Élisée Reclus was de vierde kind van de protestantse pastor Jacques Reclus en Zéline Trigant-Marquey. Zijn vader was jarenlang professor aan het protestants college van Sainte-Foy-la-Grande en besloot later geen betaalde pastor meer te zijn. Reclus had verschillende broers en zussen, onder wie Élie Reclus, Onésime Reclus, Armand Reclus en Paul Reclus; drie zussen stierven jong. Hij werd opgevoed door zijn grootouders van moederszijde in La Roche-Chalais in de Dordogne en keerde in 1838 terug naar het ouderlijk huis in Orthez. In 1842 stuurde zijn vader hem naar Neuwied in Pruisen om er zijn broer Élie te vervoegen aan een college van de Moravische Broeders. Hij volgde er onderwijs bij lutherse pastores, leerde Duits, Engels, Nederlands en Latijn, en stond kritisch tegenover de oppervlakkige religieuze lessen. Via België keerde hij in 1844 terug naar Orthez. Van 1844 tot 1848 woonde hij bij een tante en haar echtgenoot in Sainte-Foy-la-Grande, waar hij werd ingeschreven aan het protestants college ter voorbereiding op het baccalaureaat.
- Uit welk gezin kwam Élisée Reclus voort?
- Hoe ontwikkelde Élisée Reclus zich van student tot een man met uitgesproken politieke overtuigingen?
- Hoe verliepen Élisée Reclus zijn leven en werk tussen zijn veroordeling en zijn terugkeer naar Parijs?
- Hoe was Élisée Reclus betrokken bij de oprichting van de Université nouvelle en bij de anarchistische en persoonlijke netwerken errond?
- Hoe werkte Élisée Reclus in de jaren 1895 tot 1905 aan zijn grote aardrijkskundige projecten en onderwijsinitiatieven?
- Hoe werd L'Homme et la Terre uitgegeven en hoe werd het werk van Élisée Reclus gewaardeerd?
- Hoe verliepen de laatste jaren en de begrafenis van Élisée Reclus?
- Hoe combineerde Élisée Reclus zijn wetenschappelijk werk met zijn anarchistische overtuigingen en persoonlijke levenswijze?
Gezin en afkomst
Élisée Reclus was de vierde kind van pastor Jacques Reclus, die in 1796 werd geboren en een Franse calvinistische predikant was. Jacques Reclus was gedurende enkele jaren professor aan het protestants college van Sainte-Foy-la-Grande. Hij had met zijn echtgenote Zéline Trigant-Marquey, die leefde van 1805 tot 1887, veertien kinderen. Drie van Élisée's zussen stierven jong. Binnen dit grote gezin had hij meerdere broers die later een eigen loopbaan uitbouwden: Élie Reclus was etnograaf en anarchistisch activist, Onésime Reclus was geograaf, Armand Reclus was marineofficier en ontdekkingsreiziger, en Paul Reclus werd chirurg.
Opleiding, omzwervingen en politieke houding
Élisée Reclus werd bij zijn grootouders van moederskant opgevoed in La Roche-Chalais in de Dordogne. Toen zijn vader besliste om geen betaalde predikant meer te zijn, keerde hij in 1838 terug naar het ouderlijk huis in Orthez. In 1842 stuurde zijn vader hem naar Neuwied in Pruisen, waar hij zijn broer Élie vervoegde aan een college van de Broeders van Moravië. Hij volgde er lessen aan een college dat werd geleid door lutherse pastoors, maar hij had een afkeer van de oppervlakkige godsdienstige onderwijsvorm. Wel leerde hij er Duits, Engels, Nederlands en Latijn, en ontmoette hij er belangrijke persoonlijkheden. In 1844 keerde hij via België terug naar Orthez.
Van 1844 tot 1848 woonde hij bij zijn tante Louise Trigant en haar echtgenoot Pierre Léonce Chaucherie in Sainte-Foy-la-Grande. Daar was hij ingeschreven aan het protestantse college om zich voor te bereiden op het baccalaureaat. In 1848 en 1849 studeerden hij en zijn broer Élie theologie aan de protestantse faculteit van Montauban, maar hij besloot die studies op te geven. In 1850 werkte hij als répétiteur aan het college van Neuwied, maar ook daar verliet hij de instelling door ontevredenheid over de omgeving.
In 1851 verhuisde hij naar Berlijn. Hij leefde er bescheiden door Franse lessen te geven, schreef zich in aan de universiteit en volgde er aardrijkskundelessen bij Carl Ritter, van wie hij een leerling werd. Tijdens de staatsgreep van 2 december 1851 toonde hij in Orthez openlijke vijandigheid tegenover het nieuwe regime en zijn republikeinse overtuiging. Om arrestatie te vermijden vertrok hij samen met een broer naar Londen, waar hij het ellendige bestaan van ballingen meemaakte. Hij leefde er ook bescheiden door een paar lessen te geven, en zag Frankrijk pas opnieuw in 1857.
In 1853 werkte hij als beheerder van een boerderij in Blessington, in County Wicklow in Ierland. Daar ontdekte hij de armoede op het Ierse platteland, getekend door de hongersnood van 1847 en de Engelse koloniale overheersing in Ierland. Nadien vertrok hij naar New Orleans, waar hij op een onbekende datum aankwam. Hij deed er verschillende kleine jobs en was er huisleraar voor de kinderen van de plantersfamilie Fortier van Franse afkomst. In New Orleans kwam hij in aanraking met de slavenmaatschappij van de plantage-eigenaars en verzette hij zich in 1854 en 1855 tegen de slavernij. Tijdens de Burgeroorlog bleef hij een onwrikbare aanhanger van de Noordelijken.
Ballingschap, werk en gezinsleven
Na de omzetting van zijn straf verbleef Élisée Reclus in de buitenstreek van Zwitserland, in Lugano, van 1872 tot 1874. Hij woonde in die periode ook een vredescongres in Lugano bij. In 1874 kreeg zijn leven een zware slag toen zijn partner Fanny stierf bij de bevalling van hun pasgeboren zoon Jacques. Kort daarna verhuisde hij samen met zijn dochters naar Tessin, in het kanton Vaud aan het Meer van Genève, meer bepaald naar La Tour-de-Peilz voor de jaren 1874-1875. Van 1875 tot 1879 woonde hij in Vevey, en daarna van 1879 tot 1890 in Clarens. In 1876-1879 liet zijn latere echtgenote Ermance Gonini een huis bouwen in Clarens, aan het Meer van Genève, waar de familie zich in 1879 vestigde.
In 1876 richtte hij samen met Charles Perron in Vevey een internationalistische afdeling op. Die afdeling publiceerde het blad Le Travailleur, dat pleitte voor een volkse libertaire opvoeding. In dezelfde periode liepen ook zijn geografische artikelen door in aansluiting op het begin van zijn wekelijkse reeks Nouvelle Geographie universelle, na de Commune-episode. Reclus bleef intussen sterk politiek en maatschappelijk betrokken. Hij bekritiseerde de burgerij, priesters, koningen, soldaten en magistraten omdat zij de armen uitbuitten.
Naast zijn verblijf in Zwitserland onderhield hij ook een netwerk van familie en vrienden. Zijn schoonbroer Germain Casse was journalist bij de krant van Leon Gambetta en werd in 1873 volksvertegenwoordiger. Zijn vriend Paul Frederic Hickel was bestuurder en de jongere broer van Gustave Hickel. Reclus reisde bovendien naar onder meer Italie, Algerije, de Verenigde Staten, Canada, Brazilie, Uruguay en Argentinie. In Napels ontmoette hij de Hongaarse revolutionair Kossuth.
Universiteit en engagement
Tijdens een bestuursvergadering van de ULB werd beslist om zijn cursus sine die uit te stellen. In dezelfde periode trad rector Hector Denis samen met meerdere professoren af. Daarop werd de Nouvelle Université libre de Bruxelles opgericht, in overeenstemming met materialistische en positivistische overtuigingen. Buitenlandse professoren verklaarden zich bereid er les te geven.
De eerste cursussen van de nieuwe instelling vonden plaats in de rue du Persil in Brussel, in de vrijmetselaarsloge Les Amis philanthropes. De Université nouvelle werd later officieel gesticht en opende zich voor positivistische theorieën en het principe van vrij onderzoek. Vanaf het stichtingsjaar woonde hij er conferenties bij.
In zijn politieke opvattingen riep Biographie op tot revolutie om de staat en alle autoriteiten te vernietigen door de spontane actie van vrije mannen. Hij zag ook van nabij hoe Élisée Reclus in Florence getuigde in het proces tegen anarchisten; de beklaagden werden vrijgesproken.
Naast deze openbare rol ontwikkelde hij een hechte vriendschap met Élisée Reclus, die bleef duren tot diens dood. Reclus oefende ook invloed uit op Eugénie David. In 1901 publiceerde hij haar eerste boek, Pour la vie, onder het pseudoniem Alexandra Myrial, met een voorwoord van Élisée Reclus. Hun correspondentie liep meerdere keren, onder meer tijdens Alexandra's verblijf in Hanoi in 1895. Daarnaast vermeldt Biographie dat Reclus zijn jongste dochter verloor en dat hij zich ontfermde over drie kinderen in Elsene met Louise Dumesnil.
Aardrijkskundige projecten en didactisch werk
Tussen 1895 en 1898 nam Élisée Reclus het initiatief voor het project van een Grand Globe, een grote wereldbol met een diameter van meer dan een ongespecificeerde aantal meter. Hij wilde daarmee de aarde voorstellen op een schaal van 1:100.000, zowel voor het oppervlak als voor het reliëf. De bol moest op de heuvel van Chaillot in Parijs worden opgericht voor de Wereldtentoonstelling van 1900. Voor de uitvoering werkte hij samen met Charles Perron, Louis Bonnier en Patrick Geddes, en hij verbond het project ook met de Outlook Tower van Geddes in Edinburgh, uit 1892. Het project bleef echter zonder de nodige financiering, ongeveer 20 miljoen goudfrank, om het te voltooien.
Reclus wordt in deze periode beschreven als een universele denker en pionier van de ecologie, die biologie, sociologie, stedenbouw en milieu met elkaar verbond. Zijn aanpak was didactisch en multidisciplinair, met aandacht voor de samenhang tussen lokale en globale aspecten. In Montpellier was hij nauw verbonden met Paul Reclus en richtte hij het Collège des Ecossais op. Later stichtte hij onder de Université nouvelle het Institut d'etudes geographiques, waar studenten gevormd werden door excursies en het schrijven van originele memoires.
Op 30 april 1899 richtte hij samen met Belgische kapitalisten de Société anonyme d'etudes et d'editions geographiques Élisée Reclus op. Die onderneming publiceerde tussen 1899 en 1905 geografische memoires en bracht ook kleurvlakke kaarten uit, de zogeheten cartes globulaires, gegraveerd op bolle metalen dragers. Samen met Emile Patesson ontwierp Reclus een nieuw type kaarten dat de kromming van de aarde weergeeft op een schaal van 1:10.000.000. In 1902 en 1903 probeerde hij die kaarten te promoten bij geografische verenigingen in Parijs, Londen en Berlijn. Tussen 1896 en 1901 leverde hij daarnaast verschillende belangrijke memoires aan Franse, Belgische, Zwitserse en Engelse tijdschriften.
L'Homme et la Terre en de geografische trilogie
Vanaf 1895 werkte Élisée Reclus aan L'Homme et la Terre, onder de werktitel L'Homme, géographie sociale. In 1903 vroeg de biografie Paul Reclus om naar Elsene te verhuizen om te helpen bij de redactie van dit werk. Onésime Reclus hielp vervolgens bij de uitgave in zowel seriale als boekvorm, via Librairie universelle in Parijs. De publicatie gebeurde vooral tussen 1905 en 1908, dus na het overlijden van de biografie. Paul Reclus hield toezicht op de publicatie en volgde die van nabij op. Vanaf 1906 begon Francisco Ferrer met de Spaanse vertaling van L'Homme et la Terre.
Volgens de biografie is L'Homme et la Terre een werk van sociale geografie toegepast op de menselijke geschiedenis. Het wordt ook beschouwd als een werk van geo-geschiedenis, geschiedenisbeschouwing en historische antropologie. Sommige geografen uit het begin van de 20e eeuw weigerden het echter als geografie te classificeren. De biografie stelt ook dat Élisée Reclus erkend wordt als een originele en scherpe historicus die door professionele historici werd genegeerd. Door disciplinaire grenzen bleef zijn werk zowel bij geografen als historici buiten de erkenning.
L'Homme et la Terre maakt deel uit van de geografische trilogie die volgens de biografie het resultaat was van veertig jaar werk. Die trilogie omvat La Terre, verschenen in 1867-1868 in twee delen en goed voor 7 procent van de inhoud; Nouvelle Géographie universelle, la Terre et les hommes, verschenen tussen 1875 en 1893 en goed voor 77 procent; en L'Homme et la Terre, verschenen tussen 1905 en 1908 en goed voor 16 procent.
Laatste jaren en overlijden
In zijn laatste jaren leed Élisée Reclus aan angina pectoris. Toch reisde hij in die periode nog naar Frankrijk, Nederland, Londen en Berlijn. In 1905 vernam hij het nieuws van de muiterij van de zeelieden op het slagschip Potemkin, wat een van zijn laatste vreugdes was.
Élisée Reclus stierf op 4 juli 1905 in Thourout, nabij Brugge. Volgens zijn laatste wens werd er geen ceremonie gehouden. Alleen zijn neef Paul Reclus volgde de kist. Hij werd begraven in het gemeenschappelijke graf van de begraafplaats van Elsene in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zijn broer Élie was daar het jaar voordien al begraven. Noémi Reclus, de vrouw van Élie, stierf op 14 juli 1910 in Elsene en werd tien dagen later daar ook begraven.
Werk, overtuigingen en persoonlijke keuzes
Élisée Reclus werkte op grote schaal aan geografische publicaties, waaronder Nouvelle Geographie universelle in negentien delen en L'Homme et la Terre. In zijn geografie kreeg de menselijke dimensie een centrale plaats, met aandacht voor sociale verhoudingen en internationale machtsverhoudingen. Hij dacht ook na over geografieonderwijs en werkte mee aan instrumenten zoals het Projet de globe terrestre au 100000, samen met architect Louis Bonnier.
Zijn anarchistische engagementen hadden echter gevolgen voor zijn erkenning. Zijn ideeen werden politiek verboden omwille van hun anarchistische karakter, waardoor hij lange tijd in relatieve vergetelheid bleef. In Frankrijk kreeg hij gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw slechts beperkte academische erkenning, terwijl zijn internationale netwerk van informanten juist groot was. Hij leefde eenvoudig en gebruikte de royalties van Hachette voor zijn familie, vrienden, militanten en de anarchistische beweging.
Ook in zijn persoonlijke leven maakte hij duidelijke keuzes. Hij was een fervent voorstander van vrije verbintenis, had vier partners met verschillende maatschappelijke contracten en weigerde consequent een religieus huwelijk. Hij stierf op 4 juli 1905 in het Continental Hotel in Parijs, zonder wettelijk of religieus huwelijk.
Daarnaast steunde hij een universele taal die de moedertalen moest aanvullen maar niet vervangen. Volgens hem kon zo'n taal geen oude taal zijn. In 1897 verwees hij naar Esperanto als voorbeeld, met ongeveer 100.000 aanhangers tien jaar na de uitvinding.
Ook over naaktheid sprak hij positief: volgens hem bevorderde die de sociale omgang en had zij hygiënische en morele voordelen binnen de geschiedenis van cultuur en geografie. Verder koos hij uit vroege afkeer voor vlees voor een strikte vegetarische levenswijze.