Louise van België, prinses de Saxe-Cobourg et Gotha en hertogin van Saksen, werd geboren in Brussel en stierf in Wiesbaden. Zij was de oudste dochter van de koning der Belgen en koningin Marie-Henriette. In Brussel huwde zij prins Philippe de Saxe-Cobourg. Het paar vestigde zich in Wenen, nabij het Oostenrijks-Hongaarse hof, en kreeg twee kinderen: Léopold (1878-1916) en Dorothée (1881-1967).
Na haar huwelijk leidde Louise een uitbundig sociaal leven aan het Weense hof. Zij verwierf een reputatie van schandaal en had verschillende opeenvolgende relaties voordat zij Geza Mattachich leerde kennen. Haar echtgenoot liet haar, met toestemming van keizer François-Joseph, interneren in een psychiatrisch ziekenhuis. Mattachich werd beschuldigd van vervalsing en gevangengezet, maar hielp haar na zijn vrijlating ontsnappen. Samen reisden zij door Europa. Louise toonde later aan dat zij mentaal gezond was en scheidde in 1906 in onderlinge verstandhouding. Daarna werd zij staatloos en voerde zij met haar zuster Stéphanie processen tegen de Belgische Staat over de erfenis van hun vader. In 1914 kreeg zij een deel van het fortuin van de overleden koning. Zij publiceerde ook haar memoires, Autour des trônes que j'ai vus tomber.
- Hoe verliep het huwelijk van Louise van België en wat waren de gevolgen van haar latere relatie met Geza Mattachich?
- Hoe verliep de geboorte en vroege jeugd van prinses Louise van België?
- Hoe verliep de ziekte van Léopold tijdens de laatste maanden van 1868?
- Welke huwelijkskandidaten werden voor prinses Louise genoemd en hoe ontwikkelde de keuze zich?
- Hoe verliepen Louise haar verloving, huwelijk en eerste jaren na haar verhuis naar Wenen?
- Hoe verliep de band tussen prinses Louise, Rudolf en haar zus Stephanie?
- Hoe ontwikkelden de relaties van Prinses Louise met baron Daniël d'Ablaing de Giessenburg en baron Nicolas Döry de Jobahàza zich, en welke spanningen veroorzaakten die?
- Hoe leerden Louise en graaf Geza Mattachich elkaar kennen, en welke rol kreeg hij later?
- Hoe liep de relatie van prinses Louise met Geza Mattachich uit op familieconflicten, schulden en haar opsluiting?
- Hoe verliepen de contacten van Geza tijdens zijn gevangenschap en kort na zijn vrijlating?
- Hoe verliepen de jaren van Louise na haar ontsnapping en haar scheiding?
- Hoe verliepen de erfeniskwesties en rechtszaken rond het fortuin van Biographie en de bezittingen van Blanche Delacroix?
- Hoe verliepen de oorlogsjaren en de latere ballingschap van Louise van België?
- Hoe verliepen de laatste uren, de begrafenis en de rouw na haar overlijden?
- Hoe werd Louise van België in haar memoires en latere biografieën voorgesteld?
- Wie waren de nakomelingen van prinses Louise en wat gebeurde er met hen?
- Welke titels droeg prinses Louise van België bij haar geboorte en hoe werd haar onofficiële titel geregeld?
Huwelijk, schandaal en breuk
Louise de Belgique, princesse de Saxe-Cobourg et Gotha et duchesse de Saxe, werd in Brussel geboren en was de oudste dochter van de koning der Belgen en koningin Marie-Henriette. Na haar huwelijk met prins Philippe de Saxe-Cobourg in Brussel vestigde het paar zich in Wenen, dicht bij het Oostenrijks-Hongaarse hof. Uit dat huwelijk werden twee kinderen geboren: Léopold, geboren in 1878 en overleden in 1916, en Dorothée, geboren in 1881 en overleden in 1967.
Louise reageerde op haar huwelijk door aan het Weense hof een uitbundig en sociaal leven te leiden. Zij kreeg de reputatie van schandaal en had verschillende opeenvolgende affaires voordat zij verliefd werd op Geza Mattachich. Haar echtgenoot verklaarde haar vervolgens krankzinnig en liet haar, met de toestemming van keizer François-Joseph, opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Intussen werd Geza Mattachich beschuldigd van valsheid in geschrifte en opgesloten. Na vier jaar kwam hij vrij en hielp hij Louise ontsnappen. Samen reisden zij door Europa.
Later bewees Louise dat zij geestelijk gezond was en scheidde zij in der minne in 1906. Daardoor werd zij staatloos. Samen met haar zus Stéphanie spande zij een proces aan tegen de Belgische Staat om hun vaders erfenis te bekomen, maar beide verloren die zaken. In 1914 ontving Louise wel een deel van de nalatenschap van de overleden koning. Zij publiceerde ook haar memoires, met als titel Autour des trônes que j'ai vus tomber.
Geboorte en jeugd
Prinses Louise van België was de eerste dochter van de toekomstige koning van de Belgen en koningin Marie-Henriette, en daarmee ook de kleindochter van de koning der Belgen. Haar ouders waren in 1853 om politieke redenen met elkaar verbonden, met het doel voor België een machtig geallieerd huis te verzekeren. Dat huwelijk werd door de koning en de Habsburgers geregeld, zonder dat het paar zelf werd geraadpleegd. Haar vader voelde zich weinig aangetrokken tot het gezinsleven en richtte zijn belangstelling vooral op de politieke en economische vraagstukken van het koninkrijk. Haar moeder was een jonge vrouw die zich aan de godsdienst wijdde en daarnaast belangstelling had voor paardrijden, honden en muziek.
Na vier jaar huwelijk werd Marie-Henriette zwanger van haar eerste kind. Louise werd geboren in het Koninklijk Paleis van Brussel, na weeën die de hele nacht aanhielden en een bevalling die twee uur duurde. Omdat het kind een meisje was, waren haar ouders teleurgesteld: zij kwam immers niet in aanmerking voor de troon. Bij haar geboorte kreeg zij de naam Louise Marie Amélie. Zij werd later gedoopt; haar peter was haar grootoom aartshertog Jean, en haar meter was haar overgrootmoeder, de koningin der Fransen Marie-Amélie. Die leefde sinds de revolutie van 1848 in ballingschap in Groot-Brittannië en wenste dat haar petekind de naam zou dragen van de eerste koningin der Belgen.
Louise had ook een broer, Léopold, en een jongere zus, Stéphanie. Léopold werd later titelvoerend graaf van Henegouwen en zijn geboorte leek de voortzetting van het Belgische koningshuis te verzekeren. Stéphanie was de toekomstige aartshertogin-erfgename van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Toen de koning, stichter van de Belgische dynastie, overleed en zijn zoon de troon besteeg, veranderde het dagelijkse leven van Louise en Léopold, die toen nog heel jong waren. De graaf van Henegouwen werd erfgenaam van de troon en kreeg de titel hertog van Brabant.
Louise en haar broer, die voordien onder de hoede stonden van juffrouw Legrand, kregen daarna een gouverneur: graaf Ignace van der Straten-Ponthoz, een artilleriemajoor, bijgestaan door Albert Donny, een jonge artillerist. Beiden traden op een latere, niet vermelde datum in dienst voor de kinderen van de koning. Louise en Léopold gaven echter de voorkeur aan Albert Donny en noemden van der Straten-Ponthoz met een spottende bijnaam. Louise stond bekend om haar sterke wil en moeilijke karakter.
Op het domein van Laken raakte zij bevriend met haar nichten Blanche d'Orléans, Marie-Christine d'Autriche en Béatrice de Grande-Bretagne. Wanneer zij van elkaar gescheiden waren, schreef Louise korte brieven aan haar nichten als stijl-oefeningen. Vanaf haar zesde kreeg zij thuisonderwijs in het Frans, Engels, Duits, Italiaans, oppervlakkige wiskunde, paardrijden, geschiedenis, godsdienst en muziek. De opleiding van de prinsessen werd niet als zeer hoog beschouwd, maar discipline kreeg er wel een centrale plaats.
De laatste ziekte van Léopold
In het voorjaar van 1868 kreeg Léopold een diagnose van acute pericarditis nadat hij in de vijver van het park van Laken was gevallen. Zijn toestand verslechterde, ondanks een schijnbaar herstel in de zomer en een aanhoudende hoest. Voor zijn convalescentie in Oostende verwijderde een chirurg zijn huig. Tijdens zijn ziekte trok Marie-Henriette zich terug in Spa om uit te rusten, terwijl de koning en hun twee dochters in Laken verbleven. Léopold, die aan waterzucht leed, werd later teruggebracht naar Laken. Na zijn terugkeer bleef Marie-Henriette voortdurend aan zijn ziekbed. In een latere fase ontving Léopold de laatste sacramenten, voelde zich nog even beter, maar ging daarna opnieuw achteruit tot zijn dood op 17 december 1865. Louise wist hoe ernstig de toestand van haar vader was en bad voor hem voordat zij afscheid van hem nam.
Huwelijksplannen voor prinses Louise
In de familiekring van Louise speelde haar oom van vaderszijde, Philippe, graaf van Vlaanderen, een belangrijke rol toen hij erfgenaam van de troon werd. In hetzelfde jaar kreeg de gravin van Vlaanderen een jongen, Baudouin. De koning hoopte op nog een tweede zoon en hervatte het intieme leven met de koningin, maar zij kreeg later een miskraam. Uiteindelijk werd een dochter geboren, Clémentine, het laatste kind van het koninklijk paar.
Toen Louise een bepaalde leeftijd bereikte, werd zij actief opgezocht door verschillende Europese prinsen. Haar vader gold als vermogend, maar de vorst vreesde vooral een huwelijk met de keizerlijke prins, zoon en erfgenaam van Napoleon III. De Bonapartes beschouwde hij als nouveaux riches. De val van het Tweede Keizerrijk en de afkondiging van de Republiek in Frankrijk verminderden deze huwelijksdreiging.
Er bleven twee duidelijke kandidaten over die om de hand van de tienerprinses vroegen: prins Frédéric van Hohenzollern-Sigmaringen en prins Philippe van Saksen-Coburg. Prins Frédéric was de broer van de gravin van Vlaanderen en de schoonbroer van koning Leopold II. Prins Philippe was een eerste neef van Louise’ vader. Hij deed zijn huwelijksaanzoek in 1872 en herhaalde het in de zomer van 1873. Daarna bezocht hij Oostende met zijn moeder Clémentine d'Orléans om de Belgische vorsten te ontmoeten.
Prins Philippe behoorde langs zijn vader Auguste van Saksen-Coburg tot het huis Saksen-Coburg en was langs zijn moeder Clémentine d'Orléans een kleinzoon van de Franse koning Louis Philippe. Hij leefde in Wenen en was erfgenaam van het fortuin van zijn vader in Hongarije. Ook genoot hij de gunst van de koningin, die heimwee had naar Hongarije. Uiteindelijk werd hij de favoriete kandidaat van koning Leopold, die na de Frans-Duitse Oorlog van 1870 een toenadering tot Pruisen tegenwerkte.
De familie van Louise stond via verschillende huwelijken al dicht bij meerdere Europese hoven. Een tante, Victoire de Saxe-Cobourg, was gehuwd met Louis, duc de Nemours, tweede zoon van koning Louis-Philippe. Hun zonen huwden later aanzienlijk: Gastón, de oudste, met de prinses-erfgename van Brazilië, en Ferdinand met hertogin Sophie-Charlotte in Beieren, zuster van keizerin Sissi van Oostenrijk. Ferdinand werd zo de schoonbroer van keizer Franz Joseph van Oostenrijk. Ook Louises vaderlijke oom, Ferdinand de Saxe-Cobourg, werd koning-gemaal van Portugal door met de koningin te trouwen, en haar zuster Clotilde de Saxe-Cobourg huwde aartshertog Joseph, broer van Marie-Henriette.
Huwelijk en leven aan het hof
Louise werd aanvankelijk uitgesloten van de onderhandelingen over haar huwelijk. Pas daarna werd zij op de hoogte gebracht van haar aanstaande verloving met een man die veertien jaar ouder was dan zij. Zij herinnerde zich de toekomstige echtgenoot nog van zijn bezoeken aan Brussel en vond dat hun gesprekken toen onbelangrijk waren geweest. Toch zei Louise blij te zijn met haar huwelijk. De verloving werd op een bepaalde datum gevierd en duurde een jaar, omdat Louise nog erg jong was en er bovendien een nauwe bloedverwantschap bestond waarvoor pauselijke dispensatie nodig was. Ook de financiële onderhandelingen verliepen moeizaam, omdat de koning van België de kosten zo laag mogelijk wilde houden. Het huwelijk zelf vond plaats in het Koninklijk Paleis van Brussel op een bepaalde datum. In haar memoires herinnerde Louise zich een gebeurtenis met letterlijk geciteerde inhoud, en ook over de huwelijksnacht schreef zij dat zij het moeilijk had. Na het bal ter gelegenheid van het huwelijk vertrok het paar uit Brussel naar het Kasteel van Laken, waar de huwelijksnacht mislukte. Voor zij naar hun hoofdverblijf, het Cobourg Paleis in Wenen, terugkeerden, bezochten zij nog de hoven van Gotha en Dresden. Tijdens nachtelijke feesten schonk Philippe Louise sterke wijnen in en las hij haar erotische literatuur voor. Daarna bezocht Louise ook nog Praag en Boedapest. Op een bepaalde datum ontdekte zij haar nieuwe verblijf en voelde zich daar diep teleurgesteld. Philippe en zijn moeder Clementine beslisten in dit verblijf over alles wat Louise afwees. Zij paste zich ook slecht aan het nieuwe leven aan. Philippe's schoonvader was een stille man, terwijl prinses Clementine een koppige en bezitterige moeder was die haar levenswijze aan Louise oplegde. Het jonge paar maakte regelmatig ruzie. Philippe wilde zijn echtgenote als bezit behandelen, probeerde haar in te wijden in een seksualiteit die zij afkeurde, gaf haar erotische boeken om te lezen en toonde haar zijn erotische verzameling uit Japan. Louise had echter een sterke en volledige persoonlijkheid en onderwierp zich niet zonder te reageren. Aan het Weense hof maakte haar schoonheid indruk, maar haar houding schokte er velen. Zij leefde bovendien op grote voet en stond bekend als verkwistend. Haar scherpe waarneming, haar talent om anderen na te bootsen en haar bijtende spot werden opgemerkt. In de Weense samenleving werden haar verschillende affaires toegeschreven. In de zomer van 1876 verbleven Louise en haar echtgenoot in Brussel bij de vorsten. Tijdens dat verblijf negeerde koning Leopold hun dochter. Het paar kreeg twee kinderen, zoon Leopold en dochter Dorothea, en daarnaast twee miskramen in 1886 en 1888. Leopold en Dorothea brachten hen niet dichter bij elkaar. Louise werd steeds vijandiger tegenover haar man en kreeg woede-uitbarstingen. Zij hield ook niet van haar rol als moeder. Vanaf 1887 werden de kinderen apart opgevoed: Leopold kwam onder toezicht van een leermeester en Dorothea werd aan een gouvernante toevertrouwd.
Louise, Rudolf en het huwelijk van Stephanie
Louises anticonformisme en schoonheid bezorgden haar de vriendschap van aartshertog kroonprins Rudolf. Zij drong er bij Rudolf op aan om met haar jongere zus Stephanie te trouwen. Stephanie en Rudolf huwden op 10 mei 1881 in Wenen. Marie-Henriette waarschuwde Stephanie bij haar aankomst aan het Oostenrijkse hof. Het huwelijk van Stephanie versterkte de banden van de Coburg-familie met de aartshertog.
Rudolf had veel respect voor prinses Louise, maar deelde de losbandigheid van prins Philippe. Met zijn jonge echtgenote had hij weinig gemeenschappelijke interesses; zij schonk hem een dochter. Rudolf liep een geslachtsziekte op en besmette Stephanie, waardoor zij onvruchtbaar werd. Hij leidde een losbandig leven tot aan de tragedie van Mayerling in 1889.
Relaties en spanningen binnen de familie
In 1883 begon Biographie een relatie met baron Daniël d'Ablaing de Giessenburg. Koningin Marie-Henriette probeerde haar ervan te overtuigen om die verhouding te beëindigen, terwijl zij in Brussel ook de vijftigste verjaardag van koning Léopold bijwoonde. Toen baron Daniël d'Ablaing de Giessenburg in 1888 onverwacht stierf, werd hij door Philippe vervangen door baron Nicolas Döry de Jobahàza. Deze nieuwe metgezel was een begaafde ruiter en een liefhebber van de jacht, en Biographie ontwikkelde sterke, hartstochtelijke gevoelens voor hem.
Baron Nicolas Döry de Jobahàza vergezelde Biographie en Philippe tijdens buitenlandse verblijven in Duitsland en Italië. Later reisden Biographie, Philippe en de baron van Parijs naar Algerije via Spanje. Tijdens die reis ontmoette Biographie koningin Marie-Christine van Oostenrijk, regentes van Spanje. Wanneer Philippe afwezig was, probeerde Biographie zoveel mogelijk tijd met baron Nicolas Döry de Jobahàza door te brengen.
Philippe probeerde op zijn beurt de relatie te beëindigen door de koningin der Belgen te raadplegen. Zij ontving baron Nicolas Döry de Jobahàza vervolgens alleen in Oostende in een poging om de liaison stop te zetten. Toch bleef de relatie voortduren tot aan zijn huwelijk. In 1894 maakten Biographie en haar echtgenoot samen een lange reis naar Egypte. Biographie had daar aanvankelijk een hekel aan wegens het lawaai, de drukte en het slechte weer, en zij leed er onder eenzaamheid. Gaandeweg begon zij Egypte echter meer te waarderen. Volgens historicus Olivier Defrance verergerde de Döry-affaire alle problemen van de Cobourg-familie. Tegen het einde van 1894 leken de moeilijkheden evenwel opgelost en herstelde Biographie haar band met haar kinderen.
Ontmoeting met Geza Mattachich
Louise ontmoette de Kroatische officier graaf Geza Mattachich in de Prater in Wenen. Volgens de biografie was hij negen jaar jonger dan zij. Louise bezocht daarna dagelijks de Prater en de opera om hem te zien. Mattachich werd bevorderd tot eerste luitenant in het keizerlijk en koninklijk regiment uhlanen. Toen hij hoorde dat Louise in Abbazia aan de Oostenrijkse Rivièra verbleef, reisde hij daarheen. In Abbazia werd hij aan Louise voorgesteld tijdens een bal.
Louise bood Mattachich vervolgens de leiding over haar stallen aan en vroeg hem om rijlessen. In de lente van 1896 werd hij directeur van haar stallen. Daarna vertrouwde Louise hem ook het beheer van haar financiën toe. De relatie tussen Louise en Mattachich werd al snel bekend.
Conflict en opsluiting
De relatie van Louise met Geza Mattachich werd in Europa algemeen bekend. Keizer Franz Joseph liet Louise bij zich roepen om haar liaison ter sprake te brengen. Hij herinnerde haar eraan dat zij gehuwd was en raadde haar aan om te reizen en de volgende hofbal te vermijden. Volgens Mattachich was Louise toen niet langer welkom in de hofkringen. Marie-Henriette en koning Leopold verboden Stéphanie bovendien om haar zuster Louise nog te zien, en Louise werd voortaan ook niet meer ontvangen in België.
Op Louise’ verjaardag verdedigde Philippe zijn eer door een duel aan te gaan met Geza Mattachich. Na twee schietrondes zonder resultaat volgde een duel met de sabel, waarbij Philippe slechts een lichte verwonding aan de hand opliep. Mattachich spaarde hem en vervoegde daarna Louise in Nice. Philippe probeerde vervolgens Dorothée van haar moeder te scheiden door haar samen met haar verloofde Ernest-Gonthier naar Dresden te sturen.
Daarna trachtte Philippe Louise’ zware schulden te regelen, maar zonder succes. Toen hij de koning om financiële hulp vroeg, weigerde die om enig bedrag te betalen. Keizer Franz Joseph betaalde Louise’ schulden uit zijn eigen middelen, wat een breuk veroorzaakte tussen de koning der Belgen en de keizer van Oostenrijk.
In 1898 besloten Philippe en de keizer van Oostenrijk om Louise naar Oostenrijk terug te brengen. Met steun van de Belgische vorsten verklaarde Philippe zijn vrouw krankzinnig. Hij wist Franz Joseph te bewegen om Louise in een psychiatrisch ziekenhuis te laten opnemen. Louise koos daarbij voor het sanatorium van Döbling bij Wenen in plaats van het Cobourg-paleis. Bij haar aankomst werd zij in een bijzondere vleugel ondergebracht, afgescheiden van de andere patiënten, en door verschillende artsen geobserveerd. In hetzelfde jaar werd graaf Mattachich beschuldigd van valsheid in geschrifte en opgesloten in de militaire gevangenis van Agram, waarna hij naar Möllersdorf bij Wenen werd overgebracht.
Louise zelf werd daarna naar een sanatorium in Purkersdorf bij Wenen verplaatst. Philippe besloot haar in 1898 ook uit het Rijk te verwijderen, waarop zij op 15 oktober 1898 naar het sanatorium Lindenhof in Coswig, Saksen, werd gebracht. Daar woonde zij samen met Anna von Gebauer en Olga Börner. Tijdens haar opsluiting kreeg zij slechts één bezoek van haar dochter Dorothée.
Contacten tijdens gevangenschap en vrijlating
Tijdens zijn detentie nabij Wenen in 1898 leerde Geza Maria Stöger kennen. Zij werd kantinière in de gevangenis van Möllersdorf om hem te kunnen zien en werd in datzelfde jaar zijn minnares. Hoewel zij in 1898 uit de gevangenisdienst werd ontslagen, bleef ze in de buurt. Ook zette zij zich in voor Geza door gunstige krantenartikels te bevorderen.
Geza kreeg op 24 december 1898 gratie en werd vrijgelaten. In 1899 werd hij geïnterviewd door Henri de Noussanne, met wie hij bevriend raakte. Aan hem vertelde Geza over zijn plannen om Louise te bevrijden. In ruil voor de rechten op het verhaal betaalde Geza Henri de Noussanne een maandelijkse rente gedurende een jaar.
Ballingschap, scheiding en schulden
Biographie publiceerde in Leipzig de memoires Folle par raison d'État, waarin hij de omstandigheden van Louises opsluiting beschreef. In die memoires kwam ook haar ongelukkige jeugd tussen gescheiden ouders aan bod, haar gedwongen huwelijk en haar dubbelzinnige positie aan het hof van Wenen. Het werk werd in het Frans vertaald, maar in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in beslag genomen en verboden.
Biographie voerde later een plan uit om prinses Louise te redden tijdens een kuurverblijf in Bad Elster in Saksen. Daarna verbleven Biographie, prinses Louise en Maria Stöger in hotel Westminster aan de rue de la Paix in Parijs. De Belgische koninklijke familie reageerde sterk op de redding, onder meer met een brief van de gravin van Vlaanderen. In 1905 verklaarden de gerechtelijke autoriteiten in Parijs Louise na een medisch onderzoek geestelijk gezond. Prins Philippe stelde haar daarop een minnelijke scheiding voor met een maandelijkse toelage in Oostenrijks-Hongaarse kronen, en later volgde de scheiding.
Na de echtscheiding raakte Louise in de schulden en trok zij samen met Biographie door Europa om schuldeisers te ontwijken. Vanaf 1907 verbleef Maria Stöger niet langer regelmatig bij Louise en Biographie, en nam Biographie Anna von Gebauer, Louises hofdame, als nieuwe minnares. Louise ondertekende in Berlijn een schuldbekentenis van een onbepaald bedrag. Zij vernam later ook dat haar aandeel in de juwelen van de overleden Marie-Henriette publiek verkocht werd door schuldeisers, en dat haar garderobe in Wenen openbaar werd geveild.
Erfeniskwesties en rechtszaken
Princess Louise raakte verwikkeld in meerdere juridische geschillen over het vermogen van Biographie en over de bezittingen van Blanche Delacroix, barones van Vaughan. Op dezelfde dag in Brussel en de dag nadien in Pontoise probeerde zij beslag te laten leggen op het bezit van Blanche Delacroix. De burgerlijke rechtbank in Brussel verwierp haar verzoek onmiddellijk. In Pontoise werd de beslaglegging op de goederen van Blanche Delacroix aanvankelijk wel bevolen, maar in beroep weer opgeheven.
Daarnaast speelde de erfenis van Biographie zelf een belangrijke rol. Volgens de feiten werden activa bewust verborgen in vennootschappen in Duitsland en Frankrijk. Daarachter zat het doel om de dochters hun erfenis te ontnemen en de voortzetting van stedelijke ontwikkelingsprojecten mogelijk te maken. Louise wilde vastberaden haar deel van de vaderlijke erfenis ontvangen.
De Belgische staat stelde daarop een financiële regeling voor aan de drie dochters van Biographie, met twee miljoen frank voor ieder. Stéphanie en Clémentine gingen akkoord, maar Louise weigerde. Zij spande een eerste rechtszaak aan tegen de staat en haar twee zussen, en startte ook een tweede procedure met betrekking tot de Franse vennootschappen die door Biographie waren opgericht. In 1912 werden Louise en haar zus Stéphanie in die gerechtelijke stappen verdedigd door Henri Jaspar en Paul-Emile Janson. Toen Louise en Stéphanie ook een nieuwe minnelijke regeling met de Belgische staat afwezen, verwierp het hof van beroep van Brussel hun zaak. Uiteindelijk kwam er alsnog een akkoord tussen Louise, de Belgische staat en een deel van de schuldeisers, waarna Louise iets meer dan vijf miljoen frank ontving uit het fortuin van Biographie, net als haar twee zussen.
Oorlogsjaren, armoede en ballingschap
In 1914 verbleven Louise en Geza in appartementen in het Parkhotel in Wenen-Hietzing. Louise schreef daarover zelf een brief. Later woonden zij in München bij Maria Stöger, tot hun financiële middelen uitgeput raakten. De Belgische staat verminderde intussen het jaarlijkse pensioen dat aan Louise als prinses van België werd betaald, waarna zij nieuwe leningen moest aangaan. In dezelfde periode verloor zij haar zoon Léopold, die in 1914 stierf na een twist met zijn maîtresse. Volgens de feiten werd hij eerst met zuur aangevallen en daarna vier keer neergeschoten door haar, waarna zij zelfmoord pleegde.
Ook Geza kwam onder druk te staan: de Oostenrijkse regering arresteerde hem op verdenking van samenzwering tegen het keizerrijk als Kroatische onderdaan en stuurde hem naar een kamp nabij Boedapest. Voor Louise betekende dit een verdere verarming. Zij leefde in armoede, verkocht juwelen om in haar levensonderhoud te voorzien en verhuisde naar een ander hotel in Wenen. Begin 1917 liepen haar schulden op tot marken, waarna zij insolvent werd verklaard en de openbare verkoop van al haar persoonlijke bezittingen bijwoonde. Daarna huurde zij een kamer in een kleine pension in de stad. In die moeilijke periode overleefde zij met af en toe hulp van haar dochter Dorothée en haar zuster Stéphanie.
Later ontving Louise een boodschapper van Geza, die haar uit Oostenrijk naar Boedapest bracht. Geza, die gevangen zat, bracht daar korte bezoeken aan haar. Het contact met Stéphanie werd opnieuw opgenomen. Toen Béla Kun haar beval Hongarije te verlaten, keerde Louise terug naar Wenen. België sequestreerde vervolgens haar bezit, omdat zij als Hongaarse werd beschouwd. Vanaf 1920 bleef zij buiten de Belgische grenzen, als gevolg van haar ongewenste status als 'enemy subject'.
Laatste dagen en uitvaart
Biographie leed aan acute bloedsomloopstoornissen, die nog verergerden door een dubbele congestie in een niet nader genoemd jaar. Op zaterdag, in de vroege namiddag, kwam Julius Fritz op bezoek en stelde vast dat Biographie in grote pijn verkeerde. Daarop ging hij op zoek naar een priester om de laatste sacramenten toe te dienen. Biographie overleed om 15 uur. Na een plechtige uitvaart werd zij begraven op de zuidelijke begraafplaats van Wiesbaden. De Belgische koninklijke familie was niet aanwezig bij de begrafenis, maar stuurde Auguste Goffinet naar haar verblijfplaats. Vervolgens rouwde de Belgische koninklijke familie een maand lang om haar.
Memoires en biografische duiding
In 1921 publiceerde Louise van België haar memoires, onder de titel Autour des trones que j'ai vus tomber. In dat werk komt volgens de historiografie haar Belgische patriottisme duidelijk naar voren. De tekst schetst tegelijk een bewogen leven en biedt portretten van familieleden en Europese vorsten. Het boek wordt ook gelezen als een rechtstreekse getuigenis over de hoven waaraan zij verbonden was. Daarnaast bevat het afrekeningen, een scherpe aanklacht en persoonlijke oordelen over verschillende figuren. Zo beschrijft zij keizer Franz Joseph met een uitgesproken visie, prijst zij de grote schoonheid van een keizerin, en stelt zij dat haar zwager koning Ferdinand van Bulgarije in 1898 aan het hof van Sofia belangstelling toonde voor het occultisme. Ook herinnert zij zich hoe koningin Victoria haar ouders samenbracht en noteert zij haar ongenoegen tegenover de Britse vorst.
Over Louise verscheen pas veel later een eerste monografie, geschreven door Olivier Defrance in 2001. Volgens Defrance was zij al tijdens haar leven een onderwerp van studie. Zijn biografie steunt op ongepubliceerde archieven uit de Oostenrijkse Rijksarchieven en uit andere Europese locaties. Hij biedt daarin een volledig en genuanceerd portret van Louise, die hij typeert als psychisch instabiel maar intelligent. In dezelfde biografie onderzoekt neuropsychiater Jean-Paul Beine haar psychische toestand. Hij bestudeert ook de rol van psychiaters bij haar opsluiting en merkt op dat hun oordelen wel belangrijk waren, maar onvolledig bleven. De laatste expertise van 1904-1905 concludeerde uiteindelijk dat opsluiting of onder curatele stellen niet nodig was. Volgens Beine werd de opsluiting toch gerechtvaardigd door familiegrieven en onbetaalde promesses, in een dossier waarin ook vervalsing een rol speelde. Hij formuleerde daarover ook een slotbeschouwing over haar zaak.
Nakomelingen van Louise
De enige zoon van Louise was Léopold de Saxe-Cobourg-Gotha, geboren in 1878. Hij bleef ongehuwd en overleed in 1916. Louise had ook een dochter, Dorothée, geboren in 1881 en overleden in 1967. Tijdens Louise haar internering huwde Dorothée met Ernest-Gonthier de Schleswig-Holstein, die in 1863 werd geboren en in 1921 stierf. Hij was de broer van de Duitse keizerin Augusta-Victoria. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort. Dorothée zag nadien af van elke band met Louise.
Titulatuur en heraldiek
Bij haar geboorte droeg prinses Louise de titels prinses van Saksen-Coburg en Gotha en hertogin in Saksen. Volgens de familietitulatuur kreeg zij vanaf haar geboorte ook het predicaat Koninklijke Hoogheid. Daarnaast voerde zij de onofficiële titel prinses van België. Die onofficiële titel werd later geregulariseerd door een koninklijk besluit.