Arthur Grumiaux

Portret van Arthur Grumiaux als violist in 1965
Portret van Arthur Grumiaux als violist in 1965

Arthur Alix Ghislain Grumiaux werd geboren in Villers-Perwin, ten noorden van Charleroi in België, en overleed in Brussel. Hij was een Belgische virtuoze violist en pedagoog die op achttienjarige leeftijd professioneel werd. Grumiaux zette zich in om de Belgische vioolkunst internationaal te promoten en sloot aan bij de traditie van voorgangers zoals Hendrik Vieuxtemps en Eugène Ysaÿe.

Hij was het enige kind van Marie-Ghislaine Fichefet en Jean-Baptiste Grumiaux. Zijn vader was tijdens zijn jeugd weinig aanwezig, waardoor zijn moeder voor zijn ondersteuning zorgde. Grumiaux groeide op bij zijn grootouders in Fleurus, nabij Villers-Perwin. Van zijn grootvader Jean-Baptiste Fichefet, een gepensioneerde muzikant van het Regiment van de Jagers te Voet, kreeg hij viool- en pianolessen. Zijn familie had een lange muzikale traditie: meerdere verwanten waren actief als muzikant, leraar of begeleider.

Loopbaan en internationale uitstraling

Arthur Grumiaux werd op achttienjarige leeftijd beroepsmuzikant. Als Belgisch virtuoos violist en pedagoog zette hij de Belgische vioolkunst internationaal in de verf. Daarmee sloot hij aan bij de traditie van zijn voorgangers Henri Vieuxtemps en Eugène Ysaÿe. Grumiaux werd geboren in Villers-Perwin bij Charleroi in België en overleed in Brussel.

Jeugd en familie

Arthur Grumiaux werd geboren in Villers-Perwin, ten noorden van Charleroi, in België. Hij was het enige kind van Marie-Ghislaine Fichefet en Jean-Baptiste Grumiaux. Zijn vader was tijdens zijn kinderjaren zelden aanwezig, terwijl zijn moeder werkte om hem te ondersteunen. Grumiaux werd daarom opgevoed door zijn grootouders in Fleurus, in de buurt van Villers-Perwin. Van zijn grootvader, Jean-Baptiste Fichefet, kreeg hij lessen viool en piano.

Muzikale familie en eerste optreden

Arthur Grumiaux kwam uit een familie met een lange muzikale traditie. Binnen die familie waren er verschillende muzikale figuren, onder wie Joseph Fichefet, een oom van Arthur Grumiaux en dirigent van een bekend orkest in Parijs. Ook Jean-Baptiste Fichefet, een gepensioneerd musicus van het Regiment der Jagers te Voet, had een eigen muziekwinkel en gaf in Fleurus les in verschillende instrumenten. Joseph Fichefet, de zoon van Jean-Baptiste Fichefet, was klarinettist en saxofonist, behaalde in 1910 de Grote Eerste Prijs van het Conservatorium van Brussel en bouwde later een muzikale loopbaan uit in Parijs. Catherine Fichefet en Mathilde Fichefet gaven lessen en begeleidden in Charleroi stilfilms muzikaal. Verder wordt in de familie ook J.-B. Baude vermeld, grootvader van Jean-Baptiste Fichefet, als muziekkapelmeester en uitstekend violist, en Joseph Baudé-Bonaventure als een befaamd musicus. Arthur Grumiaux gaf zijn eerste concert in Fleurus toen hij vijf en een half jaar oud was. Bij dat optreden werd zijn muzikaal talent door de pers geprezen.

Opleiding en vroege onderscheidingen

Arthur Grumiaux trad op vijfjarige leeftijd toe tot het Conservatorium van Charleroi, terwijl hij tegelijk regulier onderwijs volgde aan het Bisschoppelijk Instituut Sint-Victor te Fleurus. Aan het conservatorium studeerde hij viool en piano bij Fernand Quinet, directeur van het Conservatorium van Charleroi, en volgde hij ook solfègelessen. Al in 1928 werd hij beschouwd als een virtuoos op viool en piano; datzelfde jaar slaagde hij voor de eindexamens piano en viool met de hoogste onderscheiding en behaalde hij een vermelding voor solfège. In 1929 kreeg hij een onderscheiding met vermelding voor middelbare solfège en hoge onderscheidingen voor piano en viool.

In 1932 behaalde Grumiaux eerste prijs viool met de hoogste onderscheiding in de klas van M. Béthume, en daarnaast een eerste vermelding voor piano in de klas van M. Delvigne, met felicitatie van de jury. Ook ontving hij toen de eerste prijs met de hoogste onderscheiding voor bladlezing, transpositie en solfège in de klas van M. Henry. Tussen 1932 en 1933 studeerde hij harmonie bij Henry Sarly aan het Conservatorium van Charleroi. In 1933 werd hij toegelaten tot de hogere harmonielessen en tot de vioolklassen van Fernand Quinet en Alfred Dubois. Op veertienjarige leeftijd, in 1935, won hij de eerste prijs viool met grote onderscheiding en de eerste prijs kamermuziek met onderscheiding; in hetzelfde jaar eindigde hij als tweede in de gevorderde harmoniecursus.

Eerbetoon in Fleurus

Op zaterdag 1935 organiseerde de stad Fleurus een huldebetoon aan Arthur Grumiaux. Bij die gelegenheid namen drie muziekmaatschappijen deel aan het programma. Ook trok er een processie door de stad, met de burgemeester, twee schepenen, een notaris, de gemeentesecretaris en een politiecommissaris. De stoet doorkruiste daarbij verschillende straten van Fleurus.

Doorbraak en wedstrijden in 1936

In 1935 viel Arthur Grumiaux al op bij een ontvangst in het stadhuis, waar de overheden en zijn grootvader aanwezig waren. Hij ontving toen een kostbare boog en bloemen van de overheden. Kort daarop trad hij op 26 oktober 1935 op in het Maison des Arts in Brussel met de Vereniging van Blaasinstrumenten, waar hij Eugène Ysaÿe’s Sonate nr. 3 in d-klein speelde. Op 27 oktober 1935 volgde een optreden op de Belgische Katholieke Radio, met het voorspel tot Lohengrin van Wagner en het Vioolconcerto nr. 5 van Henri Vieuxtemps, begeleid door het Groot Symfonieorkest van het Nationaal Instituut voor de Radio onder leiding van Franz André.

Vanaf 1936 trad Grumiaux regelmatig op met orkestbegeleiding bij het Nationaal Instituut voor de Radio, het Koninklijk Conservatorium van Brussel en het Conservatorium van Parijs. Begin maart 1936 speelde hij in Parijs met Lina Dauby, Elisabeth Sanglier-Hans en Robert Courte; datzelfde jaar leerde hij Robert Courte kennen, die tijdens de oorlog lid zou worden van het Strijkkwartet Artis. Vanaf 1936 werd hij op piano begeleid door Léon Degraux. Ongeveer tien jaar later zouden met hem de eerste platen worden opgenomen.

In de zomer van 1936 ging Grumiaux op aanbeveling van Dubois naar Parijs om Georges Enesco’s zes weken durende meesterklas te volgen. Daarna volgden verschillende onderscheidingen: op 18 juli won hij de prijs voor vioolvirtuositeit, op 27 juli kreeg hij de Adolphe Canler-prijs, en op 3 augustus werd hij toegelaten tot de Eugène Ysaÿe-Wedstrijd. Hij behoorde daar tot vijf Belgische kandidaten onder ongeveer honderd deelnemers. Koningin Elisabeth stelde 50.000 frank ter beschikking voor de vijf Belgische violisten en leende twee violen, een Stradivarius en een Ruggeri, aan de kandidaten voor de Ysaÿe-prijs. Geen van de vijf Belgische deelnemers, ook Grumiaux niet, behaalde de eerste prijs; die ging naar David Oistrach.

Later in 1936 nam hij ook deel aan de Vioolwedstrijd van Verviers in oktober, waar Albert Spéguel won met 3 stemmen tegen 2 voor Grumiaux. Op 25 november speelde hij in het Koninklijk Conservatorium van Gent in een concert met werken van Felix Mendelssohn. In december trad hij voor het Nationaal Instituut voor de Radio op onder dirigent Paul Gason in een Mozartconcert, en op 18 december gaf hij een liefdadigheidsconcert in de Harmoniezaal in Verviers. Daarnaast nam hij in augustus deel aan een INR-sessie met werken van Louis Hillier, samen met Hélène Kirsch en Rachel Piette, en in november speelde hij met pianist Alexandre Uninsky en bassist Maurice De Groot onder Fernand Quinet tijdens de Populaire Symfonische Concerten. Aan het einde van december vertolkte hij Paganini’s Vioolconcerto met Franz André en het symfonieorkest van het INR. In datzelfde jaar behaalde hij ook de eerste prijs voor harmonie in de hogere afdeling van viool en kamermuziek, en ontving hij een vermelding voor het contrapuntexamen in de klas van Raymond Moulaert.

Samenwerkingen en optredens in het Festival van Stavelot

In 1953 vormde Arthur Grumiaux een duo met Clara Haskil, dat bleef bestaan tot haar overlijden in 1960. Samen namen zij de volledige viool-pianosonates van Beethoven en zes sonates van Mozart op. Grumiaux debuteerde op het Festival van Stavelot op 15 mei, begeleid door de Hongaarse pianist Istvan Hajdu. Vanaf 1962 trad hij er jaarlijks op en in 1975 werd hij er benoemd tot erevoorzitter. Zijn laatste optreden op het festival vond plaats in 1985, met de klaveciniste Christiane Jaccottet en het Poolse kamerorkest onder leiding van Jerzy Maksymiuk. Ook het Trio Grumiaux, met Georges Janzer op altviool en Eva Czako op cello, gaf er zijn eerste concerten op 14 en 15 mei en nam vanaf 1967 voor Philips werken op van Mozart, Beethoven, Schubert en Haydn.

Vioolcollectie en nalatenschap

Arthur Grumiaux speelde in concert op een Guarnerius del Gesù uit 1744, de Hemmel genaamd. Hij bezat een Stradivarius uit 1715, de Titan, die eerder in het bezit was van Efrem Zimbalist, en daarnaast verschillende violen van Guadagnini. In concerten en op opnamen gebruikte hij ook een gepatenteerd topmodel uit drie delen of een van twee violen van Joseph Hel. De overige violen uit zijn collectie worden beheerd door de Arthur Grumiaux-stichting. Die stichting leent de violen uit aan jonge musici en publiceerde in 2021 een boekje over zijn vioolcollectie.

De Stichting Arthur Grumiaux

De Stichting Arthur Grumiaux werd in 1987 opgericht door Amanda Webb, de echtgenote van de violist. De stichting heeft als belangrijkste opdracht jonge artiesten te ondersteunen door violen uit de collectie van Arthur Grumiaux uit te lenen. Daarnaast kent zij beurzen toe aan jonge artiesten en organiseert zij de Internationale Vioolwedstrijd ‘Arthur Grumiaux’, die voorbehouden is aan uitvoerders van 6 tot 21 jaar. In 2016 richtte de stichting ook een eigen kamerorkest op, dat jonge musici, onder wie laureaten van de Wedstrijd Arthur Grumiaux, de mogelijkheid biedt als solist op te treden met professionele muzikanten. De stichting ondersteunde dit orkest en beheerde tot 2021 ook de geërfde goederen van Arthur Grumiaux. Verder digitaliseerde zij talrijke documenten, waaronder correspondentie, contracten en kritieken, en verzamelde en bewaarde zij alle geluids- en beeldopnamen over en van Arthur Grumiaux. Het Fonds Arthur Grumiaux werd voor bewaring en catalogisering neergelegd bij de muziekafdeling van de Koninklijke Bibliotheek van België. Sinds 2015 heeft de stichting het statuut van instelling van openbaar nut en zij wordt geleid door een raad van tien bestuurders, voorgezeten door cellist Luc Dewez.

Het archief van Arthur Grumiaux

Het fonds Arthur Grumiaux werd na het overlijden van de violist samengesteld door de Stichting Arthur Grumiaux en vervolgens geschonken aan de Koning Boudewijnstichting. In het geboorte-eeuwjaar van de virtuoos werd het gedeponeerd bij de muziekafdeling van de Koninklijke Bibliotheek van België. Het fonds omvat meer dan 1000 handgeschreven en gedrukte partituren, waaronder ongeveer 900 geannoteerde of opgedragen werken. Daarnaast bevat het ongeveer 500 brieven en postkaarten, meer dan 100 geluidsopnamen, meer dan 100 concertprogramma’s en meer dan 100 foto’s. Het archief bestaat ook uit enkele honderden documenten, waaronder ongeveer 650 contracten. Het fonds geldt als een fundamentele documentaire bron voor de studie van het persoonlijke en professionele leven van de uitvoerder.

Internationale Arthur Grumiaux-wedstrijd

De Internationale Arthur Grumiaux-wedstrijd werd in 2008 in Namen opgericht door violist Igor Tkatsjoek. De wedstrijd is bedoeld voor jonge violisten van 7 tot 21 jaar. Ze heeft als doel zeer jonge, getalenteerde musici op te leiden en hen voor te bereiden op het podium. Daarnaast wil de wedstrijd ook het werk van Belgische componisten bevorderen.

Op de Gouden Plaat van Voyager

Een opname van de «Gavotte en Rondeau» uit de Partita in E groot van Johan Sebastian Bach, uitgevoerd door Arthur Grumiaux, werd opgenomen op de Gouden Plaat van Voyager. Die plaat is een schijf van negentig minuten die de ruimtevaartuig Voyager 1 van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA vergezelt. Voyager 1 werd gelanceerd om het zonnestelsel te verkennen en beweegt na zijn lancering verder door de interstellaire ruimte. De opname werd geselecteerd door wetenschapper Karl Sagan.

Scroll naar boven