Émilie Dequenne

Émilie Dequenne, Belgische actrice en filmartieste
Émilie Dequenne, Belgische actrice en filmartieste

Émilie Dequenne was een Belgische actrice, geboren in Belœil, België, en dochter van Brigitte en Daniel Dequenne. Ze had twee zussen, Audrey en Adeline. In 1989 sloot ze zich aan bij de muziekacademie van Baudour, waar ze lessen dictie en declamatie volgde. In 1993 studeerde ze aan de theaterworkshop van de academie en ging ze aan de slag bij de amateurtoneelgroep La Relève de Ladeuze. In 1998 beëindigde ze haar humaniorastudies en won ze de stadsprijs op het retorica-toernooi van de Richelieu-club in Mons-Borinage. In 1999 werd Dequenne geselecteerd uit duizenden foto’s en kandidaten voor de titelrol in Rosetta van de gebroeders Dardenne. Met die rol brak ze door en won ze de prijs voor beste actrice; de film kreeg ook de Gouden Palm. Daarna speelde ze in onder meer Le Pacte des loups (2001) en de komedie Une femme de ménage (2002). Later vertolkte ze hoofdrollen in sociale drama’s zoals La Fille du RER, À perdre la raison, Pas son genre, Chez nous en Les Hommes du feu. Ze won vier Magritte du cinéma, waaronder drie keer de prijs voor beste actrice, en kreeg in 2021 de César voor beste vrouwelijke bijrol voor Les choses qu'on dit, les choses qu'on fait.

Doorbraak en filmcarrière

Émilie Dequenne werd geboren in Beloeil, België, en is een Belgische actrice. Haar doorbraak kwam in 1999 met het drama Rosetta van de gebroeders Dardenne, waarvoor zij de prijs voor beste actrice won. De film zelf kreeg ook de Gouden Palm. Daarna speelde ze in 2001 in de grote productie Le Pacte des loups en in 2002 in de komedie Une femme de ménage, naast Jean-Pierre Bacri. In de jaren daarna vertolkte zij hoofdrollen in verschillende sociale drama's, waaronder La Fille du RER in 2009, À perdre la raison in 2012, Pas son genre in 2014, en Chez nous en Les Hommes du feu in 2017. Voor haar werk werd ze bekroond met vier Magritte du cinéma, waaronder drie keer de prijs voor beste actrice. In 2021 ontving ze ook de César Award voor beste vrouwelijke bijrol voor Les choses qu'on dit, les choses qu'on fait. Émilie Dequenne overleed in Villejuif, Frankrijk.

Van jeugd tot doorbraak

Émilie Dequenne is de dochter van Brigitte en Daniel Dequenne en heeft twee zussen, Audrey en Adeline. Al vroeg kwam ze in contact met theater: haar ouders namen haar mee om stukken van Georges Feydeau te zien. In 1989 sloot ze zich aan bij de muziekacademie van Baudour, waar ze lessen dictie en declamatie volgde. Later, in 1993, studeerde ze aan het theatraal atelier van die academie en vervoegde ze het amateurtoneelgezelschap La Relève de Ladeuze.

In 1998 rondde ze haar humaniora af. In mei van datzelfde jaar won ze de stadsprijs op het Richelieu-club-eloquencetoernooi in Mons-Borinage. Kort daarna werd ze geselecteerd uit twee duizend foto’s en twee honderd kandidaten voor de titelrol in Rosetta, de film van de broers Dardenne. Tijdens een van de castingproeven speelde ze zelfs een wafelenverkoopster.

Ze kreeg haar eerste rol in Rosetta toen ze vijftien was. Met die vertolking won ze in 1999 de prijs voor Beste Actrice op het Filmfestival van Cannes. Die prijs droeg ze op aan haar tante, die de oproep voor de auditie van Rosetta in de krant had gevonden.

Films, prijzen en erkenning

Na haar rol in Le Pacte des loups van Christophe Gans in 2001, naast Vincent Cassel, Samuel Le Bihan en Jean Yanne, bleef Émilie Dequenne in snel tempo in verschillende film- en televisieproducties opduiken. In datzelfde jaar assisteerde ze Yves Lavandier bij de komedie Oui, mais… en kreeg ze op het Cabourg Film Festival de Female Hope Prize. In 2002 liet ze opnieuw van zich horen met Une femme de ménage van Claude Berri, waarin ze speelde naast Jean-Pierre Bacri. Een jaar later verscheen ze naast Jane Birkin in de dramedy Mariées mais pas trop van Catherine Corsini.

In 2004 volgden meerdere projecten. Ze speelde een bijrol in de komedie L'Américain van Patrick Timsit, maakte deel uit van de cast van het drama L'Équipier van Philippe Lioret, samen met Grégori Derangère, Philippe Torreton en Sandrine Bonnaire, en was ook betrokken bij de internationale coproductie Le Pont du roi Saint-Louis met Robert De Niro. Datzelfde jaar speelde ze de titelrol in de aflevering Le Chevalier Femme van de serie Kaamelott.

De jaren daarna bleven gevuld met uiteenlopende rollen. In 2005 was ze te zien in de comedy-dramafilm Avant qu'il ne soit trop tard van Laurent Dussaux, in de historische drama La Ravisseuse met Isild Le Besco, en in de Quebecse film Les États-Unis d'Albert van André Forcier, waarin ze een Mormoonse feministe vertolkte. In 2006 had ze een bijrol in de bewerking Le Grand Meaulnes met Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier, en speelde ze een hoofdrol in de comedy-drama La Vie d'artiste van Marc Fitoussi met Sandrine Kiberlain en Denis Podalydès. In 2007 vertolkte ze de hoofdrol in de fantasythriller Écoute le temps van Alanté Kavaïté.

Naast haar filmwerk was ze in 2008 jurylid op het Thessaloniki International Film Festival, samen met Diablo Cody onder het voorzitterschap van Michael Ondaatje. In 2009 speelde ze naast Omar Sharif in de internationale coproductie J'ai oublié de te dire… en nam ze de titelrol op zich in La Fille du RER van André Téchiné, tegenover Catherine Deneuve. In 2010 volgden de Frans-Belgische horrorfilm La Meute met Yolande Moreau en de televisiefilm Obsession(s), waarin ze opnieuw samenwerkte met Samuel Le Bihan. In 2011 speelde ze in de televisiefilm Mystère au Moulin-Rouge een romantische rol naast Grégory Fitoussi.

Haar erkenning groeide verder in 2012, toen ze op het Cannes Film Festival de Un Certain Regard Best Actress award won voor À perdre la raison van Joachim Lafosse. Nadien verscheen ze in de thriller La Traversée van Jérôme Cornuau met Michaël Youn. In 2013 speelde ze in Möbius van Éric Rochant met Jean Dujardin en Cécile de France. In 2014 maakte ze deel uit van de ensemblecast van Divin Enfant van Olivier Doran en speelde ze de vrouwelijke hoofdrol in Pas son genre van Lucas Belvaux, tegenover Loïc Corbery. In 2015 werkte ze mee aan Par accident van Camille Fontaine met Hafsia Herzi en aan de televisiefilm Souviens-toi van Philippe Venault.

Ook nadien bleef ze actief. In 2016 speelde ze de titelrol in Maman a tort van Marc Fitoussi. In 2017 verscheen ze in Chez nous van Lucas Belvaux, in Les Hommes du feu van Pierre Jolivet als brandweervrouw, in de zwarte komedie Au revoir là-haut van Albert Dupontel en in de televisiefilm La Consolation van Magaly Richard-Serrano. Voor haar twintig jaar in de cinema organiseerde het Centre Wallonie-Bruxelles in Parijs de retrospectieve Pleins feux sur Émilie Dequenne, met zeven films van haar. Ze koos daar zelf vier titels uit om te delen: Au nom du père, Requiem for a Dream, Les Griffes de la nuit en La colline a des yeux. In 2021 kreeg ze de César voor beste vrouwelijke bijrol voor Les choses qu'on dit, les choses qu'on fait. Voor die prijs had ze al vier César-nominaties verzameld in de categorieën beste vrouwelijke nieuwkomer, beste vrouwelijke bijrol en beste actrice.

Ziekte en latere loopbaan

In 2021 moest Émilie Dequenne de opnames van La vie devant nous van Olivier Meys al na een week verlaten voor een dringende operatie. Nadien werd bij haar een zeldzame kanker vastgesteld: corticosurrenaloom, een vorm van kanker aan de bijnier die ongeveer één of twee mensen per miljoen per jaar treft. Tot februari 2022 sprak ze daar publiek over. Op 3 juni 2022 was ze in volledige remissie, al bleef ze onder nauwe opvolging en behandeling in het kankercentrum Gustave-Roussy.

Naast deze gezondheidsstrijd bleef ze ook als actrice zichtbaar. Ze speelde in de aflevering La Septieme Danse van de reeks Capitaine Marleau, geregisseerd door Josée Dayan. Daar vertolkte ze Véronique, een danslerares, tegenover Corinne Masiero. Voor die rol nam Dequenne danslessen.

Later kreeg ze opnieuw met kanker te maken na een herval in het begin van een niet nader genoemd jaar. Na dat herval werd ze zonder overleg vervangen tijdens een filmopname. Haar carrière kwam daardoor stil te liggen. Uiteindelijk overleed Émilie Dequenne aan kanker in het Gustave-Roussy-ziekenhuis in Villejuif.

Eerbetonen na haar overlijden

Tien dagen na haar overlijden vond in Parijs, in het crematorium Père-Lachaise, haar uitvaart plaats in aanwezigheid van ongeveer honderd mensen. Haar familie vroeg daarbij om in plaats van bloemen of kransen een gift te doen aan het Gustave-Roussy-centrum. Na haar dood brachten vele figuren uit de cinema en de politiek hulde aan Émilie Dequenne. Élisabeth Degryse, minister-president van de Federatie Wallonië-Brussel en minister van Cultuur, kondigde een eerbetoon aan, terwijl Rachida Dati, de Franse minister van Cultuur, haar spijt uitsprak over haar overlijden. Ook Danielle Gain, haar agent sinds 1999, deed publieke uitspraken en wijdde in haar autobiografie La Môme cinéma uit 2024 een hoofdstuk, Émilie et Cannes, aan Dequenne. Verschillende televisiezenders in Frankrijk en België pasten hun programma's aan ter nagedachtenis. Daarnaast werd zij officieel geëerd in Chièvres, waar in het stadhuis een ruimte rond Émilie Dequenne werd voorgesteld. Laurent Lafitte bracht haar ook hulde tijdens de openingsceremonie van het festival van Cannes. In Montélimar eerde het festival Ecrit à l'écran haar en gebruikte het haar foto voor de affiche van zijn 14de editie in september 2025.

Scroll naar boven