Marie Pleyel was een Belgische pianiste, geboren in Parijs, die uitgroeide tot een van de bekendste virtuozen van de 19e eeuw. In haar beroepsleven en privéleven stond zij bekend als een vrije geest. Op het Europese muziekcircuit genoot zij een groot aanzien en respect. Zij werd geboren als dochter van Jean Jacques Moke, een Belgische leraar in de talen uit Torhout in Vlaanderen, en Maria Magdalena Segnitz, een Duitse die in Parijs een lingeriewinkel uitbaatte. Haar moeder was een amateurpianiste en maakte haar vertrouwd met de muziek. Marie Pleyel had twee broers, onder wie de historicus en schrijver Henri Moke, professor aan de Universiteit van Gent en lid van de Koninklijke Academie van België. In 1830 was zij verloofd met Hector Berlioz, maar die verloving werd op aandringen van haar moeder verbroken. Later trouwde zij met Camille Pleyel, componist en pianobouwer, zoon van Ignace Joseph Pleyel. Marie Pleyel overleed in Sint-Joost-ten-Node, Brussel.
- Waarom werd Marie Pleyel zo hoog gewaardeerd in het Europese muziekleven?
- Waar kwam Marie Pleyel vandaan en welke rol speelde haar gezin in haar muzikale vorming?
- Hoe verliep de breuk tussen Marie Pleyel, Hector Berlioz en Camille Pleyel?
- Hoe verliep het huwelijk van Marie Pleyel en haar leven als pianiste in die jaren?
- Hoe ontwikkelde Marie Pleyel zich tot een gevierde pianiste en hoe verliep haar carrière?
- Hoe werd Marie Pleyels muzikale loopbaan en spel gewaardeerd?
- Hoe werd Marie Pleyel gewaardeerd door tijdgenoten en welke invloed had zij op andere kunstenaars?
- Welke rol speelde Maria Pleyl in het piano-onderwijs aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel?
- Hoe verliep de laatste fase van het leven van Marie Pleyel en hoe werd zij nadien herinnerd?
Artistieke uitstraling en reputatie
Marie Pleyel, geboren in Parijs en overleden in Sint-Joost-ten-Node (Brussel), gold als een van de bekendste virtuozen van de 19e eeuw. Zowel in haar loopbaan als in haar privéleven stond zij bekend als een vrijgevochten persoonlijkheid. Op het Europese muzikale toneel genoot zij een grote reputatie en werd zij bijzonder gerespecteerd.
Afkomst en gezin
Marie Pleyel werd geboren in Parijs. Haar vader, Jean Jacques Moke, was een Belgische taalkundige uit Torhout in Vlaanderen. Haar moeder, Maria Magdalena Segnitz, was Duits en dreef in Parijs een lingeriewinkel. Marie had twee broers, onder wie de historicus en schrijver Henri Moke, die professor was aan de Universiteit van Gent en lid van de Koninklijke Academie van België. Haar moeder was daarnaast een amateurpianiste en maakte haar vertrouwd met muziek.
In 1830 verloofde Marie Pleyel zich met Hector Berlioz, maar die verloving werd op instigatie van haar moeder verbroken. Later trouwde zij met Camille Pleyel, componist en pianobouwer, en zoon van Ignace Joseph Pleyel.
De breuk met Camille Pleyel
In het voorjaar van 1830 werd Hector Berlioz verliefd op Marie Pleyel. Omdat hij de Prijs van Rome had behaald, moest hij naar Italië vertrekken, terwijl hem was verzekerd dat hij met Marie Pleyel zou trouwen. Tijdens zijn verblijf in de Villa Medici ontving hij echter geen nieuws of brieven van haar. Daarop besloot hij terug te keren naar Parijs. In Florence kreeg hij een brief van mevrouw Moke, waarin zij aankondigde dat Marie Pleyel binnenkort zou trouwen met Camille Pleyel.
Die mededeling veroorzaakte bij Berlioz een hevige woede, voortkomend uit de breuk met Marie Pleyel. Hij beraamde vervolgens een drievoudige moord op Marie Pleyel, haar moeder en Camille Pleyel, gevolgd door zijn eigen zelfmoord. Zijn plan was om Italië te verlaten en naar Parijs te gaan om hen te doden, maar omstandigheden en de reden ervan verhinderden de uitvoering van deze aanslag. Berlioz bleef de affaire met bitterheid dragen en verwerkte zijn wrok later in een verhaal uit de Soirées de l’orchestre, getiteld Euphonia of de muzikale stad. Daarin verscheen Marie Pleyel onder de anacyclische naam Ellimac en ook onder de naam Nadira.
Huwelijk, concertleven en scheiding
Tijdens haar huwelijk gaf Marie Pleyel pianoles en trad zij op in Parijse salons en in de Salle Pleyel aan de Rue de Rochechouart. Zij leidde een vrij en bewogen leven en trok talrijke bewonderaars aan. In haar omgeving bevonden zich veel hechte vrienden uit de kunstwereld, onder wie componisten als Felix Mendelssohn Bartholdy, Frederik Chopin, Robert Schumann en Ferdinand Hiller, schrijvers en dichters als Félix Arvers, Alfred de Musset, Heinrich Heine, Alexandre Dumas vader en zoon, Jules Janin, Emmanuel Gonzalès en Victor Hugo, en ook schilders als Eugène Delacroix en Adolphe Yvon. Camille en Marie Pleyel kregen samen twee kinderen: Ignace Henry Pleyel (1832-1853) en Camille Louise Pleyel (1833-1856). Na vier jaar huwelijk gingen zij uit elkaar. Camille Pleyel verkreeg later een echtscheiding op grond van overspel tegen Marie Pleyel. Marie Pleyel verbleef ook een tijd in Hamburg, waar haar concerten meermaals werden uitgevoerd.
Muzikale carrière
Marie Pleyel gold al vroeg als een pianowonderkind en gaf haar eerste concert op achtjarige leeftijd. Haar eerste pianoleraar was Jacques Herz, de broer van Henri Herz. Later studeerde zij bij Ignaz Moscheles, tijdens diens verblijf in Parijs, en bij Friedrich Kalkbrenner, van wie zij vooral handvaardigheid en helderheid in het spel leerde. Op vijftienjarige leeftijd stond zij al bekend als virtuoze pianiste in België, Oostenrijk, Duitsland en Rusland. Zij maakte indruk op het publiek met vertolkingen van Beethoven en van de romantische school. In deze periode toerde zij ook door Engeland, Oostenrijk en Rusland. Tijdens haar verblijf in Rusland hoorde zij de Oostenrijkse pianist Sigismund Thalberg, die haar beïnvloedde.
In 1842 reisde zij naar Brussel, waar haar moeder woonde. Daarna besteedde zij vijf jaar aan het versterken van de geluidskracht, de toonkleuren en de dynamische accenten van haar spel. In 1845 hervatte zij haar concertactiviteiten in Parijs, waar zij begon in de pianosalons van Jean-Henri Pape. Dat jaar gaf zij ook twee concerten in het Théâtre Italien in Parijs. Door de ernstige ziekte van haar moeder keerde zij vervolgens terug naar Brussel.
In 1846 reisde Marie Pleyel naar Londen, waar zij opnieuw groot succes had. Zij gaf ook vele concerten in Frankrijk, waarbij zij speelde op twee grote vleugelpiano’s. In Brussel vestigde zij zich in het Hôtel Cohn-Donnay, een hôtel de maître aan de Koningsstraat 316 in Sint-Joost-ten-Node. In haar verblijf in de Brusselse regio liet zij een muziekpaviljoen bouwen voor concerten. Daarnaast organiseerde zij muzikale avonden in de salons van haar huis, met uitvoeringen door haarzelf en door gastartiesten. Zij speelde ook met een orkest onder leiding van Hector Berlioz.
Muzikale loopbaan en erkenning
Tijdens haar muzikale loopbaan stond Marie Pleyel in contact met de bekendste en invloedrijkste personen van haar tijd. Zij was een belangrijke en actieve figuur binnen de artistieke elite van het midden van de 19e eeuw. Marie Pleyel werd beschouwd als een van de beste pianistes van haar tijd en kreeg lof van de grootste kunstenaars van haar tijd. Haar techniek werd omschreven als briljant, terwijl haar spel tegelijk helder en poëtisch werd genoemd.
Erkenning en invloed in de muziekwereld
Antoine-François Marmontel schreef dat de interpretaties van Marie Pleyel de helderheid van Kalkbrenner, de gevoeligheid van Chopin, de geestelijke elegantie van Herz en de schittering van Liszt bezaten. Frédéric Chopin droeg zijn opus 9, de "Nocturnes", aan haar op. Dat werk componeerde hij tussen 1830 en 1832 en publiceerde hij in 1833. Franz Liszt had een hoge dunk van Marie Pleyel en trad in 1839 met haar op in Wenen. Haar techniek werd ook vergeleken met die van Liszt. François-Joseph Fétis verklaarde dat geen pianist hem ooit een gevoel van volmaaktheid gaf zoals Marie Pleyel dat deed. Heinrich Heine rekende haar tot de grootste pianisten.
Naast haar reputatie als pianiste liet Marie Pleyel ook sporen na in de literatuur. Gérard de Nerval liet zich door haar inspireren voor de novelle Pandora en gedeeltelijk voor Aurélia. Alexandre Dumas vader droeg een episode met de titel "Une aventure d'amour" aan haar op. Volgens Peter Bloom kan Marie Pleyel de sleutel vormen tot het begrijpen van het muzikale leven in Parijs rond 1830. Clara Schumann zag haar als een mogelijke rivale met gelijkaardige kwaliteiten en ontmoette haar persoonlijk in 1851.
Aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel
In 1848 werd Marie Pleyel benoemd tot pianoprofessor aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Met de steun van François-Joseph Fétis richtte zij er de pianoschool op. Zij onderwees aan het conservatorium van 1848 tot 1872. Franz Liszt prees haar pedagogische talenten en verklaarde dat haar school de enige geschikte school voor de pianokunst was.
Laatste jaren en nalatenschap
Marie Pleyel overleed plotseling in 1875 in Sint-Joost-ten-Node, op een onbekende leeftijd. Zij werd bijgezet op de begraafplaats van Laken, onder een grafmonument dat in 1876 werd ontworpen door Hendrik Pickery. Het monument stelt een vrouw voor die tegen een sarcofaag leunt, met op de voet van het werk een gebeeldhouwd portret van de pianiste. Hoewel Marie Pleyel in haar tijd beroemd en gevierd was, kreeg zij in de muziekgeschiedenis slechts weinig gewicht. Haar vrijheid en onafhankelijkheid werden vaak bespot of veracht, en dat hing gedeeltelijk samen met het feit dat zij een vrouw was. In de negentiende eeuw kenden veel pianistes succes, maar slechts enkelen, onder wie Marie Pleyel, werden in het begin van de twintigste eeuw nog genoemd.