Eugène, 8e prins van Ligne

Portret van Eugène, 8ste Prins van Ligne
Portret van Eugène, 8ste Prins van Ligne

Eugène, 8e prins van Ligne, werd geboren in Brussel als zoon van prins Lodewijk-Eugène van Ligne en Louise van der Noot de Duras. Na de dood van Karel-Jozef in 1814 werd hij het hoofd van het Huis van Ligne en erfde hij een uitgestrekt landgoed in België. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 probeerde hij samen met notabelen in Vilvoorde prins Willem ervan te overtuigen om Brussel niet met troepen binnen te trekken. Nadat deze poging mislukte, trok hij zich terug op zijn domein in Beloeil.

In 1831 werd hij voorgedragen voor de Belgische troon en weigerde hij het algemeen-luitenantschap van het toekomstige koninkrijk. In 1834 toonde hij zijn afkeer van de Belgische stichters door bij te dragen aan de aankoop van paarden uit de stoeterij van Tervuren, die voordien aan de prins van Oranje had toebehoord. Na deze actie werd zijn Brusselse verblijf door volkswoede geplunderd, waarop hij uit protest naar Wenen vertrok. In 1837 verzoende hij zich opnieuw met België. Vervolgens vertegenwoordigde de koning hem bij de kroning van koningin Victoria in Londen in 1838, en een maand later werd hij de eerste Belgische ontvanger van het Grootlint van de Leopoldsorde. Van 1842 tot de omverwerping van koning Lodewijk-Filips in 1848 was hij ambassadeur in Parijs. In 1848 werd hij verkozen tot senator voor het district Aat en van 1852 tot 1879 was hij voorzitter van de Belgische Senaat. In 1856 vertegenwoordigde hij de koning der Belgen bij de kroning van tsaar Alexander II in Moskou.

Diplomatieke en politieke loopbaan

Eugène, 8ste Prins van Ligny, was een Belgisch diplomaat en staatsman. Hij werd geboren in Brussel en overleed er ook. Zijn loopbaan wordt vooral gekenmerkt door zijn betrokkenheid bij de Belgische diplomatie en het openbare leven.

Politieke loopbaan en verzoening met België

Eugène, 8ste prins van Ligne, was de zoon van prins Lodewijk-Eugène van Ligne en Louise van der Noot de Duras. Na het overlijden van Charles-Joseph in 1814 werd hij het hoofd van het Huis van Ligne en erfde hij een uitgestrekt landgoed in België. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 nam hij samen met notabelen in Vilvoorde deel aan een poging om prins Willem te overtuigen Brussel niet met troepen binnen te trekken. Toen dat mislukte, trok hij zich terug op zijn domein in Beloeil. In 1831 werd hij voorgedragen voor de Belgische troon, maar hij weigerde ook het algemeen luitenantschap van het toekomstige koninkrijk. In 1834 toonde hij zijn afkeer van de Belgische stichters door bij te dragen aan de aankoop van paarden van de stoeterij van Tervuren, die vroeger aan de prins van Oranje had toebehoord. Na deze handelwijze werd zijn Brusselse verblijf door volkswoede geplunderd, waarna hij uit protest naar Wenen vertrok. In 1837 verzoende hij zich met België. Het jaar daarop benoemde de koning hem tot Belgisch vertegenwoordiger bij de kroning van koningin Victoria in Londen. Een maand na die plechtigheid werd hij de eerste Belg die het Grootlint van de Leopoldsorde ontving. Van 1842 tot de afzetting van koning Lodewijk-Filips in 1848 was hij ambassadeur in Parijs, een ambt dat hij mede dankzij zijn persoonlijk vermogen kon bekleden wegens de hoge kosten van het sociale en representatieve leven. In 1848 werd hij verkozen tot senator voor het district Aat. Van 1852 tot 1879 was hij voorzitter van de Belgische Senaat. In 1856 vertegenwoordigde hij de koning der Belgen bij de kroning van tsaar Alexander II in Moskou. In 1863 verleende de koning hem de eretitel van minister van Staat. Daarnaast was hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies en voorzitter van de Belgische Centrale Landbouwmaatschappij.

Hotel in Brussel en ontvangsten

Eugène, 8e Prins van Ligny, bezat een hotel in Brussel, het voormalige hotel van de graaf van Lannoy. Het gebouw lag tegenover het Koninklijk Park, op de hoek van de Koningstraat en de Koloniënstraat. In dit hotel organiseerde hij regelmatig ontvangsten en bals. Tijdens een bal dat hij er liet plaatsvinden, speelde Johann Strauss walsen bij een bezoek aan België.

Politieke standpunten en laatste jaren

Tijdens zijn politieke loopbaan steunde Eugène, 8e prins van Ligne, het constitutioneel liberalisme. Gaandeweg verzette hij zich echter tegen de steeds antiklerikale richting van het liberalisme. In 1879 stemde hij daarom tegen de wet op het lager onderwijs. Datzelfde jaar legde hij zijn ambt van voorzitter van de Senaat neer en verliet hij ook zijn zetel in de Senaat. Eugène overleed in 1880 in Brussel, op 74-jarige leeftijd, en werd begraven in Beloeil. Bij zijn dood behoorde hij tot de rijkste mannen van België. Zijn fortuin werd verdeeld onder zijn kinderen en kleinkinderen uit drie huwelijken. Zijn kleinzoon Louis, prins van Ligne, kreeg het domein van Beloeil, terwijl zijn jongere zoon Charles het kasteel en de gronden van Antoing verkreeg.

Familie en huwelijken

Eugène, 8e prins van Ligne, was de zoon van Lodewijk-Eugène de Ligne, die in Brussel werd geboren en er ook overleed, en van Louise van der Noot de Duras, die in Brussel werd geboren en in Parijs stierf. Hij trad drie keer in het huwelijk. Een van zijn echtgenotes was Marguerite, met wie hij in Parijs huwde. Marguerite was een dochter van Ernest de Talleyrand-Périgord.

Huwelijken en nakomelingen

Louis Eugène was prins van Ligne, prins van Amblise en Épinoy, groot van Spanje, buitengewoon ambassadeur en grootkruisridder in de Koninklijke Orde van Victoria. Hij huwde met Élisabeth, dochter van de hertog van Doudeauville en de hertog van Bisaccia (1825-1908). Hun dochter Marie-Suzanne trouwde met Alexander, prins van Thurn en Taxis. Marie-Mélanie was prinses van Ligne en huwde in Parijs met Friedrich Georg, hertog van Beaufort-Spontin. Hun zoon Ernest Louis Henri Lamoral was prins van Ligne, prins van Amblise en Épinoy, groot van Spanje en werd in 1930 ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij huwde met Diane de Cossé-Brissac.

Huwelijken van de kinderen

Verschillende kinderen van Eugène, 8e prins de Ligne, traden in het huwelijk. Jeanne huwde met de markies de Moustier. Isabelle trouwde eerst met prins Réginald de Croÿ en later met de markies de Villalobar. Henriette huwde Robert de Chabot-Tramecourt. Eugène zelf trouwde met Philippine de Noailles. Baudouin huwde in 1946 met gravin Monique de Bousies; dat huwelijk werd in 1954 ontbonden. Yolande trouwde met Karel van Habsburg-Lotharingen, aartshertog van Oostenrijk. Marguerite overleed in haar kindertijd en Claude stierf op jonge leeftijd.

Familie en nakomelingen

Antoine de Ligne was prins van Ligne en huwde prinses Alix van Luxemburg. Michel de Ligne trad in het huwelijk met prinses Eleonora d’Orléans-Braganza. Alix de Ligne werd geboren in 1984 en Henri de Ligne in 1989. Deze gegevens situeren de familie van Eugène, 8e prins van Ligne, binnen de bredere adellijke verwantschappen van de familie de Ligne.

Familie en afstammelingen

Uit de beschikbare gegevens blijkt dat Eugène in Parijs werd geboren en er ook overleed. In zijn familiekring worden verschillende kinderen en verwanten genoemd, met een aantal huwelijken en afstammelingen. Wauthier huwde met gravin Marguerite de Renesse. Anne trouwde met prins Antonio d’Orléans Braganza. Sophie trad in het huwelijk met markies Philippe de Nicolaÿ; dat huwelijk werd in 1998 ontbonden. Antoine huwde gravin Jacqueline de Lannoy. Yolande trouwde met Hugo Townsend, zoon van Peter Townsend en Rosemary Pawle. Charlotte-Beatrix huwde graaf Paul de Lannoy, en Thérèse huwde graaf Bernard d’Ursel. Nathalie huwde Rudophe de Croÿ, hertog van Croÿ, te Belœil. Marie Georgine Sophie Hedwige de Ligne huwde Sosthène II de La Rochefoucauld in Beloeil. Ook worden Charles Joseph Eugène Henri Georges Lamoral en Henri Florent Lamoral vermeld: Charles Joseph Eugène Henri Georges Lamoral huwde Charlotte de Gontaut-Biron in Parijs en had één dochter; Henri Florent Lamoral huwde Charlotte de La Trémoille, en diens kind huwde later Maria del Rosario de Lambertye-Gerbéviller. Hedwige Marie huwde Charles, prins de Mérode. Charles-Antoine de Ligne-La Trémoïlle was ondernemer en pretendent op de troon van Jeruzalem; hij huwde eerst lady Moira Beatrice Forbes, met wie hij in 1975 scheidde, en daarna prinses Alyette Isabelle Odile Marie de Croÿ-Rœulx, met wie hij twee zonen had. Edouard Lamoral Rodolphe huwde de actrice Isabella Orsini en had Althea Isabella Orsini de Ligne la Trémoïlle. Edouard huwde later Thurlow-Cunynghame en vervolgens Eulalie zu Solms-Braunfels in Baden-Baden. Albert was grootofficier in het Legioen van Eer en trouwde met nageslacht. Isabelle werd geboren en stierf in Brussel. In de familielijn wordt ook een buitenechtelijke zoon vermeld: Maurice Bernhardt, bij Sarah Bernhardt. Verder wordt Louis genoemd zonder nadere bijzonderheden. Baudouin overleed in 1914.

Scroll naar boven