Lucas Belvaux

Lucas Belvaux op het filmfestival van Deauville 2010
Lucas Belvaux op het filmfestival van Deauville 2010

Lucas Belvaux werd geboren op 14 november 1961 in Namen en groeide op in Wallonië. Hij volgde internaatsonderwijs in Philippeville, waar zijn vader werkte, en beëindigde zijn schoolloopbaan op 16-jarige leeftijd. Daarna verhuisde hij naar Parijs om acteur te worden en volgde hij privélessen toneel. Via een agent kreeg hij begin jaren 1980 zijn eerste televisierollen.

Zijn eerste hoofdrol op het witte doek speelde hij in 1981 in Yves Boissets oorlogsdrama Kinder für das Vaterland, waarin hij een jonge soldaat met antimilitaristische opvattingen vertolkte. Tussen 1982 en 1984 verscheen hij in bijrollen in films van Claude Chabrol, Claude Goretta en Andrzej Żuławski. In 1985 volgde zijn doorbraak als acteur met Claude Chabrols Hühnchen in Essig, waarin hij de rol van de jonge moordenaar Louis speelde en werd genomineerd voor de César Award voor beste nieuwkomer. Van 1985 tot 1990 had hij hoofdrollen bij Jacques Rivette, Olivier Assayas en Claude Chabrol. Begin jaren 1990 ging Belvaux zich toeleggen op regie en scenarioschrijven; in 1992 regisseerde hij zijn eerste langspeelfilm, Parfois trop d’amour.

Achtergrond en beroep

Lucas Belvaux werd geboren op 14 november 1961 in Namen. Hij is een Belgisch acteur, scenarioschrijver en filmregisseur. Met deze drie rollen is hij actief in verschillende delen van de filmwereld.

Van Wallonië naar de filmset

Lucas Belvaux werd in 1961 geboren in Wallonië en groeide daar ook op. Hij volgde onderwijs op het internaat van Philippeville, waar zijn vader werkte. Op 16-jarige leeftijd stopte hij met school en trok hij naar Parijs om acteur te worden. Daar nam hij privélessen in acteren. Via een agent kreeg hij in het begin van de jaren 1980 zijn eerste tv-rollen.

Zijn eerste hoofdrol in een speelfilm speelde hij in 1981 in Yves Boissets oorlogsdrama Kinder für das Vaterland. Hij vertolkte er een jonge soldaat met antimilitaristische overtuigingen. Tussen 1982 en 1984 verscheen hij in bijrollen in films van Claude Chabrol, Claude Goretta en Andrzej Zulawski. De grote doorbraak als acteur volgde in 1985 met Claude Chabrols Hühnchen in Essig, waarin hij Louis speelde, een jonge moordenaar. Voor die rol werd hij genomineerd voor de César Award voor beste nieuwkomer.

Van 1985 tot 1990 kreeg hij hoofdrollen bij Jacques Rivette, Olivier Assayas en Claude Chabrol. Intussen bleef hij film- en televisieopdrachten aannemen. Begin jaren 1990 richtte hij zich op regie en scenarioschrijven.

Van eerste films tot triomf met de trilogie

In 1992 regisseerde Lucas Belvaux zijn eerste langspeelfilm, Parfois trop d’amour. Die film vertelt het verhaal van drie bevriende zeilers die op reis gaan naar Noord-Frankrijk. Vier jaar later volgde de komedie Pour Rire! – Es darf gelacht werden!, met Ornella Muti, Jean-Pierre Léaud en Antoine Chappey in de hoofdrollen. Voor die film won Belvaux in 1996 de prijs voor scenario op het Filmfestival van Thessaloniki.

Zijn grootste doorbraak kwam er in 2002 met de filmtrilogie Cavale – Auf der Flucht, Ein tolles Paar en Nach dem Leben. Belvaux speelde zelf een van de hoofdrollen in die reeks en werkte de trilogie uit in drie verschillende vormen: komedie, thriller en melodrama. De verhalen draaiden rond een koppel met verborgen waarheden. De hoofdpersonages waren in de andere films telkens bijrollen, onder wie Belvaux, Dominique Blanc, Catherine Frot en Ornella Muti.

De trilogie kreeg veel lof voor de meesterlijke regie, het slimme camerawerk, de minimalistische muziek en de montage, volgens het Duitse film-dienst. Ook vielen er meerdere onderscheidingen, waaronder de Louis-Delluc-prijs, de Étoile d’Or en twee nominaties voor de César.

In 2006 regisseerde Belvaux daarna nog de misdaadkomedie La raison du plus faible, die op het Festival van Cannes niet bekroond werd.

Thrillers en literaire bewerking

Lucas Belvaux regisseerde de ontvoeringsthriller Rapt, die geïnspireerd was op de ontvoering van Édouard-Jean Empain in 1978. Voor de hoofdrol castte hij opnieuw Yvan Attal. De film kreeg vier César-nominaties, waaronder voor beste film en beste regisseur. In 2012 bewerkte Belvaux ook Didier Decoins roman Der Tod der Kitty Genovese tot 38 témoins. Daarbij verplaatste hij het waargebeurde verhaal van getuigen die een misdrijf negeerden van New York City naar Le Havre. Ook in deze film gaf hij Yvan Attal opnieuw de hoofdrol.

Scroll naar boven