Sven Nys, ook bekend als Sven Nijs, is een Belgische wielrenner uit Bonheiden die zich vooral toelegde op het veldrijden. Hij begon op zijn achtste met BMX en veroverde acht Belgische BMX-titels. Nadien verschoof zijn aandacht naar het veldrijden in Vlaanderen. In 1995 won hij het Belgisch kampioenschap veldrijden bij de 17- en 18-jarigen. Een jaar later werd hij in München de eerste wereldkampioen veldrijden bij de beloften, en in 1997-1998 volgde een tweede wereldtitel bij de U23 in Middelfart, waar hij Bart Wellens klopte. Na zijn overstap naar de profs bij Rabobank won hij in zijn eerste seizoen 14 wedstrijden en de Superprestige. Nys won ook twee keer het wereldkampioenschap veldrijden, drie keer de Wereldbeker en meer dan 140 wedstrijden in totaal. Daarnaast reed hij mountainbike en werd hij vijf keer nationaal kampioen. Hij nam deel aan twee Olympische Spelen en stopte in 2016 met koersen. Nadien werd hij manager van de Telenet-Fidea-ploeg.
- Hoe verliep de carrière van Sven Nys in het veldrijden en welke resultaten behaalde hij?
- Hoe verliep de overgang van Sven Nys van BMX naar de profs in het veldrijden?
- Hoe verliep Sven Nys’ carrière in de seizoenen 2002-2003 tot en met 2007?
- Waarom stapte Sven Nys over naar Landbouwkrediet-Tönissteiner en wat bereikte hij daar?
- Hoe verliepen de laatste seizoenen van Sven Nys, met zijn belangrijkste rivalen, titels en afscheid?
- Hoe verliep Sven Nys’ overgang naar het mountainbiken en welke resultaten leverde dat op?
- Welke belangrijke titels en records behaalde Sven Nys in zijn carrière?
- Waarom kreeg Sven Nys de bijnamen Cannibale de Baal, De Keizer van het veldrijden en De Koning van de Koppenberg?
- Hoe onderscheidde Sven Nys zich op technisch en tactisch vlak, en in welke sprintzeges kwam dat tot uiting?
- Hoe zag het privéleven en gezin van Sven Nys eruit?
- Welke boeken schreef Sven Nys over zijn leven en zijn passie voor veldrijden?
Carrière in het veld en daarbuiten
Sven Nys, ook bekend als Sven Nijs, is een Belgische wielrenner uit Bonheiden die zich specialiseerde in het veldrijden. In de jaren 2000 en 2010 domineerde hij die discipline. Hij werd wereldkampioen veldrijden in 2005 en 2013 en won drie keer de Wereldbeker veldrijden. In totaal behaalde hij meer dan 140 overwinningen in wedstrijden. Naast veldrijden kwam hij ook uit in het mountainbiken en werd hij daarin vijf keer nationaal kampioen. Hij nam deel aan twee Olympische Spelen. In 2016 beëindigde hij zijn wielercarriere en werd hij manager van het Telenet-Fidea-team.
Van BMX naar het veldrijden
Sven Nys begon op achtjarige leeftijd met BMX en won daarin acht nationale titels. Nadien verschoof zijn aandacht naar het veldrijden in Vlaanderen. In 1995 won hij als 17-18-jarige het Belgisch kampioenschap veldrijden. Een jaar later, in 1996-1997, werd hij in München de eerste wereldkampioen veldrijden bij de beloften. In 1997-1998 herhaalde hij dat resultaat in Middelfart, waar hij opnieuw wereldkampioen U23 werd. In beide gevallen versloeg hij Bart Wellens voor de wereldtitels bij de beloften.
Na 1998 maakte Nys de overstap naar de profcategorie bij de Nederlandse Rabobank-ploeg. In zijn eerste profseizoen won hij 14 wedstrijden. Hij pakte toen ook de Superprestige, werd derde in de Wereldbeker, behaalde brons op het Belgisch kampioenschap veldrijden en eindigde zesde op het wereldkampioenschap. In zijn tweede profseizoen won hij opnieuw de Superprestige, ditmaal voor het tweede jaar op rij, en hij schreef ook de Wereldbeker veldrijden op zijn naam. Daarnaast won hij het Belgisch kampioenschap veldrijden.
Op het wereldkampioenschap van 2000 in Saint-Michel-Gestel volgde hij ploegorders en ging hij niet voluit voor de overwinning, zodat Richard Groenendaal wereldkampioen werd. In het seizoen 2000-2001 had hij last van een blessure en won hij geen titels. In 2001-2002 keerde hij terug met winst in de Superprestige voor de derde keer en opnieuw winst in de Wereldbeker. Op het wereldkampioenschap van 2002 in Zolder behaalde hij brons.
Pieken, tegenslagen en dominantie
In het seizoen 2002-2003 reed Sven Nys een sterk jaar. Hij won de Superprestige, de Trophée GvA en het Belgisch kampioenschap. Op het wereldkampioenschap elite eindigde hij als vijfde. In datzelfde seizoen werd Bart Wellens wereldkampioen, vóór Mario De Clercq en Erwin Vervecken.
Het seizoen 2003-2004 bracht geen titel of klassement op. Bart Wellens domineerde dat jaar, terwijl Nys geen enkele ranking of titel won. Op het wereldkampioenschap gaf hij op. Tijdens de jacht op de overwinning van Richard Groenendaal beschuldigde hij Belgische collega’s ervan in de sprint te zijn overgenomen. Na dat seizoen besliste hij om altijd voor de overwinning te gaan, ongeacht de nationaliteit van zijn tegenstanders.
In 2004-2005 zette Nys een uitzonderlijk seizoen neer. Hij won 25 koersen, werd Belgisch kampioen en wereldkampioen, en pakte zeven wereldbekermanches. Daarnaast won hij ook de Superprestige en de Trophée Gazet van Antwerpen. Hij sloot het jaar af als nummer één van de wereldranglijst en kreeg de bijnaam De Keizer van het veldrijden. In Saint-Wendel in Duitsland werd hij de eerste professionele wereldkampioen. In de wereldtitelstrijd eindigde hij voor Erwin Vervecken en Sven Vanthourenhout. Dat seizoen werd hij ook de eerste en enige renner die de Grand Chelem in het veldrijden won.
Ook in 2006 bleef hij op topniveau presteren. Hij won alle uitdagingen en opnieuw het Belgisch kampioenschap. Hij was wereldkampioen en topfavoriet, maar verloor de wereldtitel door een val in de laatste ronde. In het seizoen 2006-2007 won hij alle acht manches van de Superprestige en werd daarmee de eerste die alle ronden van dezelfde uitdaging won. Zijn zegereeks in de Superprestige liep op tot 13 opeenvolgende overwinningen, van Hoogstraten in 2005 tot Asper Gavere in 2007. Daarnaast won hij de onofficiële wereldbekerklassementen en de Trophée Gazet van Antwerpen. Het Belgisch kampioenschap behield hij dat seizoen niet; Bart Wellens won die koers. Op het wereldkampioenschap in Hooglede-Gits kende hij ook een moeilijke dag met drie valpartijen: eerst in een zware crash met Bart Wellens, daarna door een fout van Erwin Vervecken en ten slotte door een eigen fout. Hij werd elfde. Hij sloot het seizoen 2006-2007 af met 30 zeges en overwinningen in alle uitdagingen, maar zonder wereldtitel.
Het seizoen erna won hij opnieuw de onofficiële wereldbekerklassementen, de Superprestige en de Trophée Gazet van Antwerpen. Hij werd voor de vijfde keer Belgisch professioneel kampioen, maar slaagde er niet in een tweede wereldtitel te veroveren. Lars Boom pakte de wereldtitel, terwijl Nys voor de derde keer het brons behaalde.
Overstap naar Landbouwkrediet-Tönissteiner
Na tien jaar bij Rabobank tekende Sven Nys bij Landbouwkrediet-Tönissteiner. Hij gaf aan zijn carrière bij die ploeg te willen afsluiten. In die periode behaalde hij met Landbouwkrediet-Tönissteiner grote successen: hij won de Wereldbeker, de Superprestige, het Trophée Gazet van Antwerpen en het Belgisch kampioenschap.
Laatste jaren, rivalen en afscheid
In het seizoen 2009-2010 won Sven Nys de Trophée Gazet van Antwerpen en het Belgisch kampioenschap. Dat seizoen kende ook tegenslag: in Diegem moest hij een Superprestige-wedstrijd opgeven nadat zijn derailleur was gebroken. Op het einde van dat seizoen behaalde hij opnieuw brons op het wereldkampioenschap. Terwijl Zdenek Stybar wereldkampioen werd, groeide er volgens de Belgische pers een nieuwe generatie van grote namen met Biographie, Niels Albert en Zdenek Stybar als De Grote Drie. Later, met de opkomst van Kevin Pauwels, werd daarover gesproken als De Grote Vier.
In 2011-2012 bleef Nys op hoog niveau presteren. Hij won opnieuw de Superprestige en het Belgisch kampioenschap, voor de achtste keer. In de Trophée GvA moest hij de algemene rangschikking wel opgeven door een mechanisch probleem in Essen. Kevin Pauwels won dat jaar zowel de algemene rangschikking van de Trophée GvA als de Wereldbeker. Op het wereldkampioenschap in Koksijde won Niels Albert de titel voor een publiek van ongeveer supporters, terwijl Nys zevende werd. Na die wedstrijd zei hij in een interview dat dit misschien wel zijn laatste deelname aan een wereldkampioenschap was. Enkele maanden later kwam hij daarop terug.
Een jaar later werd hij in Louisville voor de tweede keer wereldkampioen, na een duel met Klaas Vantornout. In dezelfde seizoen won hij ook voor de twaalfde keer de Superprestige. Het seizoen 2012-2013 werd gekenmerkt door een lang duel met Niels Albert. Door ziekte van kerst tot nieuwjaar liep Nys puntenverlies op in de algemene klassementen. Niels Albert won toen de Wereldbeker en de Trophée Banque Bpost. In Mol werd Klaas Vantornout Belgisch kampioen, met Nys op de tweede plaats.
Eind 2013 viel zijn ploeg Crelan-Euphony uiteen om financiële redenen. Daarna kwamen Crelan en Nys samen met Sven Vanthourenhout in een nieuwe ploeg, Crelan-AA Drink. In 2013-2014 domineerde Nys de Trophée Banque Bpost door vijf van de acht wedstrijden te winnen en ook het eindklassement binnen te halen. In de Superprestige nam hij de leiding, maar na Gieten ging die over naar Niels Albert. Nys eindigde wel in alle andere Superprestige-crossen op het podium, won er vier en pakte het eindklassement met evenveel punten als Albert. In de Wereldbeker speelde hij geen grote rol. Op het Belgisch kampioenschap in Waregem veroverde hij zijn negende nationale titel, op een titel van het record van Roland Liboton. Op het wereldkampioenschap in Hoogerheide werd hij na een fout in de slotronde geklopt door Zdenek Stybar en pakte hij zilver, goed voor een verzameling van negen WK-medailles, waaronder twee titels.
Het seizoen 2014-2015 werd bepaald door de opkomst van Mathieu van der Poel, Lars van der Haar en Wout van Aert. Nys eindigde dat seizoen elfde in de UCI-ranking met vier zeges. In 2015 kondigde hij zijn afscheid aan, met het einde van zijn carrière in Antwerpen. Ter voorbereiding op zijn laatste crossseizoen won hij nog de Ronde van Vlaams-Brabant op de weg. In zijn laatste veldritseizoen won hij één Wereldbekerwedstrijd en werd hij vierde op het wereldkampioenschap. Zijn laatste wedstrijd reed hij in Oostmalle op 27 december 2015. Op 5 en 6 januari 2016 volgde in Antwerpen het afscheidsmoment Merci Sven.
Van eerste mountainbikekoersen tot olympische selectie
In 2005 nam Sven Nys voor het eerst deel aan cross-country mountainbikewedstrijden, met als doel zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking. In zijn tweede officiële mountainbikewedstrijd won hij al het Belgisch kampioenschap cross-country in Tervuren. Daarna plaatste hij zich twaalfde op het Europees kampioenschap mountainbike. In 2006 werd hij tweede op het Belgisch nationaal kampioenschap in Bastogne, achter Filip Meirhaeghe. Een jaar later won hij in Ottignies opnieuw een nationale mountainbiketitel, en daarnaast ook de Stappenbelt Rabobank MTB Trophy en de Hondsrug Classic. Door in 2007 als 23ste te eindigen op het wereldkampioenschap mountainbike, verzekerde hij zich van deelname aan de Olympische Spelen van 2008 in Peking. Daarmee werd hij een van de weinige veldrijders die zich voor de Spelen kwalificeerden, na Daniele Pontoni, Luca Bramati en Peter Van Den Abeele. Hij bereikte een optimale voorbereiding voor dat toernooi, nam in 2008 deel aan het Europees kampioenschap en werd zesde in een wereldbekerronde in Fort William. Op de Olympische Spelen eindigde hij als beste Belg op de negende plaats en streed hij mee voor de bronzen medaille.
Overwinningen en records
Sven Nys bouwde een uitzonderlijk palmares op met tal van titels en records. Hij won de Superprestige dertien keer tussen 1999 en 2014, de Wereldbeker drie keer in 2000, 2002 en 2009, en de GVA/Banque Bpost Trophy negen keer tussen 2003 en 2014. Daarmee bezit hij het record in de Superprestige, de Wereldbeker en de GVA/Banque Bpost-challenge. Daarnaast werd hij negen keer Belgisch kampioen tussen 2000 en 2014. Op wereldniveau kroonde hij zich twee keer tot wereldkampioen, in Saint-Wendel in 2005 en in Louisville in 2013. In totaal boekte hij meer dan 300 overwinningen over alle categorieën heen, inclusief junior, espoir en prof. Als prof behaalde hij 64 Superprestige-ritten, 49 Wereldbeker-ritten en 50 GVA/Banque Bpost-ritten, met daarnaast 112 Wereldbekerpodiums, 80 Wereldbekerpodiums en 83 GVA/Banque Bpost-podiums.
Bijnaam en succes in de veldritten
Sven Nys kreeg de bijnaam Cannibale de Baal door zijn sterke drang om races te winnen. Door zijn indrukwekkende palmares staat hij ook bekend als De Keizer van het veldrijden. Zijn favoriete wedstrijd is de Koppenbergcross, die hij negen keer won. Daarom draagt hij ook de bijnaam De Koning van de Koppenberg.
Techniek, tactiek en sprintzeges
Sven Nys stond bekend om zijn technische vaardigheden op de fiets en zijn vermogen om zijn evenwicht te bewaren op lastige ondergronden zoals sneeuw, modder en zand. Daardoor kon hij in wedstrijden ook planken oversteken op de fiets, wat hem tijdwinst opleverde. Die manier van rijden werd later door andere renners nagevolgd nadat hij die plankovergangen had gedemonstreerd.
Tactisch koos Nys er vaak voor om niet samen met andere renners te finishen, omdat hij niet de beste sprinter was. Meestal zette hij in de laatste ronde vol door om zijn concurrenten op afstand te rijden en alleen aan te komen. Toch boekte hij ook sprintzeges in sterk bezette wedstrijden met een hoog tempo, waarin weerstand en uithoudingsvermogen zwaar doorwogen. Zo won hij in 2008 de wereldbekerwedstrijd in Kalmthout, in 2009 de cross van Niel door Niels Albert te kloppen in een duel, en in 2010 de sprint van de Trophée GVA in Lille tegen Zdenek Stybar. Ook behaalde hij meerdere sprintoverwinningen tegen landgenoot Kevin Pauwels, onder meer in Asper-Gavere tijdens de Superprestige 2010-2011.
Tijdens zijn hele loopbaan werd hij begeleid door de Belgische trainer Paul van den Bosch.
Privéleven en gezin
Sven Nys trouwde in 2002 met Isabelle. Isabelle beheerde zijn zaken en ook een kapsalon in Baal. In datzelfde jaar kregen ze een zoon, Thibau. Thibau werd later zelf ook actief als veldrijder. In 2014 gingen Sven Nys en Isabelle uit elkaar.
Boeken over zijn leven en passie
Bibliographie publiceerde het boek 'Ik, Sven Nys' ('Moi, Sven Nys'), waarin zijn naam rechtstreeks aan de titel verbonden werd. In 2013 schreef hij ook een tweede boek, 'Mijn Leven' ('Ma vie'). Daarnaast schreef hij een boek over zijn passie voor cyclo-cross. Deze publicaties tonen dat zijn loopbaan en persoonlijke beleving niet alleen op het sportieve vlak, maar ook in boekvorm aandacht kregen.