Jean Thiriart

Portret van Jean Thiriart, Belgische politieke theoreticus
Portret van Jean Thiriart, Belgische politieke theoreticus

Jean Thiriart werd geboren in Brussel op 22 maart 1922 en overleed op 23 november 1992. Hij was een Belgische nationalist, geopoliticus en vertegenwoordiger van de ideologie van de Derde Weg of Derde Positie. Thiriart groeide op in een familie met sociaaldemocratische en antiklerikale overtuigingen, die hij zelf als burgerlijk omschreef. Hij vermeldde dat de familienaam een Duitse etymologie heeft en afkomstig is van de naam Theoderich. Hij volgde het voorbeeld van zijn vader, die van opleiding opticien was, en schreef zich in aan de Hogere Technische School.

In 1936-1937 nam hij actief deel aan de Belgische politiek. Hij was betrokken bij de organisatie United Young Socialists, bij de Anti-fascist Socialist Union en bij andere linkse bewegingen. Tijdens internationale hulpacties sloot hij zich aan bij een groep die de Spaanse Republiek steunde. In 1939 werkte hij actief mee aan linkse pacifistische bewegingen. Hij was ook verbonden aan een groep onder leiding van een jonge advocaat uit de socialistische partij met meer linkse standpunten. Na de oorlog trad Pierre Vermeylen in 1945 op als zijn advocaat bij het Belgisch Militair Gerechtshof; Vermeylen was later minister in meerdere Belgische regeringsposten.

Politieke identiteit en denkkader

Jean Thiriart werd geboren op 22 maart 1922 en overleed op 23 november 1992. Hij was een Belgische nationalistische politicus en geopoliticus. In zijn politieke en ideologische positie stond hij voor de stroming van de Derde Weg, ook wel de Derde Positie genoemd.

Vroege politieke vorming en oorlogsjaren

Jean Thiriart werd geboren in Brussel op 22 maart 1922. Hij groeide op in een burgerlijke familie met sociaaldemocratische en antiklerikale overtuigingen. Zelf gaf hij aan dat de familienaam een Duitse etymologie heeft en teruggaat op de naam Theoderich. Hij volgde het voorbeeld van zijn vader, die opticien was van opleiding, en schreef zich in aan de Hogere Technische School.

Al vroeg raakte hij betrokken bij de Belgische politiek. In 1936 en 1937 nam hij actief deel aan politieke activiteiten, onder meer via de organisatie United Young Socialists. Daarnaast was hij betrokken bij de Anti-fascist Socialist Union en andere linkse bewegingen. Ook sloot hij zich aan bij een groep die steun verleende aan de Spaanse Republiek tijdens internationale hulpacties. Hij was bovendien verbonden aan een groep onder leiding van een jonge advocaat uit de socialistische partij, die meer linkse standpunten innam.

In 1939 werkte Thiriart actief mee aan linkse pacifistische bewegingen. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij de Fichte Bund, een nationaal-bolsjewistische organisatie die voornamelijk bestond uit voormalige activisten van de Communist Workers' Party of Germany. Binnen die invloedssfeer werden ook Fritz Wolfheim en Heinrich Laufenberg genoemd als vroegere leiders van de nationaal-bolsjewistische vleugel van die partij, terwijl Ernst Niekisch als theoreticus van het Duitse nationaal-bolsjewisme gold.

In 1940 werd hij lid van Friends of the Greater German Reich, een groepering die voormalige ultra-linkse activisten verenigde die collaboratie steunden. Belgische emigranten namen Jean Tiriar op in een liquidatielijst in 1943. Er wordt ook beweerd dat hij korte tijd een speciale opleiding kreeg onder luitenant-kolonel Skorzeny. Na de oorlog werd Thiriart veroordeeld tot gevangenisstraf wegens collaboratie. Hij zat drie jaar gevangen, waarna hij werd vrijgelaten. Bij zijn korte opsluiting speelden steun van Pete Vermeylen en getuigenissen van Belgische communisten uit het verzet een rol. In 1959 werd hij volledig gerehabiliteerd door het Hof van Beroep in Brussel. Na zijn vrijlating werkte hij opnieuw als optometrist en in 1960 keerde hij terug naar actieve politieke bedrijvigheid.

Politieke actie en internationale contacten

Thiriart richtte het Comité voor Actie ter Bescherming van Belgen in Afrika op en later ook de Burgeractiebeweging, beter bekend als MAC. Die beweging wilde aanvankelijk de Belgische controle over Congo behouden, maar schaarde zich tijdens de Katangarebellie achter de separatist Moïse Tshombe. Thiriart werd benoemd tot coördinator van de internationale betrekkingen van MAC en legde ook contacten met de Franse geheime organisatie OAS. Samen richtten MAC en OAS in 1960 het Brusselse reisbureau Le Cagol op. Via dat kantoor werden Europese huurlingen gestuurd voor het leger van Tshombe.

Van Venetie tot een pan-Europese beweging

In 1962 richtte Jean Thiriart Jong Europa op als de politieke vleugel van MAC. Hij nam daarbij uitgesproken pan-Europese nationalistische standpunten in. De eerste afdelingen verschenen in Frankrijk, Spanje en Italie, en in 1963 breidde de beweging zich verder uit over West-Europa, onder meer naar Oostenrijk, Duitsland, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Zwitserland.

Op 4 maart 1962 vond in Venetie een internationale conferentie plaats, op initiatief van Sir Oswald Mosley. Die bijeenkomst had tot doel rechtse Europese bewegingen te coordonneren en een zogenaamde Derde Front te vormen. Jong Europa en MAC steunden daar het unionistische initiatief, net als de Italiaanse Sociale Beweging en de Socialistische Rijkspartij. De conferentie leidde tot de vorming van de zogenaamde Nationale Partij van Europa, maar dat project mislukte door meningsverschillen tussen Thiriart en Adolf von Thadden.

Thiriart bekritiseerde von Thadden om diens racistische en sterk anti-communistische houding. Hij stelde zich juist op als Europeaan, in contrast met von Thaddens Duitse nationalisme en anti-communisme. Vanuit die positie werkte Thiriart een ideologie uit gebaseerd op unionistische idee?n over pan-Europese socialisme en over een Europa van Lissabon tot Vladivostok. Zijn visie draaide om de eenmaking van Europa als een enkel imperium, onafhankelijk van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Bij de ontwikkeling van die denkwereld speelde Francis Parker Yockey een belangrijke rol. Yockey was een Amerikaanse traditionalistische filosoof en radicaal politicus, een volgeling van Spengler, die bekendheid verwierf met Imperium: filosofie van geschiedenis en politiek. Hij had na de oorlog ook het Front of European Liberation opgericht, dat als prototype diende voor Jong Europa. Via zijn tijdschrift Front-fighter en het werk Imperium formuleerde Yockey zelf ook idee?n van een verenigd Europa, die Thiriart sterk beinvloedden.

Amerikaanse vijandschap en Europees radicalisme

Jong Europa zag de Verenigde Staten als een imperium van het kwaad dat de Europese identiteit wilde vernietigen. Volgens deze visie hadden de Verenigde Staten Engelse, anti-continentale en anti-Europese tradities overgenomen. Die Amerikaanse vijandigheid werd niet alleen als een geopolitiek standpunt geformuleerd, maar ook als een kernmotief voor alle Europese radicalen. De beweging stelde zelfs dat de americanofobie onder Europese nationalisten begon in de periode van Jong Europa.

Tegelijk keek Jong Europa anders naar Rusland. De Russen werden beschouwd als een van de grote Europese volkeren en als minder gevangen door ideologie dan door de politieke klasse van de CPSU. De USSR werd voorgesteld als een Europese macht, of zij dat nu wilde of niet. In dat kader stelde Jong Europa dat de geopolitieke grenzen van Europa in het Verre Oosten samenvielen met de grenzen van Rusland. Vladivostok werd daarbij gezien als een Europese stad, zoals Dublin of Reykjavik.

Binnen die bredere visie op Europa verdedigde Jong Europa, samen met Thiriart, ook het politieke concept van Europees syndicalisme. Die ideologische lijn werd bovendien beïnvloed door Juan Peron, die in Spanje leefde. De beweging baseerde haar idee op het verenigen van Europa en de Derde Wereld tegen de Amerikaanse dominantie.

Internationale contacten en politieke steun

Jean Thiriart deed een beroep op niet-gebonden regimes en reisde naar het Midden-Oosten om zijn standpunten uit te dragen. Daarbij kreeg hij steun van de Egyptische president Nasser en ontmoette hij de Iraakse leider Ahmed Hassan al-Bakr. Ook toonde hij sympathie voor het regime van Nicolae Ceausescu, dat hij als nationaal-communistisch beschouwde. Daarnaast sprak hij zich positief uit over maoistisch China. In juni 1966 ontmoette hij Zhou Enlai in Boekarest, waar hij met hem sprak over de vooruitzichten van een Europese bevrijdingsbeweging.

De Europese bevrijdingsbrigades

In 1963 werden de Europese bevrijdingsbrigades uitgedacht in het tijdschrift Nouvelle Europe, dat door Jeune Europe werd uitgegeven. De structuur was gemodelleerd naar het operationele netwerk van de Franse ondergrondse organisatie OAS en had als doel een grootschalige partizanen- en terreurstrijd tegen de NAVO te voeren. Jeune Europe kreeg daarbij steun van radicale rechtse groepen in Italië, zoals Ordine Nuovo en Avanguardia Nazionale, en kon rekenen op een belangrijke achterban, met tot 1.000 strijders en een stevige ondersteunende structuur, onder meer via de OAS.

Tussen 1963 en 1966 richtten activisten van Jeune Europe tientallen paramilitaire kampen op voor de Europese bevrijdingsbrigades, vooral in Francoistisch Spanje. De grootste kampen behoorden tot de OAS. Naast de kampwerking voerde de beweging ook actieve propaganda en werkte ze aanvalsplannen uit tegen NAVO-kazernes en -kantoren. In die plannen ging het zelfs om gelijktijdige moorden op veel politiemannen in grote Europese steden, waarna ideologische toelichting na de gecoördineerde acties voorzien was.

Via Jean Thiriart kwamen de Europese bevrijdingsbrigades ook in onderhandeling met het Palestine Liberation Front. Toen die samenwerking geen succes opleverde, verlieten in oktober 1968 ongeveer 150 strijders van Jeune Europe het Midden-Oosten. Ondertussen bouwde de beweging haar activiteit verder uit in de communistische landen: ze voerde uitgebreide propaganda in de landen van het Warschaupact en zette agenten in in Hongarije, Polen, Roemenië en andere socialistische landen. In september 1969 arresteerde de KGB agenten van de Europese bevrijdingsbrigades in Moskou, onder wie de Italiaanse burger Valtenio Takki en zijn vrouw Teresa Marinuzzi. In datzelfde jaar werd de organisatie ontbonden.

Nieuwe activiteiten na het ontbinden van de brigades

Na het ontbinden van de Europese bevrijdingsbrigades stopte Jean Thiriart tijdelijk met politieke activiteit en richtte hij zich op zaken en wetenschappelijk werk. In die periode werd hij voorzitter van de European Society of Optometry. Bovendien kreeg hij toegang tot Zwitserland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Volgens George J. Michael werkte Thiriart in de jaren 1970 ook als adviseur voor Fatah.

Van Europa naar Eurazië

In de late jaren zeventig wijzigden zijn opvattingen duidelijk. Hij kwam tot de conclusie dat een loutere Europese oplossing niet volstond om zich te bevrijden van de Amerikaanse hegemonie. Volgens hem was de voornaamste voorwaarde voor Europese bevrijding een unie met de USSR. Daarbij verschoof zijn geopolitieke model van drie zones naar twee: enerzijds het Westen, anderzijds het Euraziatische continent.

Hij stelde dat Europa moest kiezen voor Sovjetsocialisme in plaats van Angelsaksisch kapitalisme. In het begin van de jaren tachtig trad hij op als ideoloog van de Derde Weg. In dat kader verdedigde hij de oprichting van een verenigde Euraziatische staat, van IJsland tot aan de Stille Oceaan. Die staat moest volgens hem seculier, unitair en gecentraliseerd zijn, gebaseerd op een civiele natie.

Hij ging ervan uit dat een klasseloze samenleving alleen verzekerd kon worden door de supermacht van de staat. In 1984 werden deze ideeën gepubliceerd in het boek Euro-Soviet Empire from Vladivostok to Dublin. Daarin beschouwde hij de USSR als de laatste onafhankelijke staat in Europa, van de Atlantische Oceaan tot het Sovjetverre Oosten.

Hij stelde bovendien dat Europese landen politieke hegemonie aan de Sovjet-Unie moesten toegeven. Dat vergeleek hij met de oproep van Isocrates aan de Grieken om zich aan de Macedoniërs te onderwerpen tegen de Perzen. Ook zei hij dat men inspanningen leverde om een verenigd politiek Europa te verhinderen door het onder de hoede van de NAVO te houden. Hij verwees daarbij naar maatregelen zoals het sturen van een Britse Trojaanse paard en het beroven van Europa van een atoomindustrie. Volgens hem hadden al die inspanningen als doel een toenadering tussen de USSR en Europa te vermijden.

De euro-Sovjetische imperiumgedachte

De euro-Sovjetische imperiumgedachte steunt sociaal-economisch op het communitarisme zoals ontwikkeld door René Dastier. Binnen die visie krijgt de politiek voorrang op de economie. Er is steun voor vrije productieve ondernemerschap, terwijl financieel kapitaal wordt onderdrukt. De politieke theorie wordt ook opgebouwd rond het principe van de autarkie van grote ruimten, ontleend aan Friedrich List. Daaruit volgt dat een voldoende geopolitieke schaal en grote territoriale mogelijkheden noodzakelijk zijn voor strategische en economische ontwikkeling.

In politiek opzicht wil deze gedachte de Europese staten verenigen in een enkel imperium om zich te kunnen verzetten tegen de Verenigde Staten en om wereldrelevantie te behouden. De euro-Sovjetische imperiumgedachte identificeert zich met de politieke evolutie van Jean Thiriart en ziet die als een terugkeer naar zijn oorspronkelijke ideeën. Ze plaatst zich bovendien in de traditie van een Europees nationaal-bolsjewisme, geïnspireerd door Ernst Niekisch. Ook historische voorbeelden zoals Jozef Stalin en Friedrich II Hohenstaufen worden als inspiratiebronnen genoemd. In Superhuman Communism wordt daarbij gewezen op een synthese van niet-marxistisch communisme met niet-racistisch nationaal-socialisme.

In 1992 bezocht deze stroming Moskou en kwam ze in contact met vertegenwoordigers van de Russische patriottische oppositie.

Scroll naar boven