Jan Fabre is een Belgische kunstenaar, geboren op 14 december 1958. Hij is bekend om zijn bijdragen aan theater, literatuur en beeldende kunst, en heeft een carrière die bijna vier decennia omspant. In zijn werk verwijst hij vaak naar het concept consilience, dat hij beschrijft als de eenheid van kennis en als het samenbrengen van elementen uit verschillende disciplines. Daarbij benadrukt hij een fact-based benadering van theorie en praktijk, en het zien van verbanden tussen kunst, theater, wetenschap, religie en geneeskunde. Fabre verbindt deze brede visie ook met nieuwe interpretaties binnen de beeldende kunst, het theater en de literatuur. Zijn beeldend werk ontwikkelde een eigen, samenhangend universum met een sterk persoonlijke beeldtaal en terugkerende symbolen en motieven. Al op jonge leeftijd raakte hij gefascineerd door insecten, een interesse die mede werd beïnvloed door de manuscripten van entomoloog Jean-Henri Fabre. Hij gebruikt onder meer de vleugelschilden van de juweelkever als basis voor mozaïekwerken.
- Waarvoor staat Jan Fabre bekend?
- Hoe beschrijft Jan Fabre consilience en welke rol speelt dat in zijn werk?
- Hoe ontwikkelde Jan Fabre zijn beeldtaal en welke opvallende werken maakte hij met insecten en andere materialen?
- Hoe ontwikkelde Jan Fabre zijn theater- en danspraktijk en welke belangrijke producties en samenwerkingen horen daarbij?
- Hoe kenmerken Jan Fabres theaterteksten en zijn visie op theater zich?
- Hoe liep de zaak tegen Jan Fabre af na de beschuldigingen uit 2018?
- Welke controverses ontstonden rond Jan Fabre in 2012 en 2016?
- Welke theaterproducties maakte Jan Fabre tussen 1980 en 1999?
- Welke theaterproducties maakte Jan Fabre tussen 2000 en 2018?
- Welke theaterproducties maakte Jan Fabre tussen 2019 en 2021, en in welke landen werden ze gecreeerd?
- Welke theaterproducties maakte Jan Fabre tussen 2021 en 2025?
Carrière en artistieke bijdragen
Jan Fabre is een Belgische kunstenaar, geboren op 14 december 1958. Hij staat bekend om zijn bijdragen aan het theater, de literatuur en de beeldende kunsten. Zijn carrière beslaat bijna vier decennia, waarin hij actief bleef in meerdere artistieke domeinen.
Consilience als verbindend concept
Jan Fabre verwijst vaak naar consilience als de eenheid van kennis. Hij werkt dit concept uit op basis van William Whewell en Edward O. Wilson, en beschrijft het als het samenbrengen van elementen uit verschillende disciplines. Daarbij benadrukt hij dat consilience gestoeld is op feiten, theorie en praktijk over de grenzen van disciplines heen. Volgens hem kan inzicht in de entomologie leiden tot nieuwe interpretaties binnen de beeldende kunst. Ook ziet hij consilience als het leggen van verbanden tussen kunst, theater, wetenschap, religie en geneeskunde. Fabre geeft aan zich te herkennen in een veelzijdige en ver reikende benadering, waarmee hij nieuwe interpretaties biedt voor de wereld van de beeldende kunst, het theater en de literatuur.
Beeldtaal, insecten en monumentale werken
Jan Fabre ontwikkelde in zijn beeldende kunst een eigen, samenhangend universum met een erg persoonlijke beeldtaal en terugkerende symbolen en motieven. Al op jonge leeftijd raakte hij gefascineerd door de wereld van de insecten. Die belangstelling werd ook gevoed door de manuscripten van de entomoloog Jean-Henri Fabre (1823-1915).
Een opvallend materiaal in zijn werk zijn de dekschilden van de juweelkever. Hij gebruikte die als basis voor mozaiekwerken. Met die keverschilden maakte hij drie permanente altaarstukken in AMUZ. Ook de twee reeksen mozaiekpanelen Tribute to Belgian Congo (2010-2013) en Tribute to Hieronymus Bosch in Congo (2011-2013) werden ermee opgebouwd. Die twee reeksen werden in 2013 voor het eerst volledig samen tentoongesteld in het PinchukArtCentre in Kiev.
Naast zijn beeldende werk bouwde Fabre vanaf 1976 tot 1980 ook aan zijn eerste teksten voor theater en zijn eerste solo-optredens. In zijn zogenaamde money-performances verbrandde hij geld en schreef hij met as het woord MONEY. In 1977 hernoemde hij de straat waar hij woonde tot Jan Fabre Street en bevestigde hij een gedenkplaat op het huis van zijn ouders, met de vermelding Here lives and works Jan Fabre. Die plaat was analoog aan de gedenkplaat op het huis van Vincent van Gogh in dezelfde straat. In 1978 maakte hij tekeningen met zijn eigen bloed tijdens de solo performance My body, my blood, my landscape. Vanaf 1980 begon hij als regisseur en scenograaf te werken. Daarna werd hij bekend om Bic-art, met balpen-tekeningen. In 1980 sloot hij zichzelf drie dagen en nachten op in een witte kubus en tekende daar met blauwe Bic-balpennen in The Bic-Art Room. In 1990 bedekte hij zelfs een volledig gebouw met balpentekeningen.
Fabre maakte ook bronzen sculpturen, waaronder The man who measures the clouds en Searching for Utopia. Verder bekleedde hij het plafond van het Koninklijk Paleis in Brussel met 1.600.000 juweelkeverdekschilden voor Heaven of Delight. In 2004 plaatste hij Totem, een reuzenkever op een stalen naald van 70 voet, op het Ladeuzeplein in Leuven. In september 2016 deed hij in het Tete d’Or Velodrome in Lyon een poging om Eddy Merckx’ uurrecord uit 1972 niet te breken. Hij reed daarbij in een uur 23 km, tegenover het record van Merckx van meer dan 49 km. Eddy Merckx, Raymond Poulidor en commentator Daniel Mangeas verzorgden de commentaar. De poging vond plaats als opening van de retrospectieve tentoonstelling Stigmata van het Musee d’art contemporain de Lyon, en Fabre omschreef die als hoe te blijven als een dwerg in het land van reuzen.
Theater, dans en radicale vernieuwing
Sinds 1975 schrijft Jan Fabre zijn eigen toneelstukken en gebruikt hij taal met een grote scherpte en terughoudendheid, wat telkens om vernieuwende oplossingen vraagt. Met zijn werk doorbreekt hij bewust de conventies van het eigentijdse theater door het concept van ‘real-time performance’ in te voeren. Zijn streven is om radicale mogelijkheden te verkennen als middel om theater en dans opnieuw tot leven te wekken.
In 1982 zette hij die lijn kracht bij met This is theatre as was to be expected and foreseen, een productie die gevestigde conventies binnen Europese theaterkringen ter discussie stelde. De ontwikkeling liep verder met onder meer The Power of Theatrical Madness, opgevoerd op de Biënnale van Venetië in 1984. Twee jaar later richtte Fabre in Antwerpen de Troubleyn/Jan Fabre theatre company op, een gezelschap met ruime internationale werking.
Ook als choreograaf zocht hij nieuwe wegen. In 1987 creëerde hij The Dance Sections, waarin hij innovatieve benaderingen van de klassieke dans onderzocht. In 1990 volgde The Sound of One Hand Clapping voor het Frankfurt Ballet. Die choreografieën vormden een voorloper van de operatrilogie The Minds of Helena Troubleyn, gemaakt in samenwerking met de Poolse componist Eugeniusz Knapik.
Zijn werk als maker van solo-producties kreeg ondertussen verder vorm in stukken die vaak op eigen teksten zijn gebaseerd en geschreven voor vaste performers van de Troubleyn/Jan Fabre company. Zo maakte hij onder meer Elle était et elle est, même voor Els Deceukelier in 1991 en opnieuw in 2022, Etant donnés voor haar in 2004, Angel of Death voor Ivana Jozić in 2003, Another Sleepy dusty delta day voor haar in 2008, Preparatio mortis voor Annabelle Chambon in 2005 en 2010, Drugs kept me alive voor Antony Rizzi in 2012, Attends, Attends, Attends… (Pour mon père) voor Cédric Charron, Resurrexit Cassandra voor Stella Höttler in 2019 en Simona, the gangster of art met de Italiaanse actrice Irene Urciuoli.
Later bleef hij grootschalig werk maken. Je suis sang werd in 2001 al op de Cour d’Honneur gepresenteerd, waarna Histoire des larmes er in première ging. In 2023 creëerde hij Peak Mytikas, een acht uur durende productie rond de Griekse tragedies, het huis van Thebe en de tragedies van Oedipus en Antigone. Sinds 2016 wordt The Night Writer in verschillende nationale theaters in Europa opgevoerd, onder meer in Italië, Sint-Petersburg, Belgrado, Vilnius, Ljubljana en Dubrovnik. Deze productie is gebaseerd op Night Diaries en toneelteksten en wordt vertolkt door een bekende acteur in diens moedertaal.
Theaterteksten en artistieke aanpak
Jan Fabre is bekend om zijn theaterwerken en visuele kunst, maar ook om zijn theaterteksten en Night Diaries. Zijn theaterteksten zijn vertaald in meer dan 15 talen en zijn in de eerste plaats gemaakt om opgevoerd te worden. Ze combineren conceptuele diepgang met poëtische expressie en halen inspiratie uit oude rituelen en filosofische vragen. Tegelijk functioneren ze als persoonlijke manifesten. Fabre pleit voor een holistische benadering van theater, waarin dans, muziek en improvisatie samengaan met tekst. Door zijn minimalistische taal daagt hij traditionele theatermethodes uit en laat hij ruimte voor vernieuwende interpretaties door latere regisseurs.
Juridische veroordeling en reacties
In september 2018 werd Jan Fabre in Antwerpen, België, door twintig voormalige leden van Troubleyn/Jan Fabre beschuldigd van seksuele intimidatie, machtsmisbruik en aanranding. Volgens Conviction schaadde dit zijn positie in de artistieke wereld. Op 29 april 2022 veroordeelde een Belgische rechtbank hem tot 18 maanden zonder gevangenisstraf. De veroordeling ging over vijf inbreuken op de wet op het welzijn van werknemers en over aanranding van de eerbaarheid, waarbij sprake was van een kus met de tong. Jan Fabre ging niet in beroep tegen deze veroordeling. Tegelijkertijd schaarden 175 voormalige werknemers en collega’s zich achter hem en spraken zij zich uit tegen zijn voorstelling in de media.
Controverses rond voorstellingen en tentoonstellingen
Op 26 oktober 2012 meldden verschillende media een controverse over een opname in het Antwerpse stadhuis voor een komende film. Daarbij zouden levende katten in de lucht zijn gegooid en op de treden van de Antwerpse inkomhal zijn terechtgekomen, nadat ze waren bedekt met een beschermende laag. Tijdens de opnames waren ook de eigenaar van de katten en een dierenarts aanwezig. Jan Fabre verklaarde nadien dat alle katten na de opname nog in goede gezondheid verkeerden.
In februari 2016 werd Jan Fabre door het Griekse ministerie van Cultuur benoemd tot Creative Director van het Athens-Epidaurus Festival. Op 2 april 2016 nam hij ontslag, nadat er een plan was om acht van de tien festivalproducties aan België te wijden.
In oktober 2016 ontstond opnieuw controverse rond een tentoonstelling van Fabre in het Russische Staatsmuseum Hermitage. Bezoekers en de Russisch-Orthodoxe Kerk uitten kritiek op opgezette dieren in vreemde houdingen. Op Russische sociale media leidde dat tot verontwaardiging. Het museum organiseerde daarop een publiek evenement om de tentoonstelling toe te lichten. Fabre bevestigde dat de gebruikte dieren van wegen waren gehaald waar ze waren omgekomen, en ontkende beschuldigingen van dierenmishandeling. Hij zei ook dat de dieren in de installatie in de buurt van Antwerpen waren gevonden, door achterlating en dood, en beschreef de tentoonstelling als een eerbetoon aan achtergelaten dieren en een reflectie op kwetsbaarheid.
Theaterwerken in de jaren tachtig en negentig
Tussen 1980 en 1999 creëerde Jan Fabre een lange reeks theaterproducties. In 1980 maakte hij Theater geschreven met een K is een kater, gevolgd door It is Theatre as to be Expected and Foreseen in 1982. In 1984 presenteerde hij The power of theatrical madness at Venice Biennale. Daarna volgden onder meer Das Glas im Kopf wird vom Glas in 1987 en Prometheus Landschaft in 1988. In 1989 bracht hij verschillende producties uit: Das Interview das stirbt, Der Palast um vier Uhr morgens A.G. en Die Reinkarnation Gottes. Een jaar later kwam opnieuw Das Glas im Kopf wird vom Glas, samen met The Sound of one hand clapping in 1990.
In de eerste helft van de jaren negentig bleef hij nieuwe werken maken. In 1991 waren dat Sweet Temptations en She was and she is, even. In 1992 volgden Wie spreekt mijn gedachte, Silent Screams, Difficult Dreams en Vervalsing zoals ze is, onvervalst. In 1993 maakte hij Da un’altra faccia del tempo. Daarna kwam in 1995 opnieuw een opvallende reeks met Quando la terra si rimette in movimento, Three Dance-solos, A dead normal woman en Universal Copyrights 1 & 9.
De latere jaren leverden nog meer producties op. In 1996 maakte Fabre De keizer van het verlies. In 1997 volgden The very seat of honour, Body, Body on the wall, Glowing Icons, The Pick-wick-man en Ik ben jaloers op elke zee. In 1998 kwam The fin comes a little bit earlier this siècle But business as usual, en in 1999 sloot deze periode af met Het nut van de nacht.
Theaterproducties in de jaren 2000 en 2010
In de jaren 2000 bouwde Jan Fabre een omvangrijk repertoire aan theaterproducties uit. In 2000 maakte hij As long as the world needs a warrior’s soul en My movements are alone like streetdogs. Een jaar later volgde Je suis Sang conte de fées médiéval, waarna in 2002 Het zwanenmeer, Swan lake en Parrots & guinea pigs verschenen. In 2003 kwamen Je suis sang en Angel of death tot stand. In 2004 was er opnieuw een reeks producties, met Tannhäuser co-production, Elle était et elle est, même, Etant donnés, Quando L’Uomo principale è una donna en The crying body. Daarna volgden The King of Plagiarism en History of Tears in 2005.
Later in het decennium bleef hij nieuwe stukken creëren, waaronder I am a Mistake en Requiem für eine Metamorphose in 2007, Another Sleepy Dusty Delta Day in 2008 en Orgy of Tolerance in 2009. In 2010 maakte hij The Servant of Beauty en Preparatio Mortis. Daarna volgden Prometheus–Landscape II in 2011 en Drugs kept me alive in 2012. In 2013 kwam Tragedy of a Friendship, en in 2015 Mount Olympus To Glorify the Cult of Tragedy A 24-hour performance.
Ook in de latere jaren bleef Fabre actief met België gerelateerde en andere producties: Belgium Rules Belgian Rules, samen met Johan de Boose, in 2017, en The Generosity of Dorcas in 2018.
Theaterproducties in verschillende landen
In 2019 creëerde Jan Fabre The Night Writer in Italië en ook in Rusland. In datzelfde jaar maakte hij daarnaast Resurrexit Cassandra. In 2020 werd The Night Writer in Servië gecreëerd onder de titel Nocni Pisac. Een jaar later volgden meerdere nieuwe versies en producties: The Night Writer in Litouwen als Nakties Rasytojas, The Fluid Force of Love in 2021, en The Night Writer in Slovenië en Kroatië, telkens als Nocni Pisec en Nocni Pisac. Tussen 2019 en 2021 keerde The Night Writer zo herhaaldelijk terug in verschillende landen en talen.
Theaterproducties van 2021 tot 2025
Tussen 2021 en 2025 bleef Jan Fabre nieuwe theaterproducties maken. In 2021 creëerde hij Resurrexit Cassandra met Sonia Bergamasco en Not Once, een art installation with film met Mikhail Baryshnikov. Een jaar later volgde Elle etait et elle est, meme. In 2023 maakte hij Simona, the gangster of art en Peak Mytikas On the top of Mount Olympus, een 8-Hour Performance, samen met Johan de Boose.
In 2024 kwamen daar Io sono un errore, I’m sorry en I believe in the legend of love bij. In 2025 creëerde hij opnieuw twee producties: Una tribù, ecco quello che sono, ook bekend als A Tribe, That Is Me, en La poésie de la résistance, The Poetry of Resistance.