Greg (Michel Regnier)

Portret van Greg, Belgische striptekenaar, 1988
Portret van Greg, Belgische striptekenaar, 1988

Michel Louis Albert Regnier, beter bekend als Michel Greg of Greg, werd geboren in Elsene, in de provincie Brabant, en overleed in Neuilly-sur-Seine. Hij groeide op in Herstal, nabij Luik. Na zijn adolescentie creëerde hij zijn eerste reeks voor een Belgische dagblad en publiceerde hij onder meer Les Aventures de Nestor et Boniface in de Namense editie van Vers l'Avenir en de westernreeks Ted Aclack.

In de jaren 1950 zette hij zijn loopbaan verder met projecten zoals Le Journal de Paddy, dat in 1955 werd gelanceerd maar na vijf nummers ophield te bestaan na het wegvallen van een borgsteller. Rond diezelfde periode werkte hij zich verder op met advies van André Franquin. Greg collaboreerde ook met Héroïc-Albums aan teksten en tekeningen van Le Chat onder Michel Denys, schreef scenario's voor twee reeksen bij IMA l'ami des jeunes en was zonder officiële titel redacteur van La Libre junior. Daarnaast creëerde hij de humorreeks Minouche voor het bijblad Récréation van La Dernière Heure. Met meer dan werken als tekenaar en/of scenarist gold hij als een van de productiefste makers van de Frans-Belgische strip.

Leven en loopbaan

Michel Regnier, ook bekend als Michel Greg of Greg, werd geboren in Elsene, in de provincie Brabant, en overleed in Neuilly-sur-Seine. Hij was een Belgisch genaturaliseerd Frans striptekenaar, scenarist, hoofdredacteur, literair directeur en romanschrijver. Als tekenaar en/of scenarist werkte hij aan meer dan werken. Greg gold als een van de productiefste makers van het Frans-Belgische stripverhaal.

Doorbraak en redactionele loopbaan

Michel Louis Albert Regnier, die in Brussel werd geboren en opgroeide in Herstal bij Luik, zette na zijn adolescentie zijn eerste reeks op voor een Belgische dagblad. Daarna volgden al snel verschillende projecten die zijn naam als scenarist en tekenaar vestigden. Zo publiceerde hij in de Namense editie van Vers l’Avenir Les Aventures de Nestor et Boniface en werkte hij ook aan de westernreeks Ted Aclack. In het midden van de jaren 1950 ontmoette hij André Franquin, van wie hij volgens de verstrekte gegevens advies kreeg om verder te groeien als auteur.

In 1955 lanceerde hij Le Journal de Paddy, maar dat tijdschrift hield slechts vijf nummers stand nadat een borgsteller wegviel. In dezelfde periode bleef hij actief op meerdere fronten. Hij werkte samen met Héroïc-Albums aan de teksten en tekeningen van Le Chat onder Michel Denys, schreef uitsluitend scenario’s voor twee reeksen bij IMA l’ami des jeunes en fungeerde zonder officiële titel als redacteur van La Libre junior. Daarnaast bedacht hij de humorreeks Minouche voor het bijblad Récréation van La Dernière Heure.

Zijn productie werd in de daaropvolgende jaren bijzonder uitgebreid. Hij schreef ongeveer 300 pagina’s van Modeste et Pompon in het tijdschrift Tintin en leverde verschillende episodes van Spirou et Fantasio voor Le Journal de Spirou. Van 1958 tot 1977 bedacht hij ook talrijke reeksen als scenarist voor onder meer Tibet, Maréchal, Mittéï, Cuvelier, Hermann, Paape, Vance, Dany, Azara, Turk en Bob de Groot, Auclair, Aidans, Derib, Fahrer en Dupa, terwijl hij in die jaren bleef tekenen. In 1960 creëerde hij Rock Derby, in 1962 volgden Babiole et Zou en Bolivar et Broussaille, en in 1963 nam hij de personages van Zig et Puce van Alain Saint-Ogan weer op. Datzelfde jaar schiep hij Achille Talon in Pilote. Van 1965 tot 1974 was hij hoofdredacteur van het Journal de Tintin. Voor de reeks Bruno Brazil gebruikte hij het pseudoniem Louis Albert om overexposure van zijn naam te vermijden. In 1971 lanceerde hij bovendien een nieuw tijdschriftformaat voor verhalen in hoofdstukken, waarin onder meer Go West, getekend door Derib, werd gepubliceerd. Sommige van zijn verhalen werden in 2023 en 2024 opnieuw uitgegeven door Pan Pan en BD Must, waarbij hij ze ondertekende.

Werk bij Dargaud en in de Verenigde Staten

In 1974 verliet Greg het Journaal van Kuifje en België om in Frankrijk de literaire leiding van Dargaud op zich te nemen. Voor die uitgever lanceerde hij het tijdschrift Achille Talon en creëerde hij enkele nieuwe reeksen, waaronder Frère Boudin met Christian Marin, dat in twee delen verscheen, Jo Nuage en Kay Mac Cloud met Dany, en Les Aventures de Papa Talon met Hachel. In 1978 schreef hij ook het scenario van L'Agence Labricole voor de Zwitserse televisie.

Later verhuisde Greg naar de Verenigde Staten, waar hij hoofd werd van het Amerikaanse bureau van Dargaud. Daar werkte hij mee aan de ontwikkeling van scenario’s voor de Amerikaanse televisie, waaronder La Croisière s'amuse. Daarnaast schreef hij voor Fleuve noir zes romans uit de onderzoeksreeks van Hardy en Lesage. Tussen 1987 en 1988 schreef hij de scenario’s van de eerste twee afleveringen van Marsupilami voor Franquin en Batem.

In de jaren negentig bleef hij actief als scenarioschrijver. Hij schreef Comanche voor Rouge van 1990 tot 2002, Johnny Congo voor Paape in 1992, de laatste band van Luc Orient, Rendez-vous à 20u in de hel, in 1994, Bernard Prince voor Aidans van 1992 tot 1999 en Colby voor Blanc-Dumont van 1991 tot 1997. In 1995 overleed zijn echtgenote na een ziekte. In 1997 verkocht hij de rechten op Achille Talon aan Dargaud; de reeks eindigde in 2009 met het achtenveertigste deel, onder verschillende schrijvers en tekenaars.

Erkenning, gezin en overlijden

In 1988 werd Greg benoemd tot ridder in de Orde van Kunst en Letteren. Vier jaar later ontving hij de prijs Géant de la BD van de Belgische Kamer van Stripspecialisten. Zijn huwelijk leverde twee kinderen op, Denis en Martine. Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten woonde hij in 1985 in Greenwich, Connecticut. Greg overleed in Neuilly-sur-Seine aan een gesprongen aneurysma, op 66-jarige leeftijd. Zijn as werd bijgezet op de begraafplaats Père-Lachaise, in graf 11717, dat in 2021 werd vernieuwd.

Stripreeksen

Greg creëerde als striptekenaar en scenarioschrijver talrijke reeksen. Samen met tekenaar Hermann maakte hij twee realistische reeksen: Comanche en Bernard Prince. Met Eddy Paape bedacht hij de sciencefictionreeks Luc Orient. Voor de reeks over geheime agenten Bruno Brazil werkte hij samen met illustrator William Vance. Ook de fantasireeks Olivier Rameau, met tekenaar Dany, kwam van zijn hand. In 1963 creëerde Greg de reeks Les As voor het tijdschrift Vaillant. Vanaf 1969 liep die reeks verder in Pif Gadget, tot 1973. Na tien jaar zette Greg Les As stop.

Achille Talon en andere werken

Greg creëerde Achille Talon voor het tijdschrift Pilote. Het personage werd bekend om de dialogen vol woordspelingen, literaire verwijzingen en dubbele betekenissen. Achille Talon leverde Greg ook aanzienlijke erkenning op: het personage inspireerde meerdere doctoraatsthesissen in Frankrijk en Quebec. Verschillende albums behandelden uiteenlopende thema’s, waaronder dictatuur, racisme en economie. In 1987 verscheen Achille Talon tegen dokter Jakhals en mister Bied !, een album rond het thema van de dubbele persoonlijkheid.

Naast de stripalbums gebruikte Greg Achille Talon ook in reclames. Hij maakte publiciteitswerken voor verschillende merken en creëerde geschenkalbums voor Chamois d’Or, Lotus, Shell en Total. Hij realiseerde ook specifieke albums zoals Achille Talon domesticeert het water voor Flygt-pompen, Achille Talon picknick met Canderel en Rock Derby / Het mysterie van de luchthaven voor de luchthavens van Parijs. Ook zijn personages Zig en Puce promootten in 1994 Pingouin-wol met animaties en kinderbedkleding, terwijl hij voor Caprice des Dieux nieuwe personages Pic en Nic bedacht.

Greg kreeg nooit de Grote Prijs van de stad Angoulême, maar werd wel geëerd met de retrospectieve tentoonstelling ABCDEF GREG. Later publiceerde hij bij Dargaud Michel Greg, Dialogues sans bulles, een bundel interviews met Benoît Mouchart, en in de jaren 1990 verscheen bij Éditions Michel Lafon zijn aforismenbundel Il pense donc je suis. Af en toe werkte hij ook mee aan Libre Journal de la France courtoise van Serge de Beketch.

Voortzetting van bestaande reeksen

Als scenarioschrijver werkte Greg geregeld aan het voortzetten van bestaande reeksen, waarbij hij verschillende stijlen en genres benaderde. Hij nam in de eerste plaats reeksen over die oorspronkelijk waren gecreëerd door Victor Hubinon, Sirius en André Beckers. Voor de reeks Suske en Wiske, getekend door Franquin, schreef hij tussen 1958 en 1961 verschillende scenario’s. In 1958 schreef hij ook La Peur au bout du fil, op basis van een idee van Franquin, en in 1959 werkte hij mee aan Z comme Zorglub. Daarnaast leverde hij bijdragen aan Le Prisonnier du Bouddha (1958), L'Ombre du Z (1960), Tembo Tabou (1960) en QRN sur Bretzelburg (1961).

Volgens Bocquet en Verhoest plaatste Greg de reeks Suske en Wiske in de politieke context van die tijd. Hij hielp ook mee om het personage Zorglub mee vorm te geven door er megalomane trekken aan toe te voegen. Bij QRN sur Bretzelburg hielp hij Franquin bovendien uit een verhalende impasse. Later schreef hij scenario’s voor de eerste twee delen van de reeks Marsupilami, getekend door Batem, die in 1987 werd gelanceerd. Ook voor Modeste en Pompon werkte hij vanaf 1957 mee aan gag-scenario’s.

In 1958 werkte Greg samen met Hergé aan de projecten De Pillen en Kuifje en de Thermozero. Voor dat laatste project nam hij de stijl van Kuifje over en schreef hij het scenario; hij voltooide acht met potlood getekende pagina’s voordat Hergé het project onderbrak. Greg schreef die onderbreking toe aan Hergés persoonlijke morele crisis. In 1969 droeg hij ook bij aan het scenario van de animatiefilm Kuifje en de Zonnetempel, waarbij hij de dochter van een Inca-hoofdman toevoegde. In 1972 schreef hij het scenario voor de animatiefilm Kuifje en het Haaienmeer. Na Hergés dood werd Greg door Bob de Moor beschouwd als een mogelijke voortzetter van Kuifje en de Alfa-kunst, maar Fanny Remi weigerde hem daarvoor toestemming.

Na een vriendschap met Alain Saint-Ogan hervatte Greg ten slotte de reeks Zig en Puce voor het tijdschrift Kuifje. Daarbij moderniseerde hij de personages, terwijl hij trouw bleef aan de scenario’s van Saint-Ogan.

Invloed op strips

De invloed van Réception werd opgemerkt bij verschillende striptekenaars, onder wie Dupa, Gerrit de Jager, Nikita Mandryka, Willem Ritstier en Turk. In 2021 werd Réception door de website BD Gest' opgenomen in de Franstalige en Nederlandstalige Strippenhof der Faam. Daarnaast gaf Réception de kenmerken van Greg mee aan het personage Monsieur Quinn in het album Caro uit de reeks Équator.

Scroll naar boven