Alfred Van der Smissen

Portret van baron Alfred Van der Smissen in uniform
Portret van baron Alfred Van der Smissen in uniform

Alfred Van der Smissen was een Belgisch generaal, geboren in Brussel en daar ook overleden. Hij was de tweede zoon van Jacques Van der Smissen, een Belgisch artillerieofficier die zich in 1807 aansloot bij de Grande Armée van Napoleon en majoor werd. Zijn moeder was Louise Catherine Colleton Graves, dochter van Richard Graves en nicht van Thomas Graves, die deelnam aan de landing van het Franse expeditiekorps van Jean-Baptiste-Donatien de Vimeur de Rochambeau bij Yorktown.

In 1851 streed Van der Smissen vier maanden in Kabylië in de rangen van het Vreemdelingenlegioen. In Algerije onderscheidde hij zich door moed en militaire kwaliteiten, won hij de achting van generaal Saint-Arnaud en ontving hij er het Legioen van Eer. In 1859 werd hij adjudant van generaal Chazal, de Belgische minister van Oorlog. Chazal stelde hem vervolgens aan om, met de rang van kolonel, het Belgische expeditiekorps naar Mexico te leiden. Bij zijn aankomst in Mexico uitte Van der Smissen ontevredenheid over de samenstelling van het detachement, dat grotendeels bestond uit ongeschoolde vrijwilligers zonder militaire opleiding.

Leven en overlijden

Alfred Van der Smissen was een Belgisch generaal. Hij werd geboren in Brussel en overleed er ook. Over zijn verdere persoonlijke levensloop worden hier geen bijkomende gegevens vermeld.

Dienst in Algerije en erkenning

Alfons Van der Smissen was de tweede zoon van Jacques Van der Smissen, een Belgische artillerieofficier die in 1807 in het Grote Leger van Napoleon dienst nam en de graad van majoor bereikte. Zijn moeder was Louise Catherine Colleton Graves, dochter van Richard Graves en nicht van Thomas Graves, die deelnam aan de landing van het Franse expeditiekorps van Jean-Baptiste-Donatien de Vimeur de Rochambeau nabij Yorktown. In 1851 vocht Van der Smissen vier maanden in Kabylië in de gelederen van het Vreemdelingenlegioen. In Algerije onderscheidde hij zich door zijn moed en militaire kwaliteiten. Daar verwierf hij ook de achting van generaal Saint-Arnaud en ontving hij het Legioen van Eer.

De Belgische expeditie naar Mexico

Het Tweede Mexicaanse Keizerrijk kreeg de medewerking van 6.500 soldaten uit het Oostenrijks-Hongaarse rijk en 1.500 rekruten uit België. Een bataljon van het regiment grenadiers nam deel aan de Mexicaanse campagne. Koning Leopold I toonde grote belangstelling voor het keizerlijke avontuur en zag daarin een kans om België uit te breiden en de groeiende economie te versterken. Van der Smissen stond dicht bij Leopold I en genoot diens vertrouwen. In 1859 werd hij adjudant van generaal Chazal, de Belgische minister van Oorlog, en Chazal benoemde hem vervolgens tot leider van het Belgische expeditiekorps naar Mexico, met de graad van kolonel. Bij de tweede expeditie waren op de inschepingsdatum slechts enkele mannen en vier koks klaar om te vertrekken, en slechts een vijfde van het geheel bestond uit soldaten. De rest van de groep werd gevormd door werkloze ambachtslieden, studenten en jonge verkopers zonder militaire opleiding. Bij aankomst in Mexico uitte Van der Smissen zijn ontevredenheid over de samenstelling van het detachement. Tijdens de vijf maanden durende campagne namen de Belgen deel aan drie militaire acties: Zitácuaro, Tácambaro en La Loma. In 1865 voerde Van der Smissen het Belgische vrijwilligerskorps aan bij zijn eerste militaire missie.

Tacambaro en de strafexpeditie bij Zitacuaro

Volgens de biografie kreeg Alfred Van der Smissen de opdracht om een strafexpeditie uit te voeren tegen de opstandige bevolking van Zitacuaro. Daarbij beval hij de vernieling van de kerk en het plunderen en in brand steken van huizen. De biografie beschrijft hoe hele families de straat op vluchtten terwijl paarden, muilezels en runderen werden gedood. Deze tussenkomst schokte zelfs zijn eigen troepen.

Op 11 april 1865 vond de slag bij Tacambaro plaats, waar het Belgische contingent werd aangevallen door de troepen van Nicolás Regules. Vier compagnieën Belgische lichte infanterie werden er verrast. De Belgen hielden acht uur stand voor zij zich overgaven. Nicolás Regules vertrouwde 203 Belgische krijgsgevangenen toe aan kolonel José Trinidad Villagomez, met het bevel hen naar Huetamo te brengen. De Belgische gevangenen stonden toen onder bevel van majoor Constant Tydgadt.

Van der Smissen arriveerde op 14 april 1865 in Tacambaro en verweet majoor Tydgadt, die zwaargewond was en enkele uren later stierf. Een dag later behaalde Van der Smissen een overwinning in de slag bij La Loma, nabij Tacambaro. Daarnaast gaf hij bevel tot de executie van twee deserteurs. In een brief aan de Belgische legatie in Mexico van 1 juli 1865 zou hij bovendien zelf executiepelotons hebben aangevoerd om besmetting van ongehoorzaamheid te voorkomen.

Geruchten en familieverbanden

Rond Alfred Van der Smissen deden geruchten de ronde dat hij de vader zou zijn van generaal Weygand. De historicus André Castelot citeert koning Leopold III van België met de uitspraak: “Weygand is de zoon van Van der Smissen”. Die stelling steunt echter op een onbewezen hypothese van een intieme relatie met keizerin Charlotte van Mexico, de zuster van koning Leopold II van België. Van der Smissen had met haar een vriendschap en een zekere intimiteit. Keizerin Charlotte was in het buitenland en keerde pas meer dan zes maanden na de geboorte terug naar België van een kind dat in Brussel werd ingeschreven als “geboren uit onbekende ouders”. Toch wordt de these van Van der Smissens vaderschap nooit met concrete feiten gestaafd. Ook de vermeende bescherming die de koning der Belgen zou hebben uitgeoefend over het kind dat eerst als De Nimal werd geadopteerd en later door een Fransman Weygand werd erkend, blijft zonder bewijskracht. Foto’s van Van der Smissen en de volwassen Weygand tonen volgens de presentatie in een televisieprogramma van historicus Alain Decaux een gelijkenis; die beelden werden nadien gepubliceerd in artikels en boeken, onder meer in een boek van Dominique Paoli. Daarnaast had Van der Smissen zelf een buitenechtelijk kind, waarvan de geboorte verborgen bleef doordat de moeder in Rijsel beviel in plaats van in Brussel. De moeder was een vrouw van vrij eerbare maatschappelijke stand. Het kind werd militair, leefde in Parijs en stierf op relatief jonge leeftijd in vergetelheid.

Militaire loopbaan en publicaties

In 1879 was Alfons Van der Smissen militair bevelhebber van de Brusselse garnizoenstroepen en publiceerde hij "Organisatie van de nationale strijdkrachten". In 1887 verdedigde hij in het boek "Personele dienst en de militaire wet" de noodzaak van de militaire dienst. Na zijn terugtrekking uit de actieve dienst publiceerde hij "Herinneringen uit Mexico". In dat werk beschreef hij ook het bevel over het Belgische contingent tijdens de veldtocht voor keizer Maximiliaan.

Optreden tegen de rellen van 1886

In 1886 werd België getroffen door een zware economische crisis, met loonsverlagingen, wijdverspreide werkloosheid en werkdagen van dertien uur. In maart braken in Luik en in de streken van Charleroi en Centrum rellen uit. Op 17 mei 1886 werden de glasblazerijen en het kasteel van industrieel Eugène Baudoux in Jumeet geplunderd en in brand gestoken. De regering belastte generaal Van der Smissen met het onderdrukken van de onlusten. Hij gaf bevel om op protestgroepen te schieten wanneer zij zich in de richting van de troepen bewogen. Ook droeg hij kolonel Kerrinkx op om tegen anarchisten en brandstichters zo hard mogelijk op te treden. Aan de burgerwacht gelastte hij om zonder waarschuwing op de oproermakers te schieten, ondanks de wettelijke onwettigheid daarvan. Na de schietpartijen vonden op 19 mei 1886 de begrafenissen plaats van de stakers die waren gedood. Van der Smissen waarschuwde dat die plechtigheden niet mochten uitgroeien tot nieuwe brandhaarden van oproer.

Persoonlijk leven en overlijden

Op 67-jarige leeftijd bood Alfred Van der Smissen zijn ontslag aan als actief militair bij het Ministerie van Oorlog, maar hij stelde zich wel nog ter beschikking voor dienst zolang zijn fysieke toestand dat toeliet. Hij bleef zijn hele leven ongehuwd. Wel had hij een buitenechtelijke relatie met een Brusselse vrouw, Henriette du Bois of Dubois, met wie hij een zoon kreeg, Alfred, geboren te Rijsel in 1863. Van der Smissen erkende deze zoon en ondersteunde hem financieel, maar in zijn testament onterfde hij hem en wees hij zijn jongere broer Adolphe aan als enige erfgenaam. De zoon Alfred diende korte tijd als sergeant in het 2e Regiment van het Frans Vreemdelingenlegioen te Oran en overleed in 1908 in Parijs, in het 18e arrondissement, op 45-jarige leeftijd.

Van der Smissen maakte op 11 rue du Marteau in Brussel een einde aan zijn leven door zichzelf in het hoofd te schieten. Hij werd begraven op het kerkhof van Brussel in Evere, in aanwezigheid van Filips, graaf van Vlaanderen, en van de toekomstige koning. Een maand later pleegde zijn broer Adolphe zelfmoord. Zijn broers Willem en Ernest stierven bovendien binnen enkele maanden van elkaar.

In kunst en populaire cultuur

In de stripreeks *Charlotte impératrice* verschijnt Alfred Van der Smissen in het tweede deel, *Het Keizerrijk*, waar zijn rol in de Mexicaanse Oorlog aan bod komt. In het derde deel, *Adios, Carlotta*, wordt hij de minnaar van keizerin Charlotte. In het vierde deel, *60 jaar eenzaamheid*, wordt onthuld dat hij de vader is van Maxime Weygand. In datzelfde deel wordt hij door Charlottes familie vermoord om een geheim te bewaren.

Scroll naar boven