Paul Vanden Boeynants

Portret van Paul Vanden Boeynants in 1966
Portret van Paul Vanden Boeynants in 1966

Paul Vanden Boeynants was een Belgisch politicus met een conservatief-christendemocratische tendens. Hij werd geboren in Vorst als enige zoon van Henri Vanden Boeynants en Jeanne Lenssens. Zijn ouders waren slagers van oorsprong uit Mechelen en verhuisden van Vorst naar Etterbeek. Vanaf 1926 volgde hij les aan het Collège Saint-Michel in Etterbeek, een jezuïetencollege in Brussel, maar hij behaalde geen sterke schoolresultaten.

Daarna werd hij slagersleerling bij zijn vader en volgde hij ook een opleiding in Antwerpen. Hij speelde voetbal bij Royale Union Saint-Gilloise, tot een knieblessure in 1938 zijn loopbaan stopzette. In 1938 en 1939 vervulde hij militaire dienst. Na de Achttiendaagse Veldtocht werd hij in 1940 krijgsgevangen genomen en als tolk naar Stalag I-A gestuurd, waarna hij als Vlaming werd vrijgelaten. Hij hielp vervolgens opnieuw zijn vader en voltooide cursussen aan de Antwerpse slagersschool. In 1942 trouwde hij met Lucienne Deurinck. Later zou hij tweemaal premier van België worden. Hij overleed in Aalst.

Politieke loopbaan

Paul Vanden Boeynants was een Belgische politicus met een conservatief-christendemocratische inslag. Hij werd geboren in Vorst en overleed in Aalst. In de Belgische politiek bekleedde hij een opvallende rol doordat hij tweemaal minister-president was. Daarmee behoorde hij tot de belangrijkste politieke figuren van zijn tijd.

Jeugd, opleiding en vroege loopbaan

Paul Vanden Boeynants werd geboren in Vorst als enige zoon van Henri Vanden Boeynants en Jeanne Lenssens. Zijn ouders waren slagers van oorsprong uit Mechelen en verhuisden van Vorst naar Etterbeek. Vanaf 1926 volgde hij les aan het Collège Saint-Michel d’Etterbeek, een jezuïetencollege in Brussel, maar hij behaalde geen sterke schoolresultaten. Nadien werd hij slagersleerling bij zijn vader en volgde hij ook een opleiding in Antwerpen. Daarnaast speelde hij voetbal bij Royale Union Saint-Gilloise, tot hij in 1938 moest stoppen door een knieblessure.

In 1938 en 1939 vervulde hij zijn militaire dienst. Na de achttiendaagse veldtocht werd hij in 1940 krijgsgevangen genomen. Hij kwam terecht in het kamp Stalag I-A, waar hij als tolk werd ingezet, en werd later vrijgelaten als Vlaming. Daarna hielp hij opnieuw zijn vader en rondde hij cursussen af aan de Antwerpse slagersschool.

In 1942 trouwde hij met Lucienne Deurinck. Samen kregen zij drie kinderen: Anne, Monique en Christian. Twee jaar later, in 1944, opende hij een beroepsschool voor slagers en charcutiers.

Van slagersvertegenwoordiger tot partijleider

In 1947 richtte Paul Vanden Boeynants de vereniging van bazen van beenhouwers en charcutiers op. In datzelfde jaar leidde hij een staking tegen de reglementeringen van de minister van Bevoorrading. Binnen zijn beroep werd hij gepromoveerd omwille van zijn leiderschap en zijn redenaarsvermogen. In 1948 sloot hij zich aan bij de PSC. Bij de verkiezingen van 1949 voerde hij campagne met een rechts-populistische en antibelastingretoriek, waarna hij werd verkozen. Vanaf 1949 zetelde hij als volksvertegenwoordiger voor het district Brussel voor PSC-CVP, een mandaat dat hij tot 1979 zou uitoefenen. Tijdens de Koningskwestie steunde hij Leopold III, en in het parlement trad hij op als doeltreffend verdediger van de belangen van handelaars. In 1953 werd hij gemeenteraadslid en schepen van Brussel. Later werd hij van 1961 tot 1966 voorzitter van de PSC-CVP. In 1962 steunde hij een hervorming die een sterke staat combineerde met gemeenschapsautonomie. In 1963 en 1964 werkte hij mee aan de voorbereiding van de grondwetsherziening onder de regering-Lefèvre. Hij pleitte ook voor de oprichting van een ministerie van de Middenstand, en kreeg uiteindelijk de leiding over dat ministerie in de regering-Gaston Eyskens II.

Van eerste minister tot partijvoorzitter

Paul Vanden Boeynants was eerste minister van 1966 tot 1968. In die periode reageerde zijn regering op economische en financiële moeilijkheden met bijzondere machten. Op internationaal vlak was de regering betrokken bij de NAVO, met politieke en militaire zetels in Mons en Brussel, en ook bij de EEG. Daarnaast werd geprobeerd de relaties met het Oostblok te verbeteren. Het taaldossier werd tijdelijk on hold gezet, maar keerde in 1967 terug met de Leuvense crisis. In 1968 trad de regering af als gevolg van die crisis.

In 1969 werd Vanden Boeynants benoemd tot minister van Staat. Vanaf datzelfde jaar kreeg hij ook te maken met beschuldigingen van corruptie. Tussen 1972 en 1979 was hij minister van Nationale Defensie in de regering van Leo Tindemans. Daarna stond hij opnieuw aan het hoofd van een overgangsregering als eerste minister, vóór 1979. In 1979 werd hij in de regering van Wilfried Martens vice-eerste minister en minister van Nationale Defensie, maar hij nam al snel ontslag uit die regeringsfuncties. Tot 1981 was hij voorzitter van de PSC.

CEPIC en de interne hertekening van de PSC

Paul Vanden Boeynants richtte het Centre des indépendants, oftewel CEPIC, op om de PSC-partij opnieuw in evenwicht te brengen. Met dit initiatief wilde hij binnen de partij een andere verhouding creëren en de interne balans herstellen. Later kwam CEPIC echter onder vuur te liggen omdat het werd beschuldigd van banden met extreemrechtse elementen. Daarmee kreeg het centrum niet alleen een politieke, maar ook een omstreden reputatie binnen het bredere debat rond de PSC.

Controverse, ontvoering en latere jaren

Paul Vanden Boeynants, vaak VDB genoemd en met andere min of meer vriendelijke bijnamen, bleef een opvallende figuur in de Belgische politiek. Hij had een gerespecteerde politieke loopbaan, maar was tegelijk betrokken bij verdachte zaken, wat hem tot een controversieel personage maakte. Hij was ook de laatste Franstalige eerste minister van Belgie voor Elio Di Rupo en Charles Michel.

Op 14 januari 1989 werd hij ontvoerd door de bende van Patrick Haemers. De ontvoering werd later opgeëist door de Brigades socialistes revolutionnaires via een anonieme oproep naar Le Soir. Vanden Boeynants werd ongeveer een maand vastgehouden in Le Touquet en kwam op 19 februari 1989 vrij in Doornik, nadat een losgeld van drieenzestig miljoen Belgische frank was betaald.

Hij trok zich in 1995 terug uit het politieke leven. Nadien kreeg hij op 18 november 1996 een straf van drie jaar met uitstel en een boete voor belastingfraude en valsheid in geschrifte, maar die straf werd in beroep verminderd. Een tijdlang was hij ook directeur van het satirische weekblad Pan. Na zijn dood werd hij samen met zijn vrouw, die in 1994 overleed, bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats van Brussel.

De persconferentie en het succes van Qui?

In de Biographie wordt vermeld dat de persconferentie na de vrijlating van Vanden Boeynants werd geremixt door Paul Delnoy in een nieuwe beatstijl. Die opname verscheen als 45-toerenplaat onder de titel Qui? en de naam Brussels Sound Revolution. De plaat bereikte nummer één in België en verkocht in twee weken een bepaald aantal exemplaren. Vanden Boeynants ontving daarbij ook royalties.

Scroll naar boven