Jean Roba

Portret van Jean Roba, Belgische striptekenaar
Portret van Jean Roba, Belgische striptekenaar

Jean Roba werd geboren in Schaarbeek en overleed in Brussel. Hij was een Belgische striptekenaar die zijn werk signeerde met Roba. Als kind volgde hij avondlessen aan de School voor Sierkunsten van Molenbeek, waar hij onder meer tekenen en fotografie leerde. Tijdens de oorlog werd hij aanvankelijk beïnvloed door Albert Dubout en Jean Dratz. Op vijftienjarige leeftijd verliet hij de school. Daarna werkte hij eerst als leerling in een glas-in-loodbedrijf, maar stopte wegens hoogtevrees. Rond zijn tweeëntwintigste was hij actief in gravure, drukwerk, fotoretouche en vervolgens in reclame-illustratie. Na zijn legerdienst in 1952 werd hij hoofd van een creatieve studio. Franquin bracht hem in contact met het tijdschrift Spirou, waarvoor hij vanaf 1957 verschillende verhalen tekende. Eind 1959 creëerde hij samen met Rosy Bollie en Billie, met Bill gebaseerd op zijn eigen cocker spaniel en Bollie op zijn zoon.

Werken en bekendheid

Jean Roba was een Belgische striptekenaar, geboren in Schaarbeek en overleden in Brussel. Hij signeerde zijn werken onder de naam Roba. Hij werd vooral bekend als de auteur van de reeks Boule et Bill. Naast Boule et Bill maakte hij ook tal van andere werken.

Vroege opleiding en eerste stappen in de stripwereld

Jean Roba werd geboren in Schaarbeek, een gemeente van Brussel. Op tienjarige leeftijd volgde hij avondlessen aan de École des Arts Décoratifs van Molenbeek, waar hij vakken als tekenen en fotografie leerde. Tijdens de oorlog werd hij aanvankelijk beïnvloed door Albert Dubout en Jan Dratz. Op vijftienjarige leeftijd verliet hij de school. Daarna werd hij aangenomen als leerling in een bedrijf voor de vervaardiging van glas-in-loodramen, maar hij stopte daar wegens duizeligheid.

Rond zijn tweeëntwintigste werkte hij achtereenvolgens in de gravure, de drukkerij, de fotoretouche en vervolgens in de reclame-illustratie. Na het voltooien van zijn militaire dienst in 1952 werd hij hoofd van een creatieve studio. Hij kreeg ook een opleiding in interieurdecoratie en vormgeving. Franquin stelde hem vervolgens voor aan het weekblad Robbedoes. Vanaf 1957 leverde Roba er zijn eerste bijdragen met drie afleveringen van Belles histoires de l’Oncle Paul en een kort verhaal, Tiou, le petit Sioux. Later werkte hij mee aan drie verhalen van Robbedoes en Kwabbernoot.

Boule et Bill

Eind 1959 creëerde Jean Roba samen met Rosy de stripreeks Boule et Bill. Bill baseerde hij op zijn eigen cockerspaniël, terwijl Boule geïnspireerd was op zijn eigen zoon. De reeks verscheen eerst als een miniverhaal met de titel Boule et les mini-requins in een bijlage van het weekblad Kuifje, als een uitknip-minialbum. Vanaf het jaar daarop volgden korte verhalen en gags. In 1982 verscheen Globe-trotters, een volledig verhaal binnen de reeks.

Boule et Bill toont het geluk van een klein gezin en vermengt poëzie met het dagelijkse leven. De reeks werd in meer dan twintig talen vertaald en bereikte meer dan 25 miljoen lezers. Bovendien wordt Boule et Bill in het lager onderwijs gebruikt als didactische oefenstof. Jean Roba liet met deze reeks een belangrijk nalatenschap na door zijn humor en zijn vlotte tekenstijl.

Samenwerkingen en reeksen

Van 1959 tot 1960 werkte Jean Roba samen met Franquin door de decors te tekenen voor drie afleveringen van Spirou en Fantasio. In 1962 creëerde hij het personage Pomme. Van 1962 tot 1976 animeerde hij vervolgens La Ribambelle, verspreid over acht verhalen. Aan die reeks werkte hij samen met Vicq, Yvan Delporte, Maurice Tillieux en Jidéhem. La Ribambelle draait rond zes kinderen: Phil, Grenadine, Dizzy, Archibald, Atchi en Atcha. Tot de afleveringen behoren onder meer La Ribambelle gagne du terrain, La Ribambelle en Écosse, La Ribambelle s'envole, La Ribambelle engage du monde, La Ribambelle au bassin, La Ribambelle aux Galopingos, La Ribambelle enquête en La Ribambelle contre-attaque.

Andere bijdragen en publicaties

Jean Roba leverde ook bijdragen aan collectieve en parodistische stripprojecten. In 1980 werkte hij mee aan het collectieve album «Il était une fois… Les Belges», uitgegeven door Lombard ter gelegenheid van het Belgische jubileum. In 1983 droeg hij grafisch bij aan «Les Amis de Buddy Longway», eveneens bij Lombard. Twee jaar later werkte hij mee aan de Lucky Luke-parodie «Rocky Luke – Banlieue West», verschenen bij Goupil in 1985.

Daarnaast produceerde Roba meerdere afzonderlijke werken. Hij maakte «Catalogue imaginaire», uitgegeven door Dupuis in 1985, en «L'Oiseau de la paix», verschenen bij de Vereniging van het boek van de vrede in 1986. In hetzelfde jaar kwam ook «Spécial animaux – drôles, émouvants et tendres» uit bij Dupuis. In 1991 volgde «Images du scoutisme – de kalender FSC», uitgegeven door FSC. Later publiceerde hij «Rire c'est rire» bij F.I.R. in 1995 en «L'Arbre des deux printemps» bij Lombard in 2000. Ten slotte verscheen in 2020 «Contes de Noël du journal Spirou 1955-1969» bij Dupuis.

Laatste jaren en nalatenschap

Jean Roba ging in 2003 met pensioen wegens polyartritis aan de hand. Zijn reeks Boule et Bill werd daarna voortgezet door Laurent Verron, die van 1986 tot 1989 zijn assistent was geweest. Roba bleef evenwel gevraagd voor zijn tekenvaardigheid en voor originele humoristische scenario’s. Hij woonde verschillende decennia in Jette. Jean Roba overleed in Brussel; zijn uitvaart vond plaats in de kerk Notre-Dame de Lourdes in Jette. Ter bescherming van zijn werk werd de Jean Roba-stichting opgericht als privéstichting. In zijn privéleven was hij getrouwd met Luce Roba en had hij een zoon, Philippe, die als inspiratie diende voor de creatie van Boule.

Publicaties en reclamewerk

Jean Roba werkte geregeld mee aan publicaties en reclame-uitingen rond zijn personages. In 1961 maakte hij samen met een scenario van Maurice Rosy de reclame-strip "De weg van de 3 sleutels", ter promotie van de Citroën 2 CV. In 1964 werkte hij als decorontwerper samen met André Franquin aan "Spirou et les Hommes-bulles", uitgegeven door Dupuis. In 1974 deed hij opnieuw decorwerk voor "Tembo Tabou", met Greg als scenarist en André Franquin als tekenaar, ook bij Dupuis.

Daarnaast liet hij het gebruik van zijn personages in advertenties toe, op voorwaarde dat hun universum werd gerespecteerd. Zo verschenen Boule en Bill in campagnes voor Coca-Cola, Colgate, Danone, Kodak, Novotel, Sabena, Treets, Volkswagen, UNICEF en het Rode Kruis. Roba maakte ook portfolios, ex libris, affiches, kalenders, kaarten, kartonnen, puzzels, stickers, figuurtjes, schoolmateriaal en ander reclamemateriaal rond Boule en Bill. In het laatste kwartaal van 1975 produceerde hij ook strips en illustraties voor kaasdozen en voor de Kiri-wedstrijd. Verder ontwierp hij affiches voor stripfestivals, verscheen hij op verschillende Belgische postzegels met Boule en Bill, en illustreerde hij in 1977 de albumhoes van "Chante avec Robert Charlebois" van Robert Charlebois.

Eerbetoon en invloed

Jean Roba liet ook buiten zijn stripwerk sporen na in de Brusselse publieke ruimte. In 1995 werd in het kader van de Brusselse BD-route een muurschildering van Boule en Bill aangebracht aan de Chevreuilstraat 19, uitgevoerd door de vereniging Art Mural. In Jette staat bovendien een Boule en Bill-beeld, gebeeldhouwd door Tom Frantzen, op het Boule en Bill-rotondepunt. Roba werd ook door collega’s getekend: Tibet karikaturiseerde hem in La Tibetière, gepubliceerd in Tintin in 1971, en later opnieuw in een gelijknamig boek bij Le Lombard in 2010. Samen met André Franquin gaf Roba bovendien vorm aan de praktijk om handtekeningen met tekeningen te vergezellen. Zijn werk beïnvloedde onder meer Thierry Coppée.

Scroll naar boven