Victor D'Hondt werd op 20 november 1841 geboren in Gent en overleed daar op 30 mei 1901. Hij was een Belgische jurist en een van de belangrijkste drijvende krachten achter de invoering van de evenredige vertegenwoordiging in België. In 1881 was hij medeoprichter van de Association belge pour la représentation proportionnelle, een organisatie die zich inzette voor kiesstelsels waarbij minderheden in verkozen organen konden deelnemen.
D'Hondt ontwikkelde een zetelverdelingsmethode om stemmen om te zetten in parlementaire zetels. Deze methode, die in de Europese literatuur bekendstaat als het D'Hondt-systeem, werd vanaf 1878 gepromoot en wordt in de praktijk in vele landen gebruikt. In de Angelsaksische literatuur wordt voor dezelfde procedure vaak de naam Jefferson-methode gebruikt. D'Hondt wees erop dat de methode al in 1792 door Thomas Jefferson was voorgesteld. Vanaf 1885 was hij hoogleraar burgerlijk en fiscaal recht aan de Universiteit van Gent. Ook was hij medeorganisator van een internationale conferentie in Antwerpen van 7 tot 9 april 1885.
- Welke rol speelde Victor D'Hondt in de invoering van de evenredige vertegenwoordiging?
- Welke rol speelde Victor D'Hondt in de beweging voor evenredige vertegenwoordiging en aan de Universiteit van Gent?
- Hoe werkt het D'Hondt-systeem en waarvoor wordt het gebruikt?
- Waarom liet Victor d'Hondt breuken buiten beschouwing bij de berekening?
Juridische loopbaan en kiesstelsel
Victor D'Hondt werd op 20 november 1841 geboren in Gent en overleed er op 30 mei 1901. Hij was een Belgische jurist en gold als een van de drijvende krachten achter de invoering van de evenredige vertegenwoordiging in België. D'Hondt stelde een methode voor om zetels in het parlement toe te wijzen op basis van het aantal uitgebrachte stemmen. Die zetelverdelingsmethode werd later algemeen bekend als de D'Hondt-methode en wordt in de praktijk op veel plaatsen gebruikt.
Evenredige vertegenwoordiging en professoraat in Gent
In 1881 was Victor D'Hondt een van de stichtende leden van de Belgische Vereniging voor de evenredige vertegenwoordiging. Deze vereniging zette zich in voor kiesstelsels van evenredige vertegenwoordiging, zodat minderheden konden deelnemen aan verkozen organen. Daarnaast was hij medeorganisator van een internationale conferentie die van 7 tot 9 april 1885 in Antwerpen plaatsvond. Vanaf 1885 werkte hij als hoogleraar burgerlijk recht en fiscaal recht aan de Universiteit van Gent.
Het D'Hondt-systeem
Vanaf 1878 verspreidde Victor D’Hondt een zetelverdelingsprocedure die in de Europese literatuur bekend werd als het D’Hondt-systeem. Volgens latere beschrijvingen was die methode al in 1792 voorgesteld door Thomas Jefferson; in de Engelstalige literatuur wordt voor dezelfde procedure daarom vaak de term Jefferson-methode gebruikt. Het systeem wordt toegepast in veel landen waar het parlement via evenredige vertegenwoordiging wordt gekozen. Ook de Bondsrepubliek Duitsland gebruikte de D’Hondt-methode bij verkiezingen voor de Bondsdag tot 1983.
De kern van de procedure bestaat erin alle stemmen te delen door een deler totdat de som van de quotiënten gelijk is aan het aantal openstaande zetels. In deze methode staan de quotiënten voor hele aantallen mandaten, niet voor fracties. De quotiënten worden verkregen door de fracties uit de delingsresultaten weg te laten; dat komt neer op afronden naar beneden. Daarom wordt de methode ook wel de deler-methode met afronding naar beneden genoemd. Belangrijk is dat een passende deler wordt gevonden zodat de som van de naar beneden afgeronde quotiënten overeenstemt met het aantal beschikbare zetels. Er bestaan meerdere eenvoudige rekenwijzen om zo’n geschikte deler vast te stellen.
Geen breuken meerekenen
Volgens de weergegeven bronnen beschouwde Victor d'Hondt het weglaten van breuken niet als een afrondingsstap, maar als een stopregel: men kon de deling beëindigen zodra het kommagetal werd bereikt. In zijn tijd gebeurden verkiezingsberekeningen immers handmatig, met krijt op een bord of met inkt op formulieren in het verkiezingsbureau. Breuken zouden dat snelle werk hebben vertraagd. Het negeren van breuken was bovendien een gangbare praktijk die door meerdere bronnen wordt bevestigd. D'Hondt zag dit ook als een bewijs dat zijn methode superieur was aan de rivaliserende quotiëntmethode met aanpassing via de grootste rest, juist omdat die aanpassing precies steunt op de breuken die bij zijn aanpak konden worden weggelaten.