Joseph Jongen

Portret van Joseph Jongen, Belgische componist
Portret van Joseph Jongen, Belgische componist

Joseph Jongen werd geboren in Luik en groeide op in een muzikaal gezin. Hij was de zoon van Marie Joseph Alphonse Jongen en Marie Marguerite Betermanne, en de oudere broer van de componist Léon Jongen. Zijn vader gaf hem de eerste muzikale grondbeginselen en moedigde hem aan. Jongen studeerde muziek aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, waar hij piano, orgel, solfège, harmonie, contrapunt en fuga volgde bij Sylvain Dupuis en Jean-Théodore Radoux. In 1894 kreeg hij een prijs van de Koninklijke Academie van België voor zijn Strijkkwartet, op. 3. In 1897 won hij de Belgische Prijs van Rome voor zijn cantate Comala. Daarna maakte hij van 1897 tot 1901 een studiereis van bijna vier jaar naar het buitenland. Hij verbleef anderhalf jaar in Duitsland, onder meer in Berlijn, waar hij de muziek van Brahms leerde kennen en Vincent d’Indy en Richard Strauss ontmoette. Strauss gaf hem compositielessen. In München componeerde hij zijn Vioolconcerto, op. 17, en in 1900 werkte hij als kapelmeester in Bayreuth.

Leven en werk van Jozef Jongen

Jozef Jongen was een Belgische componist en organist. Hij werd geboren in Luik en overleed in Sart-lez-Spa.

Familie en huwelijk

Jozef Jongen werd geboren in Luik als zoon van Marie Joseph Alphonse Jongen (1843-1927) en Marie Marguerite Betermanne. Hij was de oudere broer van de componist Léon Jongen. Later huwde hij met Valentine Ziane in Sint-Gillis. Uit dat huwelijk werden drie kinderen geboren.

Opleiding en eerste onderscheidingen

Jozef Jongen kreeg zijn eerste muzikale beginselen van zijn vader, die hem ook aanmoedigde. Vervolgens studeerde hij muziek aan het Koninklijk Conservatorium van Luik. Daar kreeg hij van Sylvain Dupuis en Jean-Théodore Radoux les in piano, orgel, solfège, harmonie, contrapunt en fuga. In 1894 bekroonde de Koninklijke Academie van België zijn Strijkkwartet, opus 3, met een prijs. Drie jaar later ontving hij voor zijn cantate "Comala" de Belgische Prijs van Rome.

Studiereis in het buitenland

Van 1897 tot 1901 maakte Jozef Jongen een bijna vier jaar durende studiereis in het buitenland. Hij verbleef anderhalf jaar in Duitsland, met een lang verblijf in Berlijn, waar hij Brahms’ muziek ontdekte en Vincent d’Indy en Richard Strauss leerde kennen. Strauss gaf hem compositielessen. In München componeerde hij zijn Concert voor viool, op. 17. In 1900 werkte hij in Bayreuth als kapelmeester. Tijdens zijn reis bezocht hij ook Wenen.

Daarna verbleef hij acht maanden in Parijs, waar hij bevriend raakte met Gabriël Fauré en Charles Bordes, en leerling werd van Vincent d’Indy. Tijdens die periode componeerde hij ook een symfonie, op. 15, twee concerten, op. 17 en 18, en een kwartet voor piano, viool, altviool en cello. Om zijn studiereis af te sluiten bleef hij nog acht maanden in Rome.

Terugkeer naar België en loopbaan in Brussel en Luik

Joseph Jongen keerde in 1902 terug naar België en werd in 1903 benoemd tot hoogleraar harmonie en contrapunt aan het Conservatorium van Luik. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij met zijn familie naar Engeland, waar hij actief bleef in het muziekleven als organist en pianist in het Belgisch Kwartet. Dit kwartet richtte hij mee op met violist Désiré Defauw, cellist Étienne Doehaerd en altviolist Lionel Tertis. Na de oorlog hervatte hij in 1919 zijn functie in Luik. Een jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar fuga aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Van 1925 tot 1939 leidde hij dat conservatorium. Aan het begin van zijn directeurschap componeerde hij de Symphonie concertante voor orgel en orkest. Hij nodigde daarnaast vooraanstaande buitenlandse muziekpersoonlijkheden uit om zitting te nemen in de jury’s van de eindejaarsexamens. Zijn broer Léon Jongen volgde hem later op als directeur van het Koninklijk Conservatorium van Brussel. In Brussel was hij ook actief als koorleider en orkestdirigent, en hij leidde er de Concerten Spirituels van Brussel van 1919 tot 1926. Bovendien dirigeerde hij Belgische premières van Le Roi David van Arthur Honegger, Psaume LXVII van Florent Schmitt en Saint-François d’Assise van Malipiero.

Muzikale stijl en latere jaren

Jozef Jongen componeerde talrijke werken waarin hij binnen tonale grenzen een zeldzame harmonische subtiliteit bereikte. Zijn melodieën worden gekenmerkt door een bijzondere soepele en ritmische stijl. Tot zijn beste werken behoort de inscriptie ‘À mon village’. Hij bezat een tweede verblijf in het kleine Ardense dorp dat in zijn werken wordt vermeld, en in die natuurlijke omgeving vond hij een onvergelijkbare inspiratie.

Jongen liet een groot oeuvre na in alle genres van de zuivere muziek, maar bracht zijn catalogus uiteindelijk terug tot 137 werken. Zijn laatste werk dateert van 1951. Hij was lid van de Koninklijke Academie van België en van het Institut de France. Op 12 oktober 1953 overleed hij in Sart-lez-Spa aan kanker. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de kerk Onze-Lieve-Vrouw van de Aankondiging in Elsene, waarna hij werd begraven op de begraafplaats van Ukkel.

Eerbetuigingen en onderscheidingen

Na de dood van de Belgische componist Joseph Jongen volgden talrijke herdenkingsactiviteiten. In 2003 waren er in België veel concerten ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van zijn overlijden. Ook werd hij herdacht in de tentoonstelling «Joseph Jongen, une vie de musicien» in de Koninklijke Bibliotheek van België. Daarnaast gaf de Vereniging van het Onderwijzend Personeel van het Koninklijk Conservatorium van Brussel in 2013 haar auditorium de naam Auditorium Joseph Jongen. In de bibliotheek van dat conservatorium wordt ook het Fonds Joseph Jongen bewaard, met manuscripten, een muziekbibliotheek en archieven van de componist. Bovendien bestaat er een Avenue Joseph Jongen in Ukkel en Jalhay.

Composities en catalogisering

In 1902 componeerde Jozef Jongen opus 26, "De Maas" voor mannenkoor. Een jaar later volgde opus 27, de Eerste sonate voor viool en piano. Daarnaast omvat zijn oeuvre veel werken zonder opusnummer. In de catalogus van John Scott Whiteley zijn ook onvoltooide stukken opgenomen, evenals werken die Jongen componeerde voor het Concours van het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Scroll naar boven