Bernard Heuvelmans werd geboren in Le Havre en overleed in Le Vésinet. Hij was een Belgisch zoöloog, cryptozöoloog en schrijver, en wordt beschouwd als de grondlegger van de cryptozoologie. Hij bestudeerde onder meer cryptiden zoals de yeti, het Monster van Loch Ness en Mokélé mbembé. Zijn boek Sur la piste des bêtes ignorées was het eerste breed verspreide boek over cryptozoologie. Belangrijke documentatie over zijn werk wordt bewaard in het Kantonnaal Museum voor Dierkunde in Lausanne, Zwitserland. Heuvelmans was ook acteur en muzikant, en bevriend met Henri Vernes, de auteur van de reeks Bob Morane, en met Hergé, de schepper van Kuifje; hij werkte ook verschillende keren met Hergé samen. Hij had een Belgische vader uit Antwerpen en een Nederlandse moeder die tijdens de Duitse inval in België in de Eerste Wereldoorlog naar Le Havre vluchtte. Na de oorlog keerde het gezin terug naar België. Heuvelmans studeerde aan het Sint-Michielscollege van Brussel, geleid door jezuïeten, en schreef zich in 1935 in aan de Faculteit der Natuurwetenschappen van de Université libre de Bruxelles om zoöloog te worden.
- Hoe was Bernard Heuvelmans betrokken bij de ontwikkeling van de cryptozoologie?
- Hoe verliepen Bernard Heuvelmans' jeugd, opleiding en eerste stappen in zijn loopbaan?
- Met wie trouwde Bernard Heuvelmans en hoe verliep dat huwelijk?
- Hoe ontwikkelde Bernard Heuvelmans zich tot grondlegger van de kryptozoologie?
- Welke verklaringen gaf Bernard Heuvelmans voor het monster van Loch Ness, en welke kritiek kreeg hij daarop?
- Hoe raakte Bernard Heuvelmans betrokken bij de zaak van de bevroren mens uit Minnesota?
- Welke theorieën verdedigde Bernard Heuvelmans over overlevende mensachtigen en hoe werden die ontvangen?
- Hoe ontwikkelde Bernard Heuvelmans zijn werk over onbekende dieren en cryptozoologie?
- Hoe verliepen de laatste jaren van Bernard Heuvelmans en wat gebeurde er na zijn dood?
Cryptozoologie en literaire werk
Bernard Heuvelmans was een Belgische zoöloog, cryptozoöloog en schrijver, en werd beschouwd als de grondlegger van de cryptozoologie. Hij onderzocht onder meer cryptiden zoals de yeti, het Monster van Loch Ness en Mokélé mbembé. Met zijn boek "Sur la piste des bêtes ignorées" publiceerde hij wat geldt als het eerste breed verspreide boek over cryptozoologie. Zijn belangrijke documentatie wordt bewaard in het Cantonnaal Museum voor Zoölogie in Lausanne, Zwitserland.
Naast zijn wetenschappelijke en literaire werk was Heuvelmans ook acteur en muzikant. Hij was bevriend met Henri Vernes, de auteur van de reeks Bob Morane, en met Hergé, de schepper van Kuifje. Met Hergé werkte hij bovendien meerdere keren samen.
Opleiding, oorlog en eerste loopbaan
Bernard Heuvelmans groeide op in een gezin met een Belgische vader uit Antwerpen en een Nederlandse moeder, die tijdens de Duitse invasie van België in de Eerste Wereldoorlog was gevlucht. Zijn ouders weken uit naar Le Havre en keerden na de oorlog terug naar België. Heuvelmans volgde onderwijs aan het door jezuïeten geleide Collège Saint-Michel de Brussel. Gaandeweg nam hij afstand van het katholicisme en van het antropocentrische wereldbeeld dat daarmee samenhing; op latere leeftijd verklaarde hij zich zelfs vijandig tegenover de Katholieke Kerk en bekeerde hij zich tot het boeddhisme.
Naast zijn studies was hij gepassioneerd door literatuur en jazz. Hij speelde in een band en verwierf in de jaren 1930 erkenning voor zijn muzikaal talent. In die periode ontmoette hij onder anderen Louis Armstrong, Ray Ventura, Duke Ellington en Coleman Hawkins. In 1935 schreef hij zich in aan de Faculteit der Natuurwetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel om zoöloog te worden. Aanvankelijk specialiseerde hij zich in de zoogdieren en schreef hij een doctoraalscriptie over het gebit van de aardvark. In 1939 behaalde hij zijn doctoraat in de wetenschappen, met specialisatie zoölogie; zelfs een volledig nummer van het Bulletin van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen werd aan zijn proefschrift gewijd. Toch kwam er geen academische loopbaan, omdat er geen passende betrekkingen beschikbaar waren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Heuvelmans gemobiliseerd in het Belgische leger en krijgsgevangen gemaakt. Na verschillende ontsnappingspogingen raakte hij vrij en keerde hij naar huis terug. Hij bleef overtuigd pacifist en liet zich kritisch uit over het leger. In 1942 ontmoette hij Georges Rémi, beter bekend als Hergé, op de redactie van Le Soir, waar hij meehielp aan het tiende Kuifje-album, De geheimzinnige ster. Later werkte hij mee aan het scenario van De zonnetempel (1947) en trad hij in 1954 op als raadgever voor Mannen op de Maan.
Huwelijk met Monique Watteau
Bernard Heuvelmans trouwde met de Belgische schrijfster, schilderes en illustratrice Monique Watteau, die bekendstond als Alika Lindbergh. In de jaren zestig gingen zij uit elkaar, maar zij bleven goede vrienden. Watteau illustreerde later verschillende werken van Heuvelmans. Nadien hertrouwde zij met de zoöloog Scott Lindbergh, de zoon van de vliegenier.
Van onbekende dieren naar de kryptozoologie
Na het lezen van een artikel van Ivan Sanderson in 1948 raakte Bernard Heuvelmans geïnteresseerd in onbekende, genegeerde of uitgestorven dieren. Die belangstelling kreeg in 1955 een groot publiek met de publicatie van *Op het spoor van de onbekende beesten* in twee delen. Het boek verkocht bijna een miljoen exemplaren en werd in meer dan tien talen vertaald. Daardoor werd Heuvelmans bekend en kon hij een uitgebreid netwerk van informanten en medewerkers opbouwen, onder wie Ivan Sanderson en Boris Porsjnev.
In zijn geschriften werkte Heuvelmans kryptozoologie uit als een nieuw onderzoeksveld en hij formuleerde er ook een definitie van. Daarmee vestigde hij zijn naam als een van de belangrijkste figuren binnen dit domein. In 1965 erkende hij wel dat hij niet de eerste was die de term kryptozoologie gebruikte.
Zijn werk beperkte zich niet tot theorie. In 1958 publiceerde hij *Op het spoor van de zeemonsters: de Kraken en de reuzeninktvis*, waarin hij de ontdekking van de reuzeninktvis beschreef. In 1965 verscheen *De grote Zeeslang: het zoölogische probleem en zijn oplossing*, waarin hij stelde dat getuigenissen over zeeslangen een mengeling zijn van waarnemingen van bekende en onbekende dieren. In datzelfde werk noemde hij vijf hypothetische zoogdieren. Voor dit onderzoek kreeg hij later academische kritiek op zijn methodes.
Heuvelmans bezocht het Meer van Loch Ness in 1961. Ook werkte hij mee aan *Kuifje in Tibet*: via Jean-Marie Coldefy kwam hij in contact met Hergé en bezorgde hij in 1960 documentatie over de verschillende soorten yeti. Volgens Heuvelmans koos Hergé er vervolgens voor om de yeti in *Kuifje in Tibet* als een ongevaarlijk wezen af te beelden.
Van 1961 tot 1962 maakte hij bovendien het programma *Sherlock in de dierentuin* voor de Franse Radio- en Televisieomroep. Daarin leidde hij de kijkers langs bekende en raadselachtige dieren. Het programma liep tot 1962.
Hypotheseën over het monster van Loch Ness
Heuvelmans stelde voor dat het monster van Loch Ness mogelijk een onbekende soort zeehond met een lange hals was. Volgens hem kon het dier door convergente evolutie gelijkenis vertonen met de plesiosauriërs. Hij dacht ook dat deze dieren vooral in zee leefden en soms het meer binnendrongen. Andere cryptozoologen bekritiseerden deze hypothese. Zij voerden aan dat de biomassa van het meer te klein is om grote dierpopulaties te ondersteunen en dat het aantal waarnemingen onvoldoende is voor dieren die regelmatig naar de oppervlakte moeten komen om te ademen. Ook stelden zij dat veel meldingen waarschijnlijk zeehonden en otters beschrijven die het meer binnendringen. Daarnaast wezen zij erop dat waarnemingen kunnen worden vertekend door atmosferische refractie, waardoor beelden groter en langer lijken.
De Minnesota-man
Eind jaren 1960 raakte Bernard Heuvelmans betrokken bij een sensationele perszaak rond een bevroren, behaarde hominide die in Minnesota werd bewaard. Samen met de Britse wetenschapper Ivan T. Sanderson bezocht hij de eigenaar van het kermislijk, Frank Hansen, en wist hij hem ertoe te bewegen het wezen te laten bestuderen. Heuvelmans en Sanderson onderzochten het lichaam vanaf 16 juni tot op een niet nader vermelde datum.
Het dierlijk ogende lichaam werd beschreven als robuust, met een opgewipte neus, een krachtige borstkas, lange armen en brede voeten. Rond een klein gebarsten stuk ijs bij het lichaam hing een stinkende geur. Hansen gaf daarover uiteenlopende en tegenstrijdige verklaringen. Zo zei hij dat het lichaam in een ijsblok in de Beringstraat was gevonden, dat het tijdens een jachtpartij in de Verenigde Staten was neergeschoten, of dat het uit Vietnam afkomstig was. Later verdween Hansen met het lichaam, onder meer door de belangstelling van de FBI en omdat de Amerikaanse wet het vervoeren en tentoonstellen van een lijk verbood.
Bernard Heuvelmans identificeerde het wezen als een wilde mens, dicht bij de neanderthaler, en gaf het de soortnaam Homo pongoides. Hij nam ook talrijke foto’s die het silhouet van de Minnesota-man in zijn ijsblok tonen. De wetenschappelijke wereld aanvaardt de authenticiteit van het wezen niet bij gebrek aan materieel bewijs, en er bestaan ernstige twijfels over de goede trouw van de eigenaar. In 2008 verklaarde Verne Langdon op Le Bigfoot Show dat de bevroren mens een hoax was, gemaakt door een Hollywood-decorbouwer; Hansen zelf had in 2002 al gezegd dat de Frozen Man in 1967 was vervalst en liet verstaan dat Heuvelmans en Sanderson hem hadden onderzocht. In 2013 dook het ‘lichaam’ opnieuw op, werd het op eBay verkocht en daarna tentoongesteld in het Museum of Weird in Austin, Texas.
Cryptoantropologie en controverse
In 1974 ondertekende Bernard Heuvelmans samen met Boris Poršnev een deel over cryptoantropologie, getiteld «De neanderthaler leeft nog altijd». Hij verdedigde daarin de stelling dat grote mensachtigen en niet-geïdentificeerde mensapen overal ter wereld naast de mens zouden voortbestaan. Ook meende hij dat veel verhalen over behaarde wilde mannen in Azië eigenlijk verwezen naar neanderthalers die tot in de moderne tijd zouden hebben overleefd. Wetenschappelijk onderzoek heeft die verwantschap met de neanderthaler echter al jaren ontkracht. Binnen de wetenschappelijke wereld stuitten zijn ideeën op ongeloof en minachting, vooral wegens het ontbreken van materieel bewijs. In 1977 begon hij vervolgens aan de reeks «Bêtes ignorées du monde», die hij had opgevat als een project van vijftien tot twintig delen.
Werk over onbekende dieren en cryptozoologie
Bernard Heuvelmans werkte zijn ideeën over onbekende dieren uit in de reeks "Biographie", die bedoeld was als een encyclopedie van kennis over onbekende, veronderstelde of gehoopte dieren, soms zelfs dieren die al waren uitgestorven vóór hun ontdekking. In 1978 verscheen het eerste deel, "De laatste draken van Afrika". Daarin stelde hij dat uiteenlopende meldingen over dinosauriërs in Centraal-Afrika mogelijk berustten op verzinsels, maar dat ze ook konden verwijzen naar vier onbekende diersoorten: siluriformes, een zeekoe, een gedeeltelijk aquatische machairodont en een sauropode die hij Mokélé mbembé noemde. Sommige cryptozoologen verweten hem dat hij te veel belang hechtte aan onbevestigde getuigenissen uit tweede hand. Heuvelmans beschreef sauropoden als dieren met een slepende staart in waterrijke omgevingen, maar dat beeld werd later door recente wetenschappelijke ontdekkingen weerlegd.
In 1980 verscheen het tweede deel, "De menselijke beesten van Afrika", over de ontdekking van de grote Afrikaanse mensapen en hun verwantschap met de mens. Ook kwam daarin de mogelijke aanwezigheid van onbekende mensachtigen zoals de Agogwe in Afrika aan bod. Na dit tweede deel schreef Heuvelmans nog vier andere manuscripten, waaronder "De nog onbekende katachtigen van Afrika", over de Marozi en het voortbestaan van machairodonten, en "De ongewone beren van Afrika", over de Atlasbeer en de Nandi-beer. Over die Nandi-beer opperde hij dat het om een grote, donker behaarde das of om een overlevende simopithecus kon gaan. Daarnaast schreef hij "Natuurlijke geschiedenis van de onbekende beesten", dat alleen in het Engels verscheen als "The Natural History of Hidden Animals". De manuscripten werden pas na zijn dood uitgegeven. In het voorwoord van de Engelse heruitgave van "Op het spoor van de onbekende beesten" vermeldde hij ook een vierde, onuitgegeven manuscript, getiteld "De nog minder afschuwelijke sneeuwmannen".
Heuvelmans bleef ook later actief in de cryptozoologie. In 1982 werd hij verkozen tot voorzitter van de vereniging, die in 1980 was opgericht, en hij publiceerde verscheidene artikelen in het jaarbulletin "Cryptozoologie". In een artikel uit 1986 suggereerde hij dat onbekende of uitgestorven grote dieren mogelijk hebben bestaan. In 1990 werd hij benoemd tot erelid van de Vereniging voor Cryptozoologie van Rusland. In 1993 reisde hij drie maanden door Zuidoost-Azië om getuigenissen over de Orang Mawas in Maleisië te verzamelen. Daarover schreef hij het artikel "King Kong is onder ons!", waarin hij de Orang Mawas steunde als een Gigantopithecus. Dat artikel verscheen pas in 2005, en wel alleen in het Italiaans.
Laatste jaren, nalatenschap en overlijden
In de laatste jaren van zijn leven bekeerde Bernard Heuvelmans zich tot het boeddhisme. Tussen 1998 en 1999 schonk hij al zijn archieven en collecties aan het Kantonaal Museum voor Dierkunde in Lausanne. Michel Sartori richtte daar vervolgens een permanente tentoonstelling over Bernard Heuvelmans in en opende die op een ongespecificeerde datum. Heuvelmans ontving ook de Gabriele Peters-prijs voor fantastische wetenschap in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Hamburg. In 1999 werd de Internationale Vereniging voor Kryptozoologie ontbonden wegens economische problemen en interne verdeeldheid. Bernard Heuvelmans stierf thuis in Le Vésinet; Alika Lindbergh was op dat moment aanwezig, om 10.00 uur. Hij werd in Le Vésinet begraven met een oranje boeddhistische monnikspij in een biologisch afbreekbare kist. Op zijn graf groeiden wilde planten vrijuit. In 2007 publiceerde Jean-Jacques Barloy een biografie van Bernard Heuvelmans.