Jean Bricmont is een Belgische natuurkundige en essayist, geboren in Ukkel. Hij behaalde in 1977 zijn doctoraat in de wetenschappen aan de Universiteit van Leuven met een proefschrift getiteld « Les inégalités de corrélation et leurs applications aux systèmes de spins classiques », onder begeleiding van Jean-Pierre Antoine. In 1981 werd hij professor theoretische fysica aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij was daarnaast deeltijds professor aan de Vrije Universiteit Brussel van 1981 tot 1984, gastprofessor aan de Rutgers-universiteit van 1986 tot 1987 en gaf ook les aan de Princeton-universiteit. In 2002 was hij uitgenodigd spreker op het Internationaal Congres van Wiskundigen in Peking. Van 2007 tot 2008 was hij gastprofessor aan de Universiteit Parijs-Dauphine. Sinds 2004 is hij lid van de Koninklijke Academie van België. Hij was ook voorzitter van de wetenschappelijke commissie van een colloquium aan de Koninklijke Academie van België.
- Waarvoor staat Jean Bricmont bekend buiten zijn werk als natuurkundige?
- Hoe verliep de wetenschappelijke en academische loopbaan van Jean Bricmont?
- Welke positie nam Jean Bricmont in binnen het debat over de kwantumfysica?
- Hoe profileerde Jean Bricmont zich publiekelijk en bij welke controverses raakte hij betrokken?
- Welke controverses rond Jean Bricmont worden in verband gebracht met zijn publieke standpunten?
- Hoe kwam Jean Bricmont in de schijnwerpers te staan tijdens de Franse presidentsverkiezingen van 2017?
Wetenschappelijke en maatschappelijke standpunten
Jean Bricmont is een Belgisch fysicus en essayist, geboren in Ukkel. Hij is emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven en sinds 2004 lid van de Koninklijke Belgische Academie. Van 2001 tot 2006 was hij voorzitter van de Franse Vereniging voor Wetenschappelijke Informatie. In zijn publieke optreden voert hij campagne tegen postmodernistische uitwassen en tegen beperkingen op de vrijheid van meningsuiting in Frankrijk. Ook vraagt hij de intrekking van de Gayssot-wet. Pierre-André Taguieff en de uitgevers Valérie Igounet en Rudy Reichstadt stellen Bricmont voor als een antizionistische complottheoreticus. Bernard-Henri Lévy beschuldigt hem van ontkenning van de Holocaust, een verwijt dat Bricmont als laster omschrijft.
Wetenschappelijke en academische loopbaan
Jean Bricmont behaalde in 1977 een doctoraat in de wetenschappen aan de Universiteit van Leuven. Zijn proefschrift, onder begeleiding van Jean-Pierre Antoine, had als titel « Les inégalités de corrélation et leurs applications aux systèmes de spins classiques ». In 1981 werd hij hoogleraar theoretische fysica aan de Katholieke Universiteit Leuven. Datzelfde jaar begon hij ook als deeltijds hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, een functie die hij uitoefende tot 1984.
Later was hij gasthoogleraar aan de Rutgers Universiteit van 1986 tot 1987 en doceerde hij aan de Princeton Universiteit. In 2002 trad hij op als uitgenodigde spreker op het Internationaal Congres van Wiskundigen in Beijing. Van 2007 tot 2008 was hij gasthoogleraar aan de Universiteit Paris-Dauphine. Hij stond ook aan het hoofd van het wetenschappelijk comité van het colloquium « L’esprit d’aventure et le principe de précaution en sciences et en arts » aan de Koninklijke Academie van België.
Zijn onderzoekswerk heeft betrekking op hernormalisatiegroepmethoden en niet-lineaire differentiaalvergelijkingen. Sinds 2004 is hij lid van de Koninklijke Academie van België en hij is emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1996 ontving hij de Jacques-Deruyts-prijs van de Koninklijke Academie van België en in 2005 de A.-De Leeuw-Damry-Bourlart-prijs van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.
Wetenschappelijke en academische loopbaan
Jean Bricmont verzette zich tegen de Kopenhagen-interpretatie in de kwantumfysica. Hij geldt bovendien als een van de voornaamste verdedigers van de de Broglie-Bohm-theorie. Binnen het debat over de grondslagen van de kwantummechanica nam hij daarmee een uitgesproken en kritische positie in tegenover de gangbare interpretaties.
Publieke engagementen en controverses
Jean Bricmont werd bij het brede publiek bekend door zijn kritiek op de postmoderne ‘niet-wetenschap’. In 1997 schreef hij samen met Alan Sokal *Impostures intellectuelles*. Zijn publieke positie werd ook zichtbaar in zijn steun voor een wetenschappelijke skeptische benadering, zoals die van de zététique-beweging. Toch weigerde hij samen te werken met de Cercle zététique, omdat hij zijn eigen aanpak situeerde binnen de theoretische fysica aan de grens tussen fysica en wiskunde. In het artikel *Qu’est-ce que le matérialisme scientifique ?* omschreef hij dat standpunt als ‘methodologisch monisme’.
Van 2001 tot 2006 was Bricmont voorzitter van de Franse Vereniging voor Wetenschappelijke Informatie (AFIS). Hij nam ook stelling in uiteenlopende publieke debatten. Zo publiceerde hij in *Le Monde diplomatique* een artikel ter verdediging van Noam Chomsky tegen kritiek wegens vermeende steun aan de negationist Robert Faurisson. In 2007 was hij mede-directeur van het *Cahier de l’Herne* over Chomsky’s loopbaan en werk. Bricmont veroordeelde ook de toekenning van een ‘prijs van onaanraakbaarheid’ aan Robert Faurisson tijdens de show van Dieudonné in het Zénith van Parijs en bekritiseerde de AFPS. Daarnaast steunde hij de petitie voor de intrekking van de Gayssot-wet, gelanceerd door Paul-Éric Blanrue en gesteund door Noam Chomsky, en pleitte hij voor de vrijlating van de negationist Vincent Reynouard. In 2014 publiceerde hij *La République des Censeurs*. Hij merkte daarbij op dat Bernard Stirn de ordonnantie van de Raad van State had opgesteld die de show van Dieudonné verbood.
Publieke inzet en controverses
In 2015 noemde Pierre-André Taguieff Jean Bricmont in zijn boek « Een antijoodse Frankrijk? » als een emblematische promotor van een discursieve strategie die volgens hem de haat tegen Joden verdoezelt door zich op antizionisme te beroepen. Taguieff stelde dat Bricmont en andere zelfverklaarde antizionisten het beroep op volledige vrijheid van meningsuiting gebruiken om beschuldigingen van antisemitisme te weerleggen, terwijl zij tegelijk citeren over censuur in een context waarin pluralisme wettelijk geregeld is. Volgens Taguieff verbergt die discoursvorming een demonisering en criminalisering van Israël en zelfs een oproep tot de vernietiging van de Joodse staat.
In een artikel uit 2017 bestempelde Bricmont de beschuldiging van negationisme door Bernard-Henri Lévy als laster. Historica Valérie Igounet vond zijn opmerkingen na het overlijden van Robert Faurisson problematisch. Bricmont schreef ook het voorwoord bij een boek van Gilad Atzmon, die Robert Faurisson had geprezen. Het tijdschrift CQFD omschreef Bricmonts geschriften in 2011 als complotdenkend; de redactie preciseerde daarbij dat hij wel degelijk complotdenken beoefent, maar dat zij dat onderscheidt van beschuldigingen van antisemitisme. Rudy Reichstadt wees er bovendien op dat Bricmont deelnam aan de anti-imperialistische conferentie van 2005, georganiseerd door Thierry Meyssan van het Réseau Voltaire. Volgens een niet nader gespecificeerde bron steunde hij ook François Asselineau.
Publieke betrokkenheid en controverses
Tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen van 2017 kreeg een interview van Jean Bricmont op RT veel aandacht. Volgens de gegeven gegevens werd het op Facebook meer dan 720.000 keer bekeken en was het in die periode het meest virale interview op het kanaal. De titel luidde: «Met Macron zou Hollande de “Nobelprijs voor politieke manipulatie” verdienen». In dat interview zei Bricmont ook over Emmanuel Macron: «…». Daarnaast voorspelde hij: «…». Hij stelde verder dat hij begreep waarom Marine Le Pen niet geliefd was, terwijl hij zich toch tegen haar verzette.