Pierre Alechinsky werd geboren in Sint-Gillis, Brussel, als zoon van een Russische vader met Joodse afkomst en een Belgische moeder van Waalse origine. Zijn ouders waren beide artsen. In de jaren 1930 volgde hij onderwijs aan de Decroly-school in Brussel, waar hij verplicht werd met de rechterhand te schrijven, hoewel hij linkshandig was. Voor tekenopdrachten kreeg hij wel toestemming om de linkerhand te gebruiken. Van 1944 tot 1948 studeerde hij boekillustratie, typografie, druktechnieken en fotografie aan de École nationale supérieure d'Architecture et des Arts visuels de La Cambre in Brussel. Tijdens die studies maakte hij kennis met het werk van Henri Michaux, Jean Dubuffet en de surrealisten, en hij raakte bevriend met kunstcriticus Jacques Putman. Hij begon te schilderen in 1947, trad toe tot de Jeune Peinture belge en groeide uit tot een belangrijke figuur in de naoorlogse Belgische kunstwereld. Samen met Olivier Strebelle en Michel Olyff richtte hij Les Ateliers du Marais op. Na zijn ontmoeting met dichter Christian Dotremont, oprichter van Cobra, sloot hij zich in 1949 aan bij deze avant-gardebeweging. Zijn werk combineert expressionisme en surrealisme. In 2018 was hij de eerste Belg die de Praemium Imperiale in Japan ontving.
- Wie is Pierre Alechinsky en wat typeert zijn artistieke loopbaan?
- Hoe verliepen Pierre Alechinsky's jeugd, opleiding en eerste stappen in de kunst?
- Hoe raakte Pierre Alechinsky betrokken bij Cobra en welke rol speelde hij binnen de groep?
- Hoe ontwikkelde Pierre Alechinsky zich in Parijs en daarbuiten tot een erkend kunstenaar?
- Hoe ontstond de documentaire Calligraphie japonaise en wie werkte eraan mee?
- Hoe ontwikkelde Pierre Alechinsky zich in New York in de jaren 1960?
- Welke belangrijke samenwerkingen, opdrachten en tentoonstellingen markeerden deze periode in het werk van Pierre Alechinsky?
- Hoe verwerkte Pierre Alechinsky letters en geschreven tekens in deze werken?
Oorsprong en artistieke profiel
Pierre Alechinsky werd geboren in Sint-Gillis, Brussel, België. Hij is een Belgische schilder en graficus die later de Franse nationaliteit verkreeg. Alechinsky was een van de stichtende leden van de Cobra-groep. Zijn werk combineert expressionisme en surrealisme. Naast zijn artistieke loopbaan is hij ook de vader van de dichter Ivan Alechine, geboren in 1952, en van de beeldhouwer Nicolas Alquin, geboren in 1958. In 2018 werd hij in Japan bekroond met de Praemium Imperiale, als eerste Belg die deze onderscheiding ontving.
Opleiding en eerste artistieke stappen
Pierre Alechinsky groeide op in een gezin met een Russische vader van Joodse afkomst en een Belgische moeder van Waalse afkomst. Zijn ouders waren allebei arts. In de jaren 1930 volgde hij les aan de Decroly-school in Brussel. Op school werd hij verplicht met de rechterhand te schrijven, hoewel hij linkshandig was; voor tekenopdrachten mocht hij wel de linkerhand gebruiken.
Van 1944 tot 1948 studeerde hij aan de École nationale supérieure d'Architecture et des Arts visuels de La Cambre in Brussel. Daar volgde hij opleidingen in boekillustratie, typografie, druktechnieken en fotografie. Tijdens die studies ontdekte hij het werk van Henri Michaux, Jean Dubuffet en de surrealisten. Hij leerde er ook kunstcriticus Jacques Putman kennen en met hem sloot hij vriendschap.
In 1947 begon Alechinsky te schilderen en werd hij lid van de groep Jeune Peinture belge. Daarna groeide hij uit tot een belangrijke figuur in het naoorlogse Belgische kunstleven. Samen met Olivier Strebelle en Michel Olyff richtte hij Les Ateliers du Marais op in een gemeenschappelijk huis.
Binnen de Cobra-beweging
Pierre Alechinsky ontmoette de dichter Christian Dotremont, die medeoprichter was van de Cobra-groep. In 1949 sloot Alechinsky zich aan bij deze avant-gardebeweging, samen met kunstenaars als Karel Appel, Constant, Corneille, Jan Nieuwenhuys en Asger Jorn. Hij nam deel aan de eerste internationale Cobra-tentoonstelling in het Stedelijk Museum en hielp ook mee met het organiseren van tentoonstellingen voor de groep, waaronder de tweede internationale experimentele kunsttentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel in 1951. Daarnaast werkte hij mee aan het tot stand komen van het Cobra-tijdschrift.
Binnen Cobra verdedigde Alechinsky de principes van ongebreidelde spontaniteit in de kunst. Hij verwierp zowel zuivere abstractie als socialistisch realisme en verzette zich tegen specialisatie binnen de groep. Na de ontbinding van Cobra vestigde hij zich in Parijs.
Internationale doorbraak en artistieke vernieuwing
In Parijs kwam Pierre Alechinsky in contact met surrealisten en volgde hij een opleiding in de grafiek bij Atelier 17 onder Stanley Hayter. Vanaf 1952 raakte hij bevriend met Alberto Giacometti, Bram van Velde en Victor Brauner. In diezelfde periode begon hij ook een geregelde correspondentie met de Japanse kalligraaf Morita Shiryū uit Kyōto, en in 1954 ontmoette hij de Chinese schilder Walasse Ting. Dat jaar kreeg hij zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Nina Dausset in Parijs. Een jaar later volgde zijn eerste grote tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Nadien stelde hij ook tentoon in het Institute of Contemporary Arts in Londen in 1958 en in het Belgische paviljoen op de Biënnale in 1960. Intussen liet hij geleidelijk olieverf achter zich en koos hij steeds vaker voor inkt en flexibelere materialen. Hij maakte bovendien meermaals reizen naar het Verre Oosten.
Calligraphie japonaise
In 1955 draaide Pierre Alechinsky in Kyoto een documentairefilm over Japanse kalligrafie. De film, Calligraphie japonaise, werd in 1958 voltooid. Christian Dotremont schreef de commentaartekst voor de film, terwijl André Souris de muziek componeerde. Zo kwam het project tot stand als een samenwerking rond de weergave van Japanse kalligrafie.
Nieuwe invloeden in New York
Vanaf de jaren 1960 verbleef Pierre Alechinsky geregeld in New York. In 1965 leerde hij er de techniek van het schilderen met acryl van Walasse Ting. Datzelfde jaar maakte hij het werk Central Park. Met dat werk zette hij een schilderstijl in gang die geïnspireerd was op stripverhalen. Deze periode markeerde dus een belangrijke vernieuwing in zijn artistieke aanpak.
Opdrachten, samenwerkingen en tentoonstellingen
In 1965 werd Pierre Alechinsky op uitnodiging van André Breton gevraagd om deel te nemen aan de internationale du Surréalisme, L'Écart Absolu. Zijn werk bleef in de daaropvolgende jaren zichtbaar via tentoonstellingen en opdrachten in binnen- en buitenland. Sinds 1979 werd zijn oeuvre regelmatig vertegenwoordigd en tentoongesteld door galerie Lelong in Parijs. In 1980 maakte hij in Mexico twaalf kunstwerken samen met Pierre Alechinsky, een samenwerking die later ook werd belicht in het boek Deux pinceaux dans le sable, uitgegeven door éditions Actes Sud in 1996.
Daarnaast kreeg hij verschillende opdrachten in verband met de Manufacture de Sèvres. In 1975 werd hij door het ministère de la Culture gevraagd om een tafelservies te creëren in samenwerking met die Manufacture. Een jaar later voltooide hij een koffieservies voor Michel Guy. Tussen 2000 en 2004 schilderde hij decoraties op het servies Diane bij de Manufacture de Sèvres. In 1992 kreeg hij ook de opdracht om de toegangrotonde van het hôtel de Lassay in de Assemblée nationale te decoreren.
Zijn werk werd eveneens opgenomen in publicaties en tentoonstellingen. In 1989 illustreerde hij Traité des excitants modernes van Honoré de Balzac; de uitgave bevatte een postface van Michel Butor en werd gepubliceerd door Yves Rivière. In 1998 maakte hij voor de Chalcographie du Louvre de ets en aquatint Le Pinceau voyageur. Datzelfde jaar werd hij tentoongesteld in de galerie nationale du Jeu de Paume, en in 2004 in het Centre national d'art et de culture Georges-Pompidou in Parijs. Later maakte hij voor de revue Trou in 2006 Main courante, met een ets getiteld Temps passé op oude Franse registerbladen. Hij werd ook benoemd tot chevalier in de Légion d'honneur en was lid van de jury voor de prix Godecharle.
Brieven en structuur in de compositie
Œuvres maakte drie tekeningen op brieven gericht aan Monsieur Stock, op het adres 15 Quai Malaquais in Parijs. Monsieur Stock woonde daar als persoonlijk secretaris van hertog Prosper Louis d’Arenberg, tot de verkoop van zijn hotel in 1823. In de compositie werkte Œuvres met kenmerken van brieven, adressen, woorden, zegels en cijfers op papier. Daarnaast bedacht hij een sterk gestructureerde mannelijke figuur met een penseel, voorgesteld als half figuur of als monumentale kop.