Paul Rusesabagina

Portret van Paul Rusesabagina in 2006
Portret van Paul Rusesabagina in 2006

Paul Rusesabagina werd op 15 juni 1954 geboren in Murama, bij Kigali. Hij groeide op in een groot gezin met negen kinderen, in een fragiel huis van modder en stokken, en leefde samen met zijn ouders en acht broers en zussen. Zijn vader was Hutu, zijn moeder Tutsi; in Rwanda werd zijn etnische status bepaald als Hutu op basis van patrilineaire afstamming. Hij bezocht een school van de Zevende-dags Adventisten en leerde Engels en Frans, terwijl Kinyarwanda zijn moedertaal was. Rusesabagina werkte later in Kigali als manager van Hotel des Diplomates en als assistent-manager van Hotel des Mille Collines. In 1994 gebruikte hij als waarnemend manager van dat hotel zijn invloed en contacten om 1268 mensen, onder wie Tutsi’s en gematigde Hutu’s, te beschermen tegen slachtpartijen door Interahamwe-milities. Wereldwijde bekendheid kreeg hij toen deze daden in 2004 werden verbeeld in de film Hotel Rwanda.

Werk in Kigali en rol in 1994

Paul Rusesabagin werd op 15 juni 1954 geboren in Murama, Kigali. Hij is een Rwandese schrijver en zakenman. In Kigali werkte hij eerst als manager van Hotel des Diplomates. Later was hij assistent-manager van Hotel des Mille Collines. In 1994 gebruikte hij zijn invloed en contacten als waarnemend manager van Hotel des Mille Collines. Daarmee beschermde hij 1268 mensen, onder wie Tutsi's en gematigde Hutu's, tegen de slachtpartijen van de Interahamwe-milities. Zijn acties kregen wereldwijde bekendheid nadat ze in 2004 werden verbeeld in de film Hotel Rwanda.

Jeugd en familieachtergrond

Paul Rusesabagina werd geboren op 15 juni 1954 in Murama, nabij Kigali. Zijn vader was Hutu en zijn moeder Tutsi; in Rwanda werd zijn etnische status volgens patrilineaire afstamming als Hutu bepaald. Zijn vader werkte als boer, terwijl zijn moeder hem hielp bij zijn taken. Rusesabagina groeide op in een fragiele woning van modder en stokken, omringd door de natuur. Hij groeide op met negen broers en zussen en leefde met zijn ouders en acht van zijn broers en zussen in één huishouden van in totaal elf personen. Hij was het middelste kind, zes jaar jonger dan zijn oudste zus en vijf jaar ouder dan zijn jongste broer. Met zijn moeder had hij een sterke band, gebaseerd op werk en dagelijkse kleine handelingen. Hij bezocht de school van de Zevende-dags Adventisten, leerde Engels en Frans en sprak Kinyarwanda als moedertaal. In zijn jeugd maakte hij ook de conflicten van 1959 tussen Hutu en Tutsi mee.

Gezin, opleiding en werk in Kigali

Na de dood van koning Mutara III Rudahigwa, een Tutsi, namen de Tutsi’s de regeringsmacht over in Rwanda. De Hutu’s kwamen daartegen in opstand, met steun van Belgische kolonisten die gelijke etnische rechten nastreefden. In 1961 werd de Republiek Rwanda uitgeroepen door de Hutu’s, en in 1962 werd die nieuwe staatsvorm geconsolideerd.

Paul Rusesabagina trouwde in september 1967 met Esther Sembeba, toen hij 18 jaar oud was. Hij had haar leren kennen toen hij op 13-jarige leeftijd werd gedoopt als christen. In 1978 verhuisden zij met hun twee kinderen naar Kigali. Daar kreeg hij via Isaac Mulihano een job in Hotel Des Mille Collines.

Later kreeg hij van Gerad Rossier een beurs om hospitality te studeren in Nairobi. Hij volgde er een opleiding in hospitality, met bijzondere aandacht voor wijn en voeding. Nadien kreeg hij in Zwitserland ook training in hotelmanagement, met onder meer boekhouding en planning.

In 1981 ging hij uit elkaar met Esther Sembeba. Na die scheiding kreeg hij de wettelijke voogdij over de kinderen Diane, Lys en Roger. In 1987 ontmoette hij tijdens een huwelijk Tatiana, een verpleegster uit Ruhengeri. Via zijn contacten hielp hij haar overplaatsen naar het Hospital Central de Kigali. Twee jaar later trouwden ze met elkaar. Samen kregen zij een zoon, Tresor.

Carrière in het Diplomates Hotel

In 1992 werd Genocidio de Ruanda gepromoveerd tot adjunct-algemeen directeur van het Diplomates Hotel. Hij werkte er in een vijfsterrenhotel dat eigendom was van het Belgische bedrijf Sabena. Later werd hij de eerste zwarte persoon die algemeen directeur werd van het bedrijf Diplomates Hotel.

De genocide en het hotel als schuilplaats

Voor de genocide in Rwanda liep de spanning tussen Hutu’s en Tutsi’s al op. Een onafhankelijke radio groeide uit tot een extremistisches propagandamiddel, met boodschappen die waarschuwden voor een interne bedreiging van het land. Er waren bijna dagelijks toespraken die opriepen tot genocide en geweld tegen Tutsi’s. Tegelijk werden voorraden gesmokkeld en machetes verhandeld, die werden gebruikt om revolutionaire Hutu’s te bewapenen. Op de nacht van 6 april 1994 werd generaal Juvénal Habyarimana vermoord. Zijn dood verhevigde het geweld van Hutu-rebellen tegen Tutsi’s, waarna brute massaslachtingen volgden met als doel Tutsi’s en Hutu’s die dicht bij het Rwandese Patriottisch Front stonden uit te roeien.

Paul Rusesabagina kwam al aan de basis van deze gebeurtenissen in aanraking met het geweld. Toen zijn buren en zijn echtgenote, die Tutsi-status hadden, bedreigd werden, bracht hij hen naar het hotel dat hij leidde, waar zij bescherming konden vinden. Dat hotel groeide uit tot een toevluchtsoord voor veel Tutsi’s die vluchtten voor Hutu-vergelding. Paul beheerde de situatie door te onderhandelen met Hutu-milities om hen weg te houden van het hotel. Enkele VN-blauwhelmen beschermden er de vluchtelingen.

De internationale reactie bleef beperkt. De VN kreeg westerse hulp vooral om Westerlingen in het hotel te redden, terwijl westerse landen de Afrikaanse bevolking lieten zitten, hulpverzoeken negeerden en mensen in een hulpeloze en bijna dodelijke situatie achterlieten. België hielp de VN aanvankelijk met soldaten, maar trok die later terug. De Verenigde Staten weigerden tussenbeide te komen en vroegen om terugtrekking van VN-troepen.

In juli 1994 eindigde de genocide officieel toen het Rwandese Patriottisch Front Kigali innam. Daarna kwam een nieuwe regering tot stand, met de Hutu Pasteur Bizimungu als president en de Tutsi Paul Kagame als vice-president.

Bekendheid, kritiek en latere jaren

Na het genocide werkte Paul Rusesabagin voor een Belgisch horecabedrijf dat in februari 1995 wilde fuseren met Swissair. De Belgische regering greep in en werd de juridische eigenaar van de hotelketen die oorspronkelijk van dat bedrijf was. Rusesabagin behield zijn functie dankzij zijn opmerkelijke werk tijdens het vorige jaar, tijdens het genocide. Zijn vrouw opende na het genocide een apotheek in het centrum van de stad.

Rusesabagin kreeg wereldwijde bekendheid nadat de film Hotel Ruanda in première ging. Daarna werd hij ingehuurd om wereldwijd te spreken over het genocide en richtte hij de Hotel Ruanda Foundation op om toekomstige genocides te helpen voorkomen. Hij publiceerde ook een autobiografie, Un hombre común, waarin hij het genocide besprak en kritiek uitte op de regering van Kagame. Daarnaast beschuldigde hij Paul Kagame van oorlogsmisdaden die door diens troepen tijdens het bloedbad waren gepleegd en getuigde hij hierover voor een tribunaal van de Verenigde Naties.

Later kreeg hij bedreigingen nadat de media vragen stelden bij de overdrijving van zijn heldenrol. Er kwamen ook getuigen naar voren die de juistheid van zijn handelingen tijdens het genocide betwistten. De Rwandese regering voerde propaganda tegen hem om het publiek te overtuigen van valse beweringen. Rusesabagin woonde in Brussel met zijn tweede vrouw Tatiana, vier kinderen en twee geadopteerde nichten. In 2009 verhuisde hij naar Texas in de Verenigde Staten wegens onveiligheid in België na een veroordeling door de Rwandese ambassadeur. President Paul Kagame nam ook represailles tegen tegenstanders die boodschappen verspreidden tegen zijn regering of tegen Tutsi's, onder meer onder ballingen in België, Kenia, Groot-Brittannië en Zuid-Afrika.

Arrest en veroordeling in Rwanda

In september 2020 werd Paul Rusesabagin in Rwanda vastgehouden op bevel van president Paul Kagame. Hij was doelwit van beschuldigingen over moorden en betrokkenheid bij een terreurgroep. Volgens de feiten werd hij op een reis naar Burundi in een hinderlaag gelokt, waarna zijn vlucht in Kigali landde en hij daar onmiddellijk werd aangehouden.

Op 20 oktober 2021 werd hij veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. Hij werd schuldig bevonden aan het behoren tot een terroristische groep. Het proces kreeg kritiek van de Europese Unie wegens mensenrechtenschendingen. Amnesty International meldde dat hij aanvankelijk geen toegang kreeg tot juridische bijstand. De Rwandese regering reageerde niet op internationale beschuldigingen.

Na 939 dagen detentie had hij te maken met gezondheidsproblemen en meldde hij ook foltering. Hij is een 68-jarige Belgische staatsburger met permanente verblijfplaats in de Verenigde Staten. Op 25 maart werd hij vrijgelaten na omzetting van de gevangenisstraf van 25 jaar. De onderhandelingen over zijn vrijlating waren begonnen aan het einde van 2022 en gebeurden met betrokkenheid van de emir van Qatar en de Rwandese autoriteiten. Na zijn vrijlating reisde hij naar Qatar voor medische onderzoeken.

Internationale bekendheid door Hotel Rwanda

Paul Rusesabagina kreeg wereldwijd veel erkenning door de film Hotel Rwanda uit 2004. In die film werd een personage gebaseerd op zijn daden tijdens de genocide in Rwanda in 1994. Het personage is de protagonist van de film en zijn handelingen spelen zich af in een hotel. Na de film werd Rusesabagina wereldwijd breed bekend. Hij werd ook de "Schindler" van Rwanda genoemd.

De discussie rond zijn heldenstatus

De heldenfiguur van Paul Rusesabagina als historische persoon is breed bediscussieerd. In Polémica en torno al heroísmo wordt verwezen naar het boek Inside the Hotel Rwanda: The Surprising True Story, waarin een overlevende van de genocide in Rwanda in 1994 de gebeurtenissen in Hotel Rwanda anders beschrijft. Overlevende Edouard Kayihura vertelt daarin uit zijn persoonlijke geschiedenis over de periode in het hotel. Daarnaast komen ook andere getuigenissen aan bod, van Hutu's, Tutsi's en VN-vredesmachten. Volgens deze lezing wijkt de versie van de feiten op verschillende punten af van de bekende versie die vooral door de film Hotel Rwanda bekend werd. Na het internationale succes van die film werd Rusesabagina een van de bekendste Rwandezen. Toch stellen de auteurs dat hij vervolgens het gezicht werd van Hutu Power-groepen die de genocide promootten. Ook meldt het boek dat de Rwandese procureur-generaal hem beschuldigt van genocide-ontkenning en van financiering van de FDLR.

Verhalen en interpretaties rond Hotel Rwanda

Zijn verhaal kreeg bredere bekendheid als de protagonist van de film Hotel Rwanda uit 2004, die de zorg voor en redding van vluchtelingen tijdens de Rwandese genocide van 1994 uitbeeldt. Eerder werd zijn verhaal al verteld door Philip Gourevitch in het boek Queremos informarle de que ma\u00f1ana seremos asesinados con nuestras familias uit 1998. In 2006 schreef hij ook zijn autobiografie Un hombre corriente, waarin de genocide van 1994 centraal staat. Daarnaast werd zijn verhaal samen met de genocide onderzocht in meerdere publicaties, waaronder Inside the Hotel Rwanda uit 2004. Dat boek werd geschreven door twee genocideoverlevenden die hun ervaringen met hem deelden en tegelijk kritiek uitten op Paul Rusesabagina's heldenstatus en invloed.

Scroll naar boven