Maurice Carême

Portret van Maurice Carême in de zomer van 1969
Portret van Maurice Carême in de zomer van 1969

Maurice Carême was een Belgische dichter en schrijver, geboren in Waver en overleden in Anderlecht. Hij schreef in het Frans. Carême groeide op in Waver en kwam uit een gezin waarin de vader stoffeerder en huisschilder was en de moeder kruidenier. Zijn familie was grotendeels afkomstig uit Waver of uit nabijgelegen dorpen zoals Limal, Bierges en Rosières. Hij had twee zussen, van wie er één de dag na de geboorte stierf, en twee broers, van wie er één na acht maanden overleed.

Tijdens zijn kindertijd en adolescentie bleef hij in Waver wonen. Hij leerde Frans op school, maar sprak die taal nooit thuis of op de speelplaats; tot de dood van zijn ouders sprak hij Waals. Zijn eerste verzen schreef hij onder invloed van zijn jeugdvriendin Bertha Detry. Na het behalen van een beurs ging hij naar de École normale primaire de Tirlemont. In 1918 werd hij benoemd tot onderwijzer in Anderlecht, in de Brusselse regio. Hij gaf les in het lager onderwijs voordat hij zich volledig aan de literatuur wijdde. In 1919 richtte hij het literaire tijdschrift Nos Jeunes op, dat hij in 1920 hernoemde tot La Revue indépendante. In 1972 werd hij in Café Procope in Parijs verkozen tot ‘Prince des poètes’. Zijn werk werd in vele talen vertaald.

Herkomst en taal

Maurice Carême was een Belgische dichter en schrijver. Hij werd geboren in Waver en overleed in Anderlecht. Zijn werk schreef hij in het Frans. Deze achtergrond plaatst hem duidelijk binnen de Franstalige Belgische literatuur, met Waver en Anderlecht als belangrijke plaatsen in zijn leven.

Jeugd en eerste loopbaan

Maurice Carême was de zoon van een behanger en huisschilder en van een kruidenier. Zijn voorouders kwamen grotendeels uit Waver of uit nabijgelegen dorpen zoals Limal, Bierges en Rosières. Hij had twee zussen, van wie er een de dag na de geboorte stierf, en twee broers, van wie er een op acht maanden overleed. Carême bracht zijn kindertijd en adolescentie door in Waver. Op school leerde hij Frans, maar thuis en op de speelplaats sprak hij het nooit; tot aan het overlijden van zijn ouders sprak hij Waals. Zijn eerste verzen schreef hij onder invloed van zijn jeugdvriendin Bertha Detry. Later kreeg hij een beurs en werd hij toegelaten tot de École normale primaire de Tirlemont. In 1918 werd hij benoemd tot onderwijzer aan een lagere school in Anderlecht, in de Brusselse regio. Hij gaf les in het lager onderwijs voordat hij zich volledig aan de literatuur wijdde.

Erkenning en literaire erfenis

Maurice Carême kreeg in de loop van zijn carrière veel erkenning voor zijn werk. Zijn gedichten werden bekroond met talrijke literaire prijzen. In 1972 werd hij in Café Procope in Parijs verkozen tot “Prince des poètes”. Zijn werk werd in vele talen vertaald, wat zijn bekendheid verder vergrootte.

Zijn poëzie werd ook op verschillende manieren verspreid en bewerkt. De gedichten werden geïllustreerd door belangrijke kunstenaars en op muziek gezet door onder meer Paul Gilson, Darius Milhaud, Francis Poulenc en Jean Absil. Inhoudelijk combineerde zijn werk een eenvoudige vorm met een vreugdevolle maar tegelijk ernstige uitdrukking. Ongeveer een kwart van zijn oeuvre draaide rond kinderthema’s, terwijl ook thema’s als menselijke grootheid en ellende een plaats kregen.

Naast zijn eigen poëzie vertaalde Carême ook Nederlandstalige dichters naar het Frans. Om zijn werk te bewaren en te bevorderen, richtte hij samen met nauwe vrienden een stichting op die zijn archieven moest vrijwaren en zijn werk blijven ondersteunen. Hij wilde bovendien dat zijn huis openbleef, vooral voor kinderen, zodat zij er poëzie konden ontdekken. Sinds 1978 geeft de Maurice Carême Stichting ook een tijdschrift uit en beheert zij de auteursrechten van de schrijver.

Nalatenschap en herdenking

Na zijn dood kreeg het huis waar Maurice Carême van 1933 tot 1978 woonde een nieuwe functie als Musée Maurice Carême. Zijn mausoleum ligt naast het kerkhof van Wavre, zijn geboorteplaats. In Wavre wordt hij herdacht en wordt hij ook in Brabant vermeld. Een belangrijke school in Wavre draagt de naam Athénée royal Maurice Carême. Daarnaast verschijnen nog altijd regelmatig nieuwe dichtbundels op basis van zijn werk. Naast Maurice Carême rust sinds 1990 ook Caprine Carême, die in Ostende overleed.

Jeannine Burny speelde hierbij een belangrijke rol: zij was vijfendertig jaar lang secretaris van Maurice Carême en bleef tot 2020 voorzitter van de stichting. In 2007 schreef zij ook het boek Le jour s'en va toujours trop tôt : Sur les pas de Maurice Carême, over haar band met hem.

Hommages en la maison blanche

Hommages omvat het museum in Maurice Carêmes huis, la maison blanche, en bewaart er de oorspronkelijke setting waarin hij leefde en schreef. In dit kader worden ook werken getoond van kunstenaars zoals Paul Delvaux, Felix De Boeck, Henri-Victor Wolvens, Luc De Decker, Léon Navez, Marcel Delmotte, Roger Somville en Lismonde. Daarnaast onderhoudt Hommages een archief met manuscripten, getypte manuscripten, kostbare uitgaven en correspondentie. Daarin bevinden zich brieven die werden uitgewisseld met literaire figuren als Michel de Ghelderode, Paul Fort, Jules Supervielle, Thomas Owen en Gaston Bachelard. Ook zijn er brieven en autograaf- of opgedragen partituren van Francis Poulenc, Darius Milhaud, Jacques Chailley, Arthur Honegger en Carl Orff. Zo componeerde Carl Orff muziek voor het gedicht la litanie des écoliers. La maison blanche is bovendien de zetel van de Maurice Carême-stichting, die Carêmes werk promoot en de Franstalige Belgische poëzie in de kijker zet. De stichting reikt in Hommages om de twee jaar de prijs Maurice Carême uit.

Scroll naar boven