereldkampioenschap. Daarmee verbrak hij het record van Markku Alén voor de jongste rijder op een podium in het wereldkampioenschap rally. In zijn volgende zeven starts in het wereldkampioenschap scoorde hij vervolgens slechts twee keer punten.
Seizoen 2003 en 2004 in het wereldkampioenschap rally
In 2003 kende François Duval een wisselvallig seizoen in het wereldkampioenschap rally. Hij werd achtste in de Rally van Argentinië in mei en zevende in de Rally van Duitsland in juli. Toch viel hij in drie van de zeven genoemde rally’s uit. In juni werd hij in de Rally van Griekenland uitgeschakeld door een ongeval, en in de Rally van Cyprus moest hij op de vijfde klassementsproef opgeven wegens een verkeerde oliedruk. Ook in de Rally van Finland in augustus kreeg hij te maken met een ongeval. Later in het seizoen boekte hij betere resultaten: in de Rally van San Remo in oktober werd hij vijfde en verdiende hij vier WK-punten. In de Rally van Corsica kwam hij sterk voor de dag door van de achtste tot en met de elfde klassementsproef aan de leiding te rijden, maar op de twaalfde proef zakte hij terug naar de tweede plaats en eindigde uiteindelijk derde, achter Petter Solberg en Carlos Sainz. Daarnaast werd hij vierde in de Rally van Catalonië en vijfde in de Rally van Groot-Brittannië. Het seizoen 2003 sloot hij af als negende in de eindstand van het wereldkampioenschap, met 30 punten.
In 2004 bleef Duval de tweede rijder van Ford naast Markko Märtin. Hij begon het seizoen sterk met een derde plaats in de Rally van Monte Carlo, achter Sébastien Loeb en Markko Märtin. In februari viel hij uit in de Zweedse Rally op de negentiende klassementsproef. In maart werd hij tweede in de Rally van Mexico, opnieuw achter Märtin. Daarna volgden enkele mindere resultaten en opgaven: in de Rally van Nieuw-Zeeland werd hij achttiende, hoewel hij voor de schade aan de wagen op de twintigste proef nog zevende stond; in mei gaf hij op in de Rally van Cyprus door wielschade. In juni eindigde hij vierde in de Rally van Griekenland en vijfde in de Rally van Turkije. In juli werd hij derde in de Rally van Argentinië, achter Carlos Sainz en Sébastien Loeb, en in de Rally van Duitsland eindigde hij tweede na zeven gewonnen klassementsproeven. In september 2004 werd hij uit het Ford-team gezet voor het seizoen 2005. Later dat jaar reed hij nog de Rally van Japan, waar hij wegens het overlijden van de vader van Stéphane Prévot samen met piloot Philippe Droeven zou aantreden, maar hij viel uit door een ongeval. Verder werd hij vijfde in de Rally van Groot-Brittannië en vijfde in de Rally van Sardinië. In de Rally van Corsica moest hij opgeven door een motorprobleem met de Ford Focus, en in de Rally van Spanje door een defect aan de ophanging. Hij sloot het seizoen af met een derde plaats in de Rally van Australië, achter Sébastien Loeb en Harri Rovanperä, en werd zesde in de eindstand met 53 punten.
Bij Citroën
Op 16 november 2004 tekende Duval een contract van één jaar bij Citroën voor het seizoen 2005. Hij verving Carlos Sainz en werd er de tweede rijder naast Sébastien Loeb. Zijn copiloot bij Citroën in 2005 was Stéphane Prévot. Duval maakte zijn debuut voor Citroën in januari 2005 tijdens de Rally van Monte Carlo.
Seizoen 2005 en de overstap naar First Motorsport
In de Rally van Monte Carlo stond François Duval tot en met de zesde klassementsproef op de tweede plaats, maar zijn Citroën Xsara WRC raakte toen een elektriciteitspaal. Daardoor versperde de paal de weg en werd de klassementsproef door de organisatoren geannuleerd. In de twee daaropvolgende rally’s na Monte Carlo behaalde Duval geen punten. In de Rally van Zweden werd hij twaalfde, terwijl hij in de Maartse Rally van Mexico uitviel. Zijn eerste punten van het seizoen 2005 behaalde hij met een vierde plaats in de Rally van Nieuw-Zeeland in april.
Daarna werd Duval elfde in de Rally van Sardinië in mei. In de Rally van Cyprus viel hij uit na een ongeval op de elfde klassementsproef waarbij de wagen in brand vloog. Zowel Duval als zijn navigator bleven ongedeerd. Vervolgens nam hij niet deel aan de rally’s van Turkije en Griekenland; Carlos Sainz verving hem daar. In juli keerde Duval terug in de rallysport met navigator Sven Smeets.
Die terugkeer leverde opnieuw een reeks degelijke resultaten op. In Argentinië eindigde hij zevende, in Finland achtste en in Duitsland tweede, op 37,4 seconden van Sébastien Loeb. Ook in de Rally van Groot-Brittannië werd hij tweede, achter winnaar Petter Solberg. In Japan, eind september en begin oktober, werd hij vierde. De Rally van Corsica in oktober eindigde voortijdig door een ongeval op de tiende klassementsproef. Enkele weken later reed hij in de Rally van Spanje opnieuw naar een tweede plaats, waarmee hij bijdroeg aan het constructeurskampioenschap van Citroën.
Aan het einde van het seizoen nam Duval deel aan de Rally van Australië. Daar nam hij na de veertiende klassementsproef de leiding over, nadat Solberg in botsing was gekomen met een kangoeroe. Duval won de rally en behaalde daarmee zijn eerste en enige wereldkampioenszege. Hij bleef 52,9 seconden voor op Harri Rovanperä en 1:33 op Manfred Stohl. Daarmee werd hij de eerste Belgische rijder die een wereldkampioenschapsrally won. In de eindstand van het wereldkampioenschap werd hij zesde, even goed als in 2004, met 47 punten.
Na het seizoen verliet Duval het team van Citroën. Hij werd lid van het nieuw gevormde Belgische privaatteam First Motorsport, met Patrick Pivato als nieuwe navigator. In januari schreef hij zich in voor de Rally van Monte Carlo met een Škoda Fabia WRC, maar op de negende klassementsproef kreeg hij een ongeluk en haalde hij de finish niet. In 2006 reed hij vervolgens de Rally van Catalonië, waar hij zesde werd. In april viel hij uit in de Rally van Corsica. In mei eindigde hij achtste in de Rally van Sardinië en in juni dertiende in de Rally van Griekenland. Later dat jaar nam hij nog deel aan drie andere wereldkampioenschapsrally’s: in Duitsland haalde hij de finish niet, in Turkije werd hij negende en in Groot-Brittannië achtste. In november won hij bovendien de Condroz-Huy Rally binnen het Belgische kampioenschap.
Seizoen 2007 en doorbraak bij Stobart
In januari 2007 werd Duval door het team First Motorsport ingeschreven voor de Rally van Monte Carlo, maar hij kwam daar niet aan de start omdat de steun van de fabriekssite van Škoda ontbrak. Ook in april lukte het First Motorsport niet om Škoda Fabia WRC-modellen van Škoda Motorsport te kopen, waardoor Duval lange tijd niet kon uitkomen in wereldkampioenschapsrally’s in 2007. Zijn eerste wedstrijd van het jaar was de Rally van Griekenland, aan de beurt van mei en juni, maar die eindigde voortijdig door een motorprobleem op de vierde klassementsproef.
In augustus 2007 sloot hij zich aan bij het privéteam OMV Kronos Citroën World Rally Team als tweede rijder naast Manfred Stohl. In de Rally van Duitsland reed hij met een Citroën Xsara WRC voor zijn nieuwe ploeg, won zeven klassementsproeven en eindigde tweede algemeen, achter Sébastien Loeb. Daarna nam hij ook deel aan de Rally van Spanje, waar hij vijfde werd. In de Rally van Corsica haalde hij de finish niet door een defect aan de alternator. In november won Duval de Condroz-Huy Rally met een Fiat Abarth Grande Punto S2000.
Voor het seizoen 2008 tekende hij een contract bij Stobart M-Sport Ford Rally Team met een Ford Focus WRC. Binnen dat team was hij de vierde rijder, naast Henning Solberg, Matthew Wilson en Gianluigi Galletti. Hij maakte zijn debuut voor Stobart in januari 2008 tijdens de Rally van Monte Carlo, samen met copiloot Eddy Chevaillier. Daar werd hij vierde, na een duel om de podiumplaatsen met Chris Atkinson in een Subaru Impreza WRC, waarbij hij 1,1 seconden toegegeven had. Tijdens de Rally van Duitsland werd hij aangewezen als scorende rijder en hij won vier klassementsproeven, goed voor een derde plaats achter Sébastien Loeb en Daniel Sordo. In de Rally van Nieuw-Zeeland viel hij uit op de negentiende klassementsproef na een ongeval.
Aan het einde van het seizoen verving hij Jari-Matti Latvala in de laatste twee asfaltwedstrijden, de Rally van Catalonië en de Rally van Corsica. In beide wedstrijden pakte hij punten: in Catalonië werd hij vierde, op 8,3 seconden van Mikko Hirvonen, en in Corsica werd hij derde, achter Sébastien Loeb en Mikko Hirvonen. Daarna reed hij nog twee andere rally’s voor Stobart. In de Rally van Japan crashte hij met een Ford Focus WRC tegen een betonnen barrière en viel hij uit; copiloot Patrick Pivato liep daarbij een breuk aan het bekken en het been op en onderging verschillende operaties. In de Rally van Groot-Brittannië had Duval Denis Giraudet als copiloot en werd hij zesde. Hij sloot het wereldkampioenschap 2008 af als zevende met 25 punten.
Rallyactiviteiten en tijdelijke terugkeer
In 2009 nam François Duval slechts sporadisch deel aan rally’s. Hij reed met een Porsche 911 in de Legend Boucles de Spa Rally van 2009 en eindigde daar negende in de Legend-categorie. Later dat jaar won hij de Waalse Rally met een Toyota Corolla WRC. Ook nam hij deel aan twee wedstrijden van de Intercontinental Rally Challenge van 2009, in Ieper en San Remo. In Ieper bestuurde hij een Škoda Fabia S2000 en in San Remo een Fiat Abarth Grande Punto S2000. In beide wedstrijden, net als in de Condroz-Huy Rally van 2009, haalde hij de finish niet. Eind 2009 liep Duval bij een val breuken op aan de lendenwervels.
Voor 2010 kreeg hij voorstellen om met een Proton Satria Neo S2000 deel te nemen aan de Asia-Pacific Rally Championship en de Intercontinental Rally Challenge, maar in april besloot hij zijn rallyloopbaan te beëindigen. In juli kondigde hij evenwel een tijdelijke terugkeer naar de rallysport aan. Hij zou in augustus als gastpiloot uitkomen voor het Stobart-team in de Rally van Duitsland, maar die wedstrijd reed hij niet uit door een ongeval op de veertiende proef, Panzerplatte.
In 2011 stapte Duval over naar het rallycross. Hij begon in Kerlabo aan het Frans kampioenschap rallycross en reed daar met een Peugeot 207 in de SuperCars-categorie. In Kerlabo werd hij tweede. Later dat jaar nam hij ook deel aan een manche van het Europees kampioenschap op het Duivelsbergcircuit in Maasmechelen, maar hij plaatste zich daar niet voor de finale. In december schreef hij zich bovendien in voor de Legend Boucles de Spa, met de bedoeling om in Groep 4 met een Ford Escort te rijden.
Privéleven
François Duval is de zoon van René Duval, die als rallyrijder deelnam aan rally’s en rallysprints. René Duval werd in 1994 Belgisch kampioen in de rallysprints met een Toyota Celica GT-4. François Duval woont in de stad Chimay en besloot na zijn carrière zijn vader te helpen bij het beheer van een tweedehands autoverkoopbedrijf. Zijn grootste rally-idolen zijn René Duval en de Spaanse rijder Carlos Sainz.