Koenraad Elst

Koenraad Elst poseert in Varanasi in 2018
Koenraad Elst poseert in Varanasi in 2018

Koenraad Elst is een Belgische journalist, schrijver en oriëntalist. Hij specialiseert zich in oosterse talen, waaronder Sanskriet en Pali, en publiceerde vijftien boeken in het Engels, vooral over Indiase politiek en Zuid-Aziatisch gemeenschapsdenken. Samen met François Gautier ondersteunt hij actief ideeën van het hindoeïstisch nationalisme en hij steunde ook de Out of India-theorie.

Elst werd geboren in Leuven in een Vlaams-katholieke familie met christelijke missionarissen en priesters. Hij studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij Indologie, Sinologie en Filosofie volgde, en behaalde daar in 1998 een doctoraat. Zijn proefschrift behandelde hindoeïstische heropleving en hervormingsbewegingen binnen het hindoeïsme. De hoofdtekst ervan verscheen als het boek De kolonisering van de hindoeïstische geest, terwijl andere delen werden gepubliceerd als Wie is een hindoe? en De saffraanklepel. In de vroege jaren 1980 was hij betrokken bij de New Age-beweging en werkte hij in een boekhandel die New Age-literatuur verkocht. Hij was ook redacteur van meerdere Vlaams-nationalistische en conservatieve publicaties.

Publicaties en standpunten

Koenraad Elst is een Belgische journalist, schrijver en oriëntalist die zich specialiseert in Oosterse talen, waaronder Sanskriet en Pali. Samen met François Gautier steunt hij actief ideeën van het hindoeïstisch nationalisme en hij verdedigde ook de Oorsprong-uit-Indiëtheorie. Van 1992 tot 1995 was hij redacteur van het Vlaams-nationalistische ‘nieuwrechtse’ tijdschrift Teksten, Kommentaren en Studies, waarin hij ook kritiek uitte op de islam. Daarnaast was hij redacteur van verschillende conservatieve en Vlaams-separatistische publicaties, waaronder Nucleus, ’t Pallieterke, Secessie en The Brussels Journal. Elst schreef vijftien boeken in het Engels, waarvan het grootste deel handelt over de Indiase politiek en het gemeenschapsleven in Zuid-Azië.

Opleiding en familieachtergrond

Koenraad Elst werd geboren in Leuven, in België, in een Vlaams-katholiek gezin. Zijn familie telde christelijke missionarissen en priesters. Hij studeerde af aan de Katholieke Universiteit Leuven met als hoofdvakken indologie, sinologie en wijsbegeerte. In 1998 behaalde hij aan dezelfde universiteit ook een doctoraat.

Onderzoek naar het hindoeïsme en Indiase politiek

Koenraad Elst studeerde aan de Benares Hindu-universiteit in India en verbleef daar van 1988 tot 1992. In die periode kwam hij in contact met talrijke Indiase politieke en sociale leiders, alsook met schrijvers, en hij sprak er geregeld met hindoes en andere denkers. Hij bezocht India ook vaak om etnische, religieuze en politieke structuren te bestuderen. Zijn eerste boek over de confrontatie tussen hindoes en moslims in Ayodhya ontstond uit die belangstelling. In 1989 ontmoette hij Sita Ram Goel, nadat hij diens werk over historisch hindoe-christelijke ontmoetingen had gelezen, en hij bezorgde hem het manuscript van zijn boek Ram Janmabhoomi Vs. Babri Masjid: Een casestudy van een hindoe-moslimconflict. Goel las het boek en was er sterk van onder de indruk; in augustus 1990 stelde L.K. Advani het publiekelijk voor op een plechtigheid onder voorzitterschap van Girilal Jain. Elst verdedigde in 1998 aan de Universiteit Leuven een doctoraatsverhandeling over de ideologische ontwikkeling van het hindoe-revivalisme. De kern van die verhandeling verscheen als Decolonizing the Hindu Mind, terwijl andere delen werden uitgegeven als Wie is een hindoe en De saffraanhakenkruis. Zijn studie had betrekking op hindoe-revivalisme en hervormingsbewegingen binnen het hindoeïsme. Daarnaast schreef hij over multiculturalisme, de geschiedenis van het oude China, Chinese filosofie, vergelijkende godsdienstwetenschap, taalpolitieke polemieken en de theorie van de Arische invasie. In de jaren negentig kreeg hij brede erkenning als auteur over Indiase politiek, een ontwikkeling die samenviel met de groeiende populariteit van de Bharatiya Janata-partij, die hindoe-nationalisme verdedigde. Elst presenteert zich vaak als een onafhankelijke geleerde. Volgens zijn eigen beschrijving werd zijn taalgebruik gaandeweg gematigder en verschoof zijn aandacht van groepen zoals moslims of marxistische historici naar standpunten. Zijn wetenschappelijke belangstelling verschoof bovendien naar grondige studies van filosofie en oude geschiedenis, terwijl hij minder aandacht ging besteden aan thema’s die centraal staan in hedendaagse politieke strijd.

Activisme en controverse

Sinds het begin van de jaren 1990 neemt Koenraad Elst actief deel aan publicaties van de Vlaams-nationalistische beweging van de “nieuwe rechterzijde”. Hij steunt die stroming, maar bekritiseert haar op bepaalde punten. Tegelijk kreeg hij herhaaldelijk kritiek wegens zijn samenwerking met de uiterst rechtse Vlaamse separatistische partij Vlaams Belang. In juni 1992 sprak hij op het partijcongres van die partij een antimoslimtoespraak uit, op het moment dat Vlaams Belang zijn eerste anti-immigratieprogramma van 70 punten voorstelde. Elst verklaarde dat hij er sprak omdat Vlaams Belang de enige partij was die het “probleem van de islam” ter sprake bracht. Hij gaf echter aan dat hij het niet eens was met de oplossing die de partij daarvoor voorstelde en veroordeelde ook de xenofobie die volgens hem eigen was aan Vlaams Belang. Volgens hem was die partij, omwille van haar xenofobie en etnocentrisme, nooit en zou zij nooit zijn partij zijn. Critici verweten hem herhaaldelijk dat hij voor Vlaams Belang een expert in de islam was, en wezen daarbij ook op zijn band met de neopaganistische beweging. Elst ondersteunt het partijprogramma van Vlaams Belang niet en staat vrij onverschillig tegenover de kwestie van de Vlaamse onafhankelijkheid. Sommige critici maken daarbij een onderscheid tussen zijn standpunt en dat van Filip Dewinter over die onafhankelijkheid.

Opvattingen over de islam

In verschillende boeken en artikelen uit Koenraad Elsts verzameling «Mening» klinkt scherpe kritiek op de islam. In het artikel «Van Ayodhya tot Nazareth», geschreven als een open brief aan de paus en bisschop Alan de Lastic, roept Elst katholieke leiders op om moslims te vragen zich te bekeren voor christenen. In het boek «Ayodhya en daarna» probeert hij een parallel te trekken tussen de gebeurtenissen in Ayodhya en het Israëlisch-Palestijnse conflict. In hetzelfde werk vergelijkt hij ook de islam met het nationaalsocialisme. Volgens Elst ligt het probleem bij de islam zelf, en niet bij moslims. Zijn visie op de islam vertoont volgens «Mening» veel gelijkenis met het neoconservatisme van het Midden-Oosten Forum, waarmee hij af en toe samenwerkt. De Belgische journalist Paul Belien vermeldt bovendien dat Elst meent dat de islam in verval is, ondanks demografische en militaire groei.

Kritiek op het hindoe-nationalisme

Koenraad Elst toonde in verschillende boeken wel sympathie voor de Hindutva-beweging, maar combineerde dat met scherpe kritiek. Hij stelde dat er binnen de beweging geen echt intellectueel leven bestond, dat haar aanhangers geen grondige en samenhangende visie op kernkwesties hadden uitgewerkt en dat de beweging zelf nauwelijks originele of omvattende werken voortbracht. Hindutva beschreef hij als een ruwe ideologie die veel ontleende aan het Europese nationalisme en zich vooral op homogeniteit richtte. Tegelijk meende hij dat de opkomst van het hindoe-nationalisme onder Brits koloniaal bestuur onvermijdelijk was, al zouden er ook andere mogelijkheden bestaan hebben.

Af en toe bekritiseerde Elst de beweging omdat zij islam volgens hem onvoldoende bekritiseerde. Hij veroordeelde ook de meest marginale auteurs binnen Hindutva wanneer die de Taj Mahal een hindoetempel noemden of beweerden dat de Veda’s alle geheimen van de moderne wetenschap bevatten. Volgens de overgeleverde gegevens bestond er een gelijkaardige verhouding tussen Elst en de hindoe-nationalistische organisatie Rashtriya Swayamsevak Sangh, vaak afgekort als RSS. Hij zag de RSS als een interessante nationalistische beweging, maar bekritiseerde tegelijk enkele bijkomstige aspecten. Zo verweet hij de organisatie dat zij niet ver genoeg ging in haar nationalisme en stelde hij dat haar intellectuele bijdrage gering was. In een geciteerd oordeel schreef hij dat de meeste pamfletten en manifesten van de RSS wel trots patriottisme en klachten over de opdeling van het hindoe-vaderland bevatten, maar geen doordachte analyse voor een echte strategie of een vernieuwende politieke koers.

Elst werd zelf geregeld bekritiseerd wegens een volgens critici partijdige houding tegenover tegenstanders van het hindoeïsme. Hij schreef dat wanneer hindoes zich beklaagden over zaken als subversieve activiteiten van christelijke missionarissen of islamitisch terrorisme, een spontaan en oprecht begrip gemakshalve werd voorgesteld als propagandamateriaal van de RSS.

Naast deze polemieken publiceerde Elst in 1990 het boek Ram Janmabhoomi versus Babri Masjid, een gevalsstudie in het hindoe-moslimconflict. Dat werk werd voorgesteld als het eerste boek over het Indo-moslimconflict in Ayodhya van een niet-Indiase auteur. Hij stelde dat vóór 1989 alle bronnen aangaven dat de Babri-moskee met geweld op de plaats van een hindoetempel was gebouwd, en dat politiek gemotiveerde geleerden de media hadden beïnvloed om twijfel te zaaien over die historische vaststelling. De anti-tempelgroep in het Ayodhya-conflict beschouwde hij als ernstig in strijd met de wetenschappelijke ethiek, en hij verklaarde dat zijn directe aanleiding om zich in het debat te mengen de weigering was om historisch bewijsmateriaal te aanvaarden door misbruik van geleerden en media-invloed.

In Negationism in India: Concealing the Record of Islam behandelde hij de witwasoperatie van de islamitische geschiedenis in India. Hij stelde dat er grote inspanningen werden geleverd om de Indische geschiedenis te herschrijven en de islam wit te wassen, en vergeleek het doel en de methoden van die vermeende geschiedvervalsing met de ontkenning van de Holocaust. Hij zei ook dat jihadontkenners de academische wereld en de pers in India domineren.

In De safran swastika analyseerde Elst het begrip ‘hindoefascisme’. Hij erkende dat er fascistische elementen bestaan binnen de Hindutva-beweging en bij anti-imperialistische denkers van een hindoewakening, maar waarschuwde tegelijk voor totalitaire trekken in elke ideologie of beweging. Dat seculiere commentatoren het woord fascisme vaak gebruiken in anti-hindoe-retoriek, verklaarde hij als een vorm van politieke dwangmatigheid, en hij noemde het beschuldigen van de hindoe-beweging van fascisme een hergebruikte kolonialistische tactiek. Ook de controverses rond de theorie van de ‘inheemse Ariërs’ binnen het hindoe-nationalisme kwamen bij hem aan bod.

Campagne tegen boeddhistische erkenning

Begin 2007 voerde Koenraad Elst een campagne tegen de erkenning van het boeddhisme als officiële religie in België. Daarbij maakte hij gebruik van een weblog en openbare voordrachten in cultuurcentra. Volgens de beschikbare gegevens baseerde hij zich daarbij op maoïstische bronnen, vooral over de Dalai Lama en het Tibetaans boeddhisme, om het verzoekschrift van de Belgische boeddhisten in diskrediet te brengen. In maart 2008 bekritiseerde hij ook de beslissing van Hugo Claus om euthanasie te laten uitvoeren. Elst stelde dat een agnostische politieke lobby Claus had beïnvloed om een compromis met de Rooms-Katholieke Kerk te sluiten.

Publicaties en standpunten

Koenraad Elst schrijft in het Engels en het Nederlands. Zijn artikelen verschijnen geregeld in het conservatieve Vlaamse tijdschrift Nucleus, in het libertair-conservatieve online tijdschrift The Brussels Journal en in het Vlaamse satirische weekblad ’t Pallieterke. Daarnaast publiceert hij ook in andere Belgische en Nederlandse bladen, en in populaire Indiase tijdschriften zoals Outlook India. Elst schreef ook het nawoord bij Daniel Pipes’ boek *De Rushdie-affaire: de roman, de ayatollah en het Westen* en publiceerde verschillende kritische werken over islamisme in het Westen. Volgens sommige bronnen onderhoudt hij contacten met de uiterst rechtse Vlaamse partij Vlaams Belang. Hij omschrijft zichzelf als een seculiere humanist met belangstelling voor religie, vooral taoïsme en hindoeïsme. Ook observeert hij de heropleving van het paganisme in Europa en behandelt hij in boeken, artikelen en interviews zijn persoonlijke motieven en zijn interesse in Indiaas communalisme en nationalisme.

Kritiek op Koenraad Elst

Koenraad Elst kreeg in verschillende publicaties forse kritiek op zijn werk over India en over hindoe-nationalistische thema’s. Manini Chatterjee bekritiseerde zijn boek over Ramjanmabhoomi en de Babri-moskee in de Calcutta Telegraph, onder meer wegens het veelvuldige gebruik van voorzichtige formuleringen zoals ‘misschien’ en ‘mogelijk’. Paul Teunissen hekelde vooral de negatieve voorstelling van Syed Shahabuddin in datzelfde werk. Thomas Blom Hansen beschreef Elst als een Belgische katholiek met radicale anti-islamitische opvattingen, terwijl Ashis Nandy hem van oneerlijkheid en moreel bankroet beschuldigde. Volgens Mira Nanda schoof Elst de schuld voor crises in de moderne samenleving af op semitisch monotheïsme. In Anatomie van een confrontatie noemde Sarvepalli Gopal hem een polemische katholiek op kruistocht in India en omschreef hij Elsts visie op eeuwenlange islamitische heerschappij in India als een met bloed doordrenkte catastrofe. Ayub Khan bestempelde hem als de meest prominente propagandist van de Sangh Parivar in het Westen en wees erop dat L. K. Advanī hem vaak citeerde tijdens zijn getuigenis voor de commissie over de afbraak van de Babri-moskee. Christian Boucher bekritiseerde dan weer De saffraanhakenkruis voor het vertrouwen op de autobiografie van Savitri Devi en voor Elsts bewering over haar biseksualiteit. Tegelijk vermeldden sommige tegenstanders dat Elst in zijn eigen publicaties ook kritiek op de Sangh Parivar uitte. Hindoe-revivalisten steunden zijn werk daarentegen doorgaans, en David Frawley beschreef hem als een expert op politieke en sociale kwesties van India, met volgens hem gedetailleerder onderzoek dan welke andere westerse auteur ook. Elsts reacties op de meeste kritiek verschenen in zijn eigen boeken en artikelen.

Scroll naar boven