Jean Ray

Portret van Jean Ray, Belgische schrijver
Portret van Jean Ray, Belgische schrijver

Jean Ray was het bekendste Franse pseudoniem van Raymond Jean Marie de Kremer, een Belgische Vlaamse schrijver die in het Frans en het Vlaams publiceerde. Voor zijn Vlaamse werk gebruikte hij de naam John Flanders, naast nog tal van andere pseudoniemen. Zijn literaire nalatenschap omvat enkele duizenden werken in diverse genres, waaronder korte verhalen, novellen, romans, reportages, comicteksten en revueplays. Hij wordt beschouwd als een klassieker van de Belgische school van de ‘vreemde verhalen’ en had daarop een grote invloed. Daarnaast staat hij bekend om avonturenwerken voor kinderen en jongeren, vooral in het Vlaams, en geldt hij als een van de grondleggers van de Vlaamse detectiveroman. In zijn werk komen een bijzondere zwarte humor, een premoderne wereld zonder telefoon of radio en steeds terugkerende motieven rond voedselconsumptie voor. In 1950 publiceerde hij ook een volledig fictieve romantische ‘autobiografie’, die later vaak tot foutieve biografische beschrijvingen heeft geleid.

Pseudoniemen en literaire erfenis

Jean Ray is de bekendste Franse schuilnaam van de Belgische Vlaamse schrijver Raymond Jean Marie de Kremer. Hij schreef zowel in het Frans als in het Vlaams, waarbij hij voor zijn Vlaamse werk de naam John Flanders gebruikte. Naast deze twee hoofdschuilnamen hanteerde hij nog vele andere pseudoniemen. Zijn creatieve nalatenschap omvat enkele duizenden werken in verschillende genres, waaronder korte verhalen, novellen, romans, reportages, stripteksten en revueplays.

Hij geldt als een klassieker van de Belgische school van de vreemde verhalen en heeft op die stroming een grote invloed uitgeoefend. Daarnaast is hij vooral bekend om avonturenwerken voor kinderen en jongeren, hoofdzakelijk in het Vlaams, en wordt hij beschouwd als een van de grondleggers van de Vlaamse detectiveschool. In zijn werk keren opvallend zwartgallige humor en een premoderne wereld zonder telefoon of radio vaak terug, net als het voortdurende motief van voedselconsumptie.

In 1950 publiceerde hij een volledig fictieve, romantische autobiografie. Daardoor ontstaan in kritische uitgaven vaak foutieve beschrijvingen van zijn leven.

Achtergrond en familie

Jean Ray werd geboren in Gent in een Vlaams gezin. Zijn vader, Joseph Edmond de Cremer, was havenambtenaar. Zijn moeder, Marie Thérèse Anseele, was onderwijzeres. Zij was ook de zus van de Belgische socialistische politicus Édouard Anseele. Deze familiale achtergrond plaatste hem in een omgeving met zowel een administratieve als een onderwijzende traditie.

Jeugd, vroege invloed en eerste stappen in het schrijven

Jean Ray groeide op in een familie met verschillende achtergronden. Zijn grootvader van vaderszijde was bakker in Antwerpen, terwijl zijn grootmoeder van vaderszijde uit Limburg kwam. Aan moederskant was de familie actief in de schoenmanufactuur. Als kind had hij last van lichtgevoeligheid en zat hij graag in een huis in de Hamstraat in Gent. Ook de verhalen die hij hoorde van een kindermeid, Elodie, maakten indruk op hem; later nam hij die naam op in de roman Malperthuis.

Zijn eerste geschreven werk verscheen in 1904 in een studentenkrant. Hij volgde les aan het Gentse Staatspedagogisch College, maar maakte de studies niet af. Daarna wees hij de wens van zijn ouders om toneelstukken voor revue te schrijven niet af, en via een revueproductie leerde hij zijn latere vrouw Nini Balta kennen, een actrice en zangeres. In 1910 werd hij een kleine gemeentelijke klerk. Op 17 februari 1912 trouwde hij met Virginie Bal. In 1913 kregen ze een dochter, Lucienne Marie Thérèse Edmond De Kremer, die bekendstond als Lulu.

In die jaren legde hij zich toe op het schrijven van stukken voor het muziekhal en op pogingen in journalistiek en literatuur, onder meer in het tijdschrift Gand XXieme siecle. Dankzij de bescherming van een oom behield hij zijn klerkenbaan. Toen de Eerste Wereldoorlog begon, hervatte hij het schrijven van stukken voor het volkstoneel en de revue, maar liet hij de journalistiek en literatuur achter zich. In 1919 gaf hij zijn baan als klerk op en begon hij te werken voor effectenmakelaar August Van den Bogaerde.

Pseudoniemen en eerste succes

Jean Ray publiceerde in verschillende kranten en tijdschriften, zowel anoniem als onder pseudoniemen. Hij gebruikte onder meer de namen Jean Ray, John Flanders, Tiger Jack, RM Temple, John Sailor, Kapitein Bill en Alice Sauton. Tussen 1920 en 1923 was hij redacteur van het liberale tijdschrift Journal de Gand – Echo des Flandres. Hij herdoopte dat blad tot l'ami du Livre en veranderde de verschijningsfrequentie naar om de twee maanden. Omdat l'ami du Livre financieel niet leefbaar bleek, kwam het tot financiële fraude.

In 1925 verscheen zijn eerste bundel fantastische verhalen, Whisky Tales, die hij onder het pseudoniem Jean Ray signeerde. Die naam was gevormd uit delen van de naam RAYmond Jean. Whisky Tales werd goed onthaald door critici en kende succes in eigen land en in Frankrijk. Daarna kondigde hij nog een tweede bundel aan, Pure Rum, maar die werd nooit uitgegeven.

Gevangenschap en literaire herstart

In 1926 werd Jean Ray gearresteerd op verdenking van fraude, op basis van de getuigenis van makelaar van der Bogarde. Op 20 januari 1927 volgde zijn veroordeling voor de verduistering van 1,5 miljoen Belgische frank van mogelijke investeerders. Daarvoor kreeg hij een gevangenisstraf van zes en een half jaar. Uiteindelijk kwam hij al na twee jaar vrij, op 1 februari 1929, wegens voorbeeldig gedrag.

Tijdens zijn opsluiting werkte hij in de gevangenisbibliotheek en schreef hij het verhaal La ruelle ténébreuse. Hij bleef ook toen al publiceren onder het pseudoniem John Flanders. Na zijn vrijlating bleef de impact van de gevangenisstraf groot: zijn familie raakte vervreemd van verwanten, onder wie de familie Anseele, en het lukte hem moeilijk om goed betaald werk te vinden.

Toch hervatte hij zijn literaire activiteit snel. Tussen 1929 en 1935 publiceerde hij ongeveer twintig verhalen als John Flanders in La Revue Belge. In 1931 verscheen ook Croisiere des ombres onder zijn eigen naam, maar dat boek bleef volgens de feiten onopgemerkt bij critici en publiek. In datzelfde jaar begon hij samen te werken met uitgeverij Altiora onder de naam John Flanders. Voor Altiora publiceerde hij vanaf 1931 ook het jeugdtijdschrift Vlaamse Filmkens en bracht hij meer dan 150 nummers uit. In 1935 verscheen bij Altiora onder het pseudoniem John Flanders ook het boek Prividi na nerivni veresovi pustci.

Schrijverschap en pseudoniemen

In 1931 sloot Jean Ray zich aan bij het project rond de terugkerende held Harry Dickson, een Amerikaanse amateurdetective. Aanvankelijk bewerkte hij vrij werken van Harry Dickson, gebaseerd op Duitse vooroorlogse originelen, voor een uitgever in Amsterdam. Later schreef hij zelf ongeveer 100 verhalen over Harry Dickson. Die verhalen verschenen eerst anoniem en later onder de naam Jean Ray in een bloemlezing.

Naast deze reeks publiceerde hij in het jeugdblad Bravo! nog een andere terugkerende serie over de Amerikaanse detective en 16-jarige tiener Edmund Belle, onder de naam John Flanders. Hij redigeerde ook het jeugdblad Bravo!, dat grotendeels bestond uit teksten onder verschillende pseudoniemen. Zowel de serie als het blad werden geillustreerd door de Gentse kunstenaar Frits van der Berghe, een jeugdvriend van Jean Ray.

Jean Ray werkte verder als journalist in kinder- en jeugduitgaven, waaronder het blad Vlaamse Filmkens. Hij schreef stripteksten onder meer onder de pseudoniemen King Ray en Alix R. Bantam, en hij trad ook op als scenarist. Verhalen onder het pseudoniem John Flanders werden populair, en vier verhalen van Jean Ray verschenen in het Amerikaanse tijdschrift Weird Tales.

In 1942 en 1943 publiceerde hij bij Les Auteurs Associes een reeks werken onder het pseudoniem Jean Ray, waaronder Le Grand Nocturne, Les Cercles de l epouvante, Cite de l Inexpressible peur, Malpertuis en Derniers contes de Canterbury. Vanaf 1946 werkte hij samen met Altiora aan kinder- en jeugdliteratuur. In dat verband zette hij ook Vlaamse Filmkens voort onder de naam John Flanders en publiceerde hij de romans De Zilveren Kaap, Bataille d angleterre, Zwarte Eiland en Geheimen van het noorden. Daarnaast verschenen vanaf 1946 talrijke verhalen en reportages in tijdschriften en kranten van Altiora, onder verschillende pseudoniemen en ook anoniem.

Internationale doorbraak en laatste jaren

Na de Tweede Wereldoorlog won Jean Ray sterk aan populariteit in Frankrijk. Zijn roman Malpertuis werd er in 1956 opnieuw uitgegeven. In 1961 verscheen bij Gérard de bundel 25 meilleures histoires noires et fantastiques, waarna dezelfde uitgever snel nog twee boeken met oudere verhalen van Jean Ray liet volgen. Ook bracht Gérard zestien delen uit van de reeks rond Harry Dickson. Tegen 1961 had Jean Ray al een gevestigde internationale reputatie als meester van het fantastische verhaal.

Zijn werk bleef ook buiten Frankrijk aandacht krijgen. In 1962 ontving hij de Franse literaire onderscheiding Le Prix Littéraire des Bouquinistes des Quais de Paris, maar door een ernstige ziekte kon hij de prijs zelf niet in ontvangst nemen. In datzelfde jaar verscheen hij ook op televisie. In 1963 begon in Frankrijk de publicatie van de Complete Works of Jean Ray. In mei 1964 wijdde het tijdschrift Fiction een speciaal nummer aan hem, onder nummer 126. Zijn eerste vertaalde boek, de verhalenbundel Ghosts in My Grave, verscheen in 1964 in de Verenigde Staten.

Sinds 1954 woonde Jean Ray in Gent, in het huis van zijn dochter aan de Rooigemlaan 563. Hij overleed er op 17 september 1964 aan een hartaanval. Jean Ray werd begraven op het Campo Santo, de begraafplaats voor kunstenaars en schrijvers. Zijn vrouw Virginia Bal, die in 1955 stierf, ligt naast hem begraven. Bij zijn uitvaart waren alleen goede vrienden en zijn dochter aanwezig. Op zijn graf staat een door hemzelf in verzen geschreven grafschrift.

Taal, pseudoniemen en literaire invloed

Jean Ray schreef een bijzonder omvangrijk oeuvre: ongeveer 1500 tot 1600 korte verhalen en romans, en daarnaast nog zowat 5000 reportages en artikelen. Op directe vragen antwoordde hij dat hij alleen schreef voor het geld. Opvallend is dat hij tweetalig was, in tegenstelling tot de meeste Belgische auteurs. Zijn creatieve erfenis bestaat ongeveer in gelijke mate uit Franse en Vlaamse teksten.

Voor zijn voornamelijk Vlaamse jeugdwerken gebruikte hij het pseudoniem John Flanders. Als John Flanders leverde hij een belangrijke bijdrage aan de Vlaamse kinderliteratuur. Zijn bekendste werk situeert zich echter in het Frans: de zogenaamde vreemde verhalen van Jean Ray. Daarnaast geldt hij, onder meer door de Harry Dickson-reeks, als medegrondlegger van de Vlaamse detectiveroman.

Jean Ray leverde ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de fantastische novelle in de Belgische literatuur. Criticus Jean-Baptiste Baronian beschouwde hem bovendien als een invloedrijke figuur binnen de Belgische school van de vreemde verhalen. Thomas Amos noemde hem samen met Thomas Owen en Michel de Ghelderode een van de drie stichtende vaders van die school.

Invloeden en beelden in het werk

Jean Ray liet zich voor zijn werk onder meer inspireren door zijn kinderbuurt in Gent, tussen de Sint-Jacobskerk en de haven. Daaruit groeide een wereld van scheve straten, industriële smog en verdachte figuren. Voor zijn beschrijvingen bezocht hij zelf geen exotische plekken zoals de Zuidzee of de Londense buitenwijken, maar maakte hij gebruik van kaarten en literatuur.

In zijn proza zijn duidelijke sporen te zien van gotiek en Duitse romantiek, met een nadruk op irrationalisme. Ook invloeden van Dickens, William Hodgson en Arthur Conan Doyle worden genoemd. Critici vergeleken zijn werk met dat van Lovecraft en Edgar Allan Poe. Thomas Amos wees bovendien op de invloed van de Europese avant-garde, waaronder het Duitse expressionisme. Mark Kagber beschreef zijn werk dan weer als geslaagd zonder dat het volledig in het modernisme opgaat.

De novellen van Jean Ray vallen op door niet-klassieke composities en plotkeuzes. Zijn verbeelding herhaalt zich in een reeks sterke beelden: mist, regen, lelies, duinen, schuivend zand en vampiermoerassen. Hij roept onbekende havens op, zeeen die niet op kaarten staan, dode schepen, dolle kompassen, tyfoons en maalstromen. Daarnaast verschijnen kelders, zolders, begijnenwoningen met duivelse huurders, onzichtbare straten en zwervende graven.

Ook duiken er tropische boomstammen op die lijken te worden bezield door een vernietigende wil, samen met apen, dwergen, infernale Polichinelles, spinnen, striges, geesten, ghouls, ratten, middeleeuwse chimaeren, zombies en ectoplasmatische moordenaars die via spiegels binnen- en buitenkomen.

Herdenking en eerbetoon

In Gent werden aan Jean Ray meerdere tentoonstellingen en symposiums gewijd. Ook kreeg hij een officiële eerbetuiging via de Belgische post: in 2004 bracht Belgium Post een postzegel uit met zijn portret. Daarmee bleef zijn naam zichtbaar in zowel culturele als publieke herdenking.

De verzameling Twori

Twori is een verzameling die door De Vrienden van Jean Ray werd samengesteld en ongeveer 10.000 werken van uiteenlopende lengte bevat. In die bundeling zitten onder meer mini-verhalen van tien regels en komische scenario's. Daarnaast omvat Twori korte romans die verspreid verschenen in honderden en duizenden kranten, tijdschriften, verzamelbundels en anthologieën. De verzameling bevat ook eerste boekuitgaven van werken van de Kremer.

Scroll naar boven