Martin Leví van Creveld (Rotterdam, 5 maart 1946) is een Israëlische militair historicus en theoreticus. Hij werd geboren in Rotterdam in een Joodse familie. Zijn ouders, Leon en Margaret, waren overtuigde zionisten en wisten tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Gestapo te ontkomen. In 1950 verhuisde het gezin naar Israël, waar hij opgroeide in Ramat Gan.
Van 1964 tot 1969 studeerde hij geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en behaalde er een masterdiploma. Daarna studeerde hij van 1969 tot 1971 geschiedenis aan de London School of Economics, waar hij promoveerde. Zijn proefschrift, over Griekenland en Joegoslavië in Hitlers strategie, werd later uitgegeven als boek onder de titel Hitler's Strategy, 1940–41. The Balkan Clue. Na zijn doctoraat begon hij in 1971 les te geven aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, waar hij in 1988 hoogleraar werd. In 2007 ging hij daar met pensioen en begon hij aan het Veiligheidsstudieprogramma van de Universiteit van Tel Aviv. Hij is auteur van drieëndertig boeken over militaire geschiedenis, strategie en andere onderwerpen, waaronder Command in War uit 1985.
- Wie is Martin Levi van Creveld?
- Hoe verliep de opleiding en academische loopbaan van Martin van Creveld?
- Welke boeken en theorieën heeft Martin van Creveld gepubliceerd over oorlog en militaire strategie?
- Wat stelde Martin van Creveld in Het bevoorrechte geslacht uit 2013?
- Hoe keek Martin van Creveld aan tegen het Midden-Oostenbeleid en actuele militaire kwesties?
- Wat was Martin van Crevelds visie op de burgeroorlog in Libië van 2011?
- Hoe keek Martin van Creveld naar de oorlog in Syrië en de rol van Assad?
- Welke boeken publiceerde Martin van Creveld?
- Welke werken publiceerde Martin van Creveld in de jaren 2000 en 2010?
- Waar kan men Martin van Creveld terugvinden in externe vermeldingen, lezingen en interviews?
Vroege leven en loopbaan
Martin Levi van Creveld werd geboren op 5 maart 1946. Hij is een Israëlische militair historicus en militair theoreticus.
Opleiding en academische loopbaan
Martin van Creveld werd geboren in Rotterdam in een Joodse familie. Zijn ouders, Leon en Margaret, waren overtuigde zionisten en wisten tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Gestapo te ontkomen. In 1950 emigreerde het gezin naar Israël, waar Van Creveld opgroeide in Ramat Gan.
Van Creveld studeerde geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem van 1964 tot 1969 en behaalde daar een mastergraad. Aansluitend volgde hij van 1969 tot 1971 geschiedenis aan de London School of Economics, waar hij zijn doctoraat behaalde. Zijn proefschrift droeg de titel 'Griekenland en Joegoslavië in Hitlers strategie, 1940–1941'. Zijn doctorale dissertatie over Hitlers strategie op de Balkan werd in 1973 als boek uitgegeven onder de titel 'Hitlers strategie, 1940–41. De Balkan-sleutel'.
Na het behalen van zijn doctoraat in 1971 begon hij les te geven aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 1988 werd hij daar hoogleraar. In 2007 ging hij met pensioen aan die universiteit en begon hij te doceren aan het Programma voor Veiligheidsstudies van de Universiteit van Tel Aviv. Van Creveld is tweemaal getrouwd geweest en heeft drie kinderen. Hij woont in Mevaseret Zion.
Werken en ideeën over oorlogvoering
Martin van Creveld is auteur van drieëndertig boeken over militaire geschiedenis, strategie en andere onderwerpen. Tot zijn bekendste werken behoren Command in War (1985), Supplying War: Logistics from Wallenstein to Patton, dat voor het eerst verscheen in 1977 en in 2004 een tweede editie kreeg, The Transformation of War (1991), The Sword and the Olive (1998) en The Rise and Decline of the State (1999). The Transformation of War werd ook vertaald in het Frans, Duits, Russisch en Spaans.
In The Transformation of War ontwikkelde Van Creveld een niet-trinitaire theorie van oorlogsvoering. Hij stelde een niet-Clausewitziaans model voor de moderne oorlog voor, gebaseerd op vijf kernvragen: door wie, wat, hoe, waarvoor en waarom oorlog wordt gevoerd. Daarmee maakte hij deel uit van de groep zogenoemde New Wars-geleerden, samen met Mary Kaldor en John Keegan. Deze benadering ging gepaard met kritiek op de bekende stelling van Carl von Clausewitz dat oorlog een voortzetting van politiek is met andere middelen.
Van Creveld definieerde het trinitaire oorlogstype als een oorlog van staat tegen staat en leger tegen leger, waarbij hij de invloed van het volk uit Clausewitz’ denken wegliet. Zijn standpunten riepen ook tegenreacties op van andere onderzoekers, onder wie Daniel Moran en Christopher Bassford. Bassford beklemtoonde dat de drie elementen van Clausewitz’ trinity eerder slaan op blind natuurgeweld, op toeval en waarschijnlijkheid, en op ondergeschiktheid als instrument van beleid. Volgens Bassford vormen de woorden ‘volk’, ‘leger’ en ‘regering’ geen letterlijke onderdelen van Clausewitz’ theorie.
Naast zijn publicaties gaf Van Creveld les of hield hij voordrachten aan talrijke civiele en militaire instellingen voor hoger onderwijs wereldwijd. Hij populariseerde ook de term ‘gerichte telescoop’ voor het gebruik van geselecteerde officieren als speciale agenten of waarnemers. Tot midden 2008 stond hij bovendien op de lijst van verplichte lectuur voor officieren van het Leger van de Verenigde Staten, als derde niet-Amerikaanse auteur naast Sun Tzu en Clausewitz. Later nam de kritiek op zijn Clausewitz-interpretatie af na tegenkritiek van Clausewitz-geleerden. Van Creveld erkende intussen ook de hernieuwde concurrentie tussen grootmachten na de opkomst van China en de groeiende vijandigheid tegenover Chinese economische acties.
Het bevoorrechte geslacht
In 2013 schreef Martin van Creveld het boek "Het bevoorrechte geslacht". Daarin betoogde hij dat de systematische onderdrukking van vrouwen een mythe is die niet wordt ondersteund door ernstige gegevens. Volgens hem genieten vrouwen in moderne culturen meer sociale bescherming en privileges dan mannen. Met deze stellingen plaatste hij de verhoudingen tussen mannen en vrouwen centraal in zijn analyse.
Standpunten over actuele kwesties
Naast zijn werk over militaire geschiedenis uitte Martin van Creveld zich ook geregeld over actuele politiek. In een televisie-interview in 2002 zei hij dat hij twijfelde of het Israëlische leger de Palestijnen tijdens de Tweede Intifada kon verslaan. Tegelijk omschreef hij Israëlische soldaten als moedig en als idealisten die hun land wilden dienen. Volgens hem leidt vechten tegen een zwakkere tegenstander tot een situatie waarin beide partijen verliezen. Hij stelde ook dat het Israëlische leger, in tegenstelling tot de Amerikanen in Vietnam, geen napalm had gebruikt en geen miljoenen mensen had gedood.
Over de Tweede Libanonoorlog was Van Creveld uitgesproken positief voor Israël. Hij beschouwde die oorlog als een strategisch succes voor Israël en als een nederlaag voor Hezbollah. Hij bekritiseerde het rapport van de Commissie-Winograd omdat daarin de militaire successen van Israël volgens hem onvoldoende werden genoemd. Hij wees erop dat Hezbollah honderden leden verloor en na de oorlog uit Zuid-Libanon werd verdreven. Ook merkte hij op dat daar in de plaats een sterke vredesmacht van de Verenigde Naties kwam en dat Israël aan de Libanese grens sinds het midden van de jaren 1960 een ongeziene rust kende. In juni 2011 publiceerde hij in Infinity Journal het artikel "De Tweede Libanonoorlog: een herwaardering", waarin hij stelde dat de oorlog, ondanks trage grondoperaties, een grote overwinning voor Israël was.
In een opiniestuk in The Jewish Daily Forward uit 2010 over de Westelijke Jordaanoever betoogde hij dat dat gebied niet essentieel was voor de veiligheid van Israël en eventueel kon worden opgegeven. Volgens hem bood het geen bescherming tegen ballistische raketten uit Iran en Syrië, al kon het in een toekomstig vredesakkoord met de Palestijnen wel als natuurlijke barrière dienen als het gedemilitariseerd werd. Terrorisme vanuit de Westelijke Jordaanoever kon Israël volgens hem afweren met een muur en offensieve operaties. Hij verwees daarbij naar Operatie Gegoten Lood en de Tweede Libanonoorlog als factoren die Israëls afschrikkingsvermogen tegen terrorisme hadden hersteld.
Van Creveld uitte ook scherpe kritiek op de oorlog in Irak. Hij noemde de invasie van 2003 de domste oorlog sinds keizer Augustus legioenen verloor in Germanië. De regering-Bush vergeleek hij met de oorlog in Vietnam, en hij stelde dat Bush na zijn ambtsperiode moest worden afgezet en berecht. Over Iran zei hij dat het de echte winnaar in Irak was en dat de wereld ermee moest leren leven als Iran kernwapens zou hebben. Tegelijk stelde hij dat Israëli's een Iraanse aanval konden afschrikken en niet in gevaar waren door een Iraans kernwapen. Volgens hem kregen Israëli's wapens van de Verenigde Staten en Duitsland vanwege de Iraanse dreiging. Hij beweerde ook dat Israël over enkele honderden atoomkoppen beschikte en raketten had die meerdere plaatsen konden treffen, waaronder Rome, en dat het in staat was de wereld mee ten onder te trekken voor Israël zelf zou bezwijken. In zijn ogen waren de Iraniërs bovendien gek geweest als zij geen poging hadden gedaan kernwapens te ontwikkelen, terwijl de Israëlische regering volgens hem de dreiging van een kernwapen-Iran voor de eigen veiligheid sterk overdreef.
Visies op actuele zaken
Samen met Jason Pack schreef Martin van Creveld een artikel over de burgeroorlog in Libië van 2011 en de manier waarop de media die oorlog voorstelden. Hij stelde dat Tunesië en Egypte al meer dan een eeuw coherente natiestaten waren, terwijl de Libische samenleving volgens hem nog steeds sterk tribaal was. Van Creveld merkte ook op dat de legers van Tunesië en Egypte een bemiddelende rol konden spelen tussen oude regimes en nieuwe machtsstructuren. In Libië ontbrak volgens hem een professioneel, niet-tribaal leger dat zo'n overgang kon begeleiden. Daarnaast gaf hij Saif al-Islam Gaddafi de schuld van het verkwanselen van een cruciale kans om de orde in Libië te herstellen.
Standpunten over Syrië en het Assad-regime
In zijn beschouwingen over de actualiteit nam Martin van Creveld herhaaldelijk stelling over de oorlog in Syrië en de houding van het Westen. In 2011 analyseerde hij de strategie van Hafez al-Assad tegen de stad Hama in 1982 en noemde hij het bloedbad van Hama een uiterst brutaal oorlogsmisdrijf. Tegelijk stelde hij dat het Assad-regime zonder die ingreep waarschijnlijk zou zijn omvergeworpen. Volgens hem zouden Assad en veel leden van de alawitische gemeenschap dan mogelijk zijn gedood, terwijl er na het vertrek van Assad wellicht een stabiel regime had kunnen ontstaan door niet-alawitische moslims. Hij achtte het echter waarschijnlijker dat er géén stabiele regering zou zijn gekomen en dat Syrië was afgegleden naar een oorlog van allen tegen allen, met een burgeroorlog zoals in Beiroet die honderdduizenden slachtoffers had kunnen eisen, of zelfs een land vol internationale terroristen zoals in Libanon en Afghanistan.
In 2013 pleitte hij in het Duitse tijdschrift Focus voor steun aan Assad om destabilisering van het hele Midden-Oosten te vermijden. Hij stelde dat Assad de oorlog zou voortzetten om de vernietiging van de 1,2 miljoen alawieten te voorkomen, en bepleitte dat het Westen zich bij Rusland zou aansluiten en op een onderhandelingsoplossing in Syrië zou aandringen. Indien nodig, zo suggereerde hij, kon het Westen rebellen steunen en Assad op zijn post laten. Daarbij citeerde hij Bismarck: politiek is de keuze tussen het slechte en het slechtere. In een lezing aan de Konrad-Adenauer-Stichting in Brandenburg riep hij op tot een pragmatische koers in Syrië.
In 2016 verscherpte hij die redenering verder. In een commentaar voor Focus pleitte hij opnieuw voor een alliantie met het Assad-regime. Hij stelde dat het Westen niet kieskeurig kon zijn over zijn bondgenoten om de oorlog tegen het kalifaat van terreur te winnen, en dat het regionale conflict een nieuwe vorm van terrorisme was die alle staatsorde en territoriale grenzen in de hele regio wilde ontmantelen. Volgens hem waren alleen de alawitische soldaten van het Assad-regime bereid te sterven in de strijd tegen de terroristen. Europese en Amerikaanse luchtacties noemde hij nutteloos tegen guerrillastrijders. Hij waarschuwde dat een nederlaag tegen IS en Al Nusra onberekenbare gevolgen zou hebben voor het Midden-Oosten en voor Europa, en noemde Assad in vergelijking het minste kwaad.
Gepubliceerde werken
Martin van Creveld bouwde een omvangrijk oeuvre op over oorlog, legerorganisatie, strategie en militaire geschiedenis. In 1973 verscheen bij Cambridge University Press zijn boek "Hitler’s Strategy 1940–1941: the Balkan Clue". Daarna volgden onder meer "Military Lessons of the Yom Kippur War: Historical Perspectives" (1975), "Supplying War: Logistics from Wallenstein to Patton" (1977) en in 2004 een tweede editie van dat laatste werk. In "Fighting Power: German and US Army performance, 1939–1945" (1982) en "Command in War" (1985) behandelde hij respectievelijk de prestaties van legers en de aard van bevelvoering in oorlogstijd.
Zijn latere publicaties verbreedden het perspectief naar technologie, organisatie en de ontwikkeling van oorlogvoering. Zo verschenen "Technology and War: From 2000 B.C. to the Present" (1989), waarvoor in 2001 ook een goedkope paperbackversie uitkwam, en "The Training of Officers: From Military Professionalism to Irrelevance" (1990). In "The Transformation of War" (1991) en "Nuclear Proliferation and the Future of Conflict" (1993) analyseerde hij veranderingen in conflict en de gevolgen van kernwapens. Samen met Kenneth S. Brower en Steven L. Canby schreef hij "Air Power and Maneuver Warfare" (1994).
Verder publiceerde Van Creveld werken als "The Encyclopedia of Revolutions and Revolutionaries: From Anarchism to Zhou Enlai" (1996), "The Sword and the Olive: A Critical History of the Israeli Defense Force" (1998), "The Rise and Decline of the State" (1999) en "The Art of War: War and Military Thought" (2000), dat in 2005 ook in New York verscheen. In de jaren 2000 volgden onder meer "Men, Women, and War" (2001), "Moshe Dayan" (2004), "Defending Israel: A Controversial Plan Toward Peace" (2004), "Countering Modern Terrorism: History, Current Issues, and Future Threats" (2005, met Katharina von Knop en Heinrich Neisser), "The Changing Face of War: lessons of combat, from the Marne to Iraq" (2006) en "The Culture of War" (2008).
Latere publicaties
Martin van Creveld publiceerde in de loop van de jaren 2000 en 2010 een reeks werken over oorlog, macht, identiteit en politieke vraagstukken. In 2004 verscheen in de International Herald Tribune zijn artikel «Sharon on the warpath: Is Israël planning to attack Iran?». Daarna volgde onder meer «The American Riddle» in Rusland, uitgegeven door Irisen in 2008. In 2010 verscheen «The Land of Blood and Honey» bij St. Martin’s Press in New York, en in 2011 «The Age of Airpower» bij Public Affairs, eveneens in New York. In 2013 publiceerde hij «The Privileged Sex» bij CreateSpace Independent Publishing Platform in North Charleston, Zuid-Carolina, en «Wargames: From Gladiators to Gigabytes» bij Cambridge University Press in Cambridge. Verder verschenen in 2015 «Conscience: A Biography» bij Reaktion in Londen, «Equality: The Impossible Quest» bij Castalia House in Kouvola en «Clio and Me: An Intellectual Autobiography», ook bij Castalia House. In 2016 volgde «Pussycats: Why the Rest Keeps Beating the West—and What Can Be Done about It» bij CreateSpace. In 2017 bracht Castalia House «Hitler in Hell» uit, terwijl Oxford University Press «More on War» publiceerde. In 2020 verscheen ten slotte «Seeing into the Future: A Short History of Prediction».
Externe vermeldingen en interviews
Martin van Creveld verschijnt in verschillende externe vermeldingen en mediabijdragen. Hij heeft een persoonlijke website, As I Please, die op 15 augustus 2024 werd geschorst, en is ook terug te vinden via het Internet Archive. Daarnaast presenteerde hij op 13 november 1995 bij C-SPAN een lezing over Future of Warfare en op 21 oktober 1998 een lezing over The Sword and the Olive. Op 20 maart 2002 gaf hij een interview met Jennifer Byrne bij de Australische Omroepvereniging; de transcriptie daarvan is eveneens beschikbaar via het Internet Archive. Verder gaf hij een interview bij Sonshi, de bron over de kunst van oorlog van Sun Tzu, en nam hij deel aan de BESA-conferentie van 2002. Ook werd hij in 1992 besproken in Clausewitz vs. the Scholar: Martin Van Creveld's Expanded Theory of War van Franse K. M. op GlobalSecurity.org.