Wout van Aert

Wout van Aert tijdens Parijs-Roubaix 2022
Wout van Aert tijdens Parijs-Roubaix 2022

Wout van Aert werd geboren op 15 september 1994 en is een Belgische professionele renner in het wegwielrennen en het veldrijden. Hij rijdt voor een UCI WorldTeam. Zijn carrière begon in het cyclo-cross, waar hij wereldkampioen werd in 2016, 2017 en 2018. In diezelfde discipline behaalde hij ook de Belgische titel in 2016, 2017, 2018, 2021 en 2022.

Op de weg boekte Van Aert meer dan vijftig professionele overwinningen. Hij won tien etappes in de Tour de France tussen 2019 en 2025 en behaalde in 2022 ook de puntenklassering. In datzelfde jaar won hij drie ritten in de Tour. Hij won twee Monumenten: Milan–San Remo in 2020 en Parijs–Roubaix in 2026. As april 2026 had hij daarnaast zeven tweede of derde plaatsen in Monumenten en zes zilveren of bronzen medailles op de UCI Road World Championships en de Olympische Spelen. Na de Tour de France van 2022 werd hij door media omschreven als een van de meest complete renners van zijn generatie. Hij heeft ook een rivaliteit met Mathieu van der Poel in het cyclo-cross, die geldt als een van de grootste en langstlopende in de sport.

Doorbraak, titels en rivaliteit

Wout van Aert werd geboren op 15 september 1994 en is een Belgische profrenner in het wegwielrennen en het veldrijden. Hij rijdt voor een UCI WorldTeam. In het veldrijden liet hij zich meteen sterk gelden met drie opeenvolgende wereldtitels bij de mannen op het UCI Cyclo-cross World Championships, in 2016, 2017 en 2018. Tegelijk groeide ook zijn wegpalmares snel, met inmiddels meer dan vijftig professionele zeges.

Een belangrijk keerpunt kwam in 2018, toen hij zijn contract bij een niet nader genoemde ploeg beëindigde en daarna bij een andere ploeg tekende. Nadien bleef zijn niveau hoog. Tussen 2019 en 2025 behaalde hij tien ritoverwinningen in de Tour de France, en in 2022 won hij daar ook het puntenklassement. In diezelfde Tour van 2022 pakte hij drie ritten, wat zijn veelzijdigheid nog eens onderstreepte. Media omschreven hem na die Tour als een van de meest complete renners van zijn generatie.

Zijn klassiekersresultaten horen eveneens bij zijn belangrijkste prestaties. Hij won twee Monuments: Milan-San Remo in 2020 en Parijs-Roubaix in 2026. Daarmee kwam zijn tweede Monumentenzege er in de vorm van Parijs-Roubaix. Daarnaast verzamelde hij, tot april 2026, zeven tweede of derde plaatsen in Monuments en zes zilveren of bronzen medailles op de UCI Road World Championships en de Olympische Spelen. In het veldrijden blijft ook zijn rivaliteit met Mathieu van der Poel een belangrijk deel van zijn carrière; die wordt gezien als een van de grootste en langstlopende rivaliteiten in de cross.

Van cyclocross naar de weg

Wout van Aert begon zijn loopbaan in het cyclocross en groeide daar uit tot wereldkampioen in 2016, 2017 en 2018. In eigen land werd hij Belgisch kampioen in 2016, 2017, 2018, 2021 en 2022. Naast het veldrijden reed hij in 2018 ook wegwedstrijden voor Lotto-Soudal. Dat jaar toonde hij zich al in de Strade Bianche, waar hij een deel van de koers over gravelwegen reed in zware regen. In de slotfase reed hij weg met Romain Bardet, maar hij finishte uiteindelijk als derde, op 19 seconden van winnaar Tiesj Benoot.

In september 2018 beëindigde Van Aert zijn contract met Lotto-Soudal. Daarna werd gemeld dat hij vanaf 1 maart 2019 zou tekenen bij Team Jumbo-Visma. Bij zijn nieuwe ploeg liet hij zich meteen zien in de Tour de France. Op 15 juli 2019 won hij in een sprint de tiende rit, van Saint-Flour naar Albi. Later in die Tour kwam hij ten val tijdens de individuele tijdrit in Pau, waardoor hij moest opgeven.

Na die crash werd bekend dat zijn kwetsuren zijn loopbaan hadden kunnen beëindigen en dat een operatie complicaties had gehad. Op dat moment was het onzeker of hij tijdig zou herstellen voor het cyclocrossseizoen en het wegseizoen van 2020. In november 2019 kreeg hij de Flandrien of the Year-award. Na Nieuwjaar keerde hij terug in het veld tijdens de Azencross, waar hij vijfde werd. Begin 2020 keerde hij terug naar de weg in de Omloop Het Nieuwsblad en finishte daar als elfde. Kort daarna werd zijn wegseizoen onderbroken door de COVID-19-pandemie.

Doorbraak in 2021 en bevestiging in 2022

Wout van Aert begon zijn wegseizoen van 2021 op 6 maart in Strade Bianche en werd toen vierde. Niet veel later volgden al de eerste grote zeges. In Tirreno-Adriatico won hij de openingsrit in een massasprint voor Caleb Ewan en Elia Viviani, en later ook de afsluitende tijdrit. Daarmee pakte hij ook de puntenklassementstitel en werd hij tweede in het eindklassement, achter Tadej Pogačar. In Milaan-San Remo werd hij derde, achter Jasper Stuyven en Caleb Ewan, maar op 28 maart won hij Gent-Wevelgem na een beslissende sprint uit een vroege uitval. Op 18 april volgde nog een overwinning in de Amstel Gold Race na een sprint met twee tegen Tom Pidcock, beslist met fotofinish.

In de Tour de France van 2021 was hij op meerdere manieren succesvol. Op 7 juli won hij rit 11 naar Mont Ventoux door aan te vallen op de slotklim. Op 17 juli schreef hij ook de individuele tijdrit van rit 20 op zijn naam. Daarnaast won hij de slotrit op de Champs-Élysées, voor Jasper Philipsen en Mark Cavendish. Daarmee werd hij de eerste renner sinds Bernard Hinault in 1979 die in dezelfde Tour een bergetappe, een individuele tijdrit en een massasprint won. Later in het seizoen behaalde hij zilver in de individuele tijdrit op het UCI Wereldkampioenschap wielrennen in Imola, evenals zilver in de wegwedstrijd. Ook op de Olympische wegwedstrijd pakte hij zilver, nadat hij 1 minuut en 7 seconden achter Richard Carapaz eindigde en vervolgens de sprint van de achtervolgende groep won.

In 2022 begon hij opnieuw sterk, met winst in Omloop Het Nieuwsblad na een solotocht. Daarna won hij ook de tijdrit in Parijs-Nice en het puntenklassement. In Milaan-San Remo werd hij achtste. In de E3 Saxo Bank Classic won hij in een onbetwiste sprint met ploegmaat Christophe Laporte, nadat zij samen op de Paterberg waren weggereden en meer dan 90 seconden voorsprong hadden op de volgende groep. Door een positieve COVID-19-test miste hij de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Na twee weken zonder koers werd hij tweede in Parijs-Roubaix en bij zijn debuut in de Ardense monumentkoers Luik-Bastenaken-Luik werd hij derde.

Ook in de Tour de France van 2022 speelde hij een hoofdrol. Hij begon met drie tweede plaatsen in de drie ritten in Denemarken en droeg daarna zowel de gele als de groene trui toen de koers Frankrijk bereikte. Op rit 4, met aankomst aan de Cote du Cap Blanc-Nez, zette hij de aanval op en reed hij solo naar de finish. Op rit 6 verloor hij de gele trui nadat hij zelf de ontsnapping had afgedwongen, was teruggepakt en gelost, maar hij werd wel uitgeroepen tot meest aanvallende renner van die rit. Rit 8 won hij in een bergopgaande massasprint in Lausanne. In de slotweek had hij vroeg een onoverbrugbare voorsprong in het puntenklassement, en op rit 18 naar Hautacam reed hij van bij kilometer nul mee in de ontsnapping, bleef hij de hele dag weg en hielp hij ploegmaat Jonas Vingegaard in de achtervolging op Tadej Pogacar. Op rit 20 won hij opnieuw de individuele tijdrit. Aan het einde van de Tour kreeg hij de prijs voor de strijdlust en won hij de groene trui, terwijl Vingegaard de gele trui pakte.

Sterke prestaties en tegenslagen in 2023

Wout van Aert begon zijn wegseizoen van 2023 in Tirreno-Adriatico en liet meteen een sterke reeks resultaten optekenen in de eendagskoersen van de UCI World Tour. Hij reed vijf opeenvolgende podiumplaatsen en werd derde in Milaan-San Remo, achter Mathieu van der Poel en Filippo Ganna. In de E3 Saxo Classic in Harelbeke toonde hij zich opnieuw de sterkste, met winst tegen Van der Poel en Tadej Pogacar. Daarna eindigde hij tweede in Gent-Wevelgem, achter Christophe Laporte, en vierde in de Ronde van Vlaanderen. In Parijs-Roubaix werd hij derde, nadat hij in de slotfase af te rekenen kreeg met een lekke band. Ook op het wereldkampioenschap in Glasgow was hij opnieuw dicht bij eremetaal: hij won zilver in de wegrit, vóór Tadej Pogacar en Mads Pedersen, en werd vijfde in de tijdrit.

Zijn seizoen kende ook moeilijke momenten. Bij Dwars door Vlaanderen kwam hij ten val in een hoge snelheid, waarbij hij een gebroken sleutelbeen en meerdere gebroken ribben opliep. Hij haalde de finish niet en miste daardoor ook de start van verschillende andere klassiekers. Op de Tour de France van 2023 won hij geen enkele etappe en werd hij achtste in het puntenklassement.

Eerder, in 2022, eindigde hij vierde in de Grand Prix Cycliste de Quebec en verloor hij in de slotmeters van Pogacar in Montreal. Op het WK in Wollongong reed hij enkel de wegrit, deed hij niet mee aan de tijdrit en finishte hij vierde. Tijdens die wegrit gaf hij het tempo aan voor de solo-aanzet van Remco Evenepoel. In dezelfde periode werd ook de Netflix-documentaire Tour de France: Unchained over hem gefilmd, al was hij het niet eens met de manier waarop hij daarin werd voorgesteld. In het veldrijden behaalde hij in Hoogerheide nog zilver op het WK, na een duel met Mathieu van der Poel.

Overwinningen en tegenslag in de Vuelta

Wout van Aert kende in de Vuelta a España een opvallende reeks resultaten. In rit drie won hij terwijl hij de rode leiderstrui droeg. Later veroverde hij ook de groene trui op Kaden Groves, en hij won vervolgens rit zeven. In rit vijf liep het anders af: Van Aert verloor die sprint in een fotofinish van Pavel Bittner en gooide zijn fiets weg voor de finishlijn. Toch bleef hij nadien opnieuw meedoen voor de dagsuccessen. In rit tien ging hij samen met Quentin Pacher in de aanval vanuit de vroege vlucht, vlak voor de laatste beklimming. Aan de finish sprintte hij Pacher vervolgens uit en behaalde zo zijn derde ritzege en zijn zesde podiumplaats in de Vuelta van 2024. Na rit dertien nam hij ook de bolletjestrui over van Adam Yates, nadat hij vanuit de ontsnapping de maximale punten had gepakt in het bergklassement. Tijdens rit veertien reed Marc Soler in de bolletjestrui, terwijl Van Aert de groene trui behield. Zijn wedstrijd eindigde echter in rit zestien, toen hij na een val op een natte afdaling de koers moest verlaten. Visma-Lease a Bike bevestigde nadien dat hij geen breuken had opgelopen, maar hij stapte af door zware kniepijn. Na ook de opgave van Dylan van Baarle en Cian Uijtdebroeks had Visma-Lease a Bike nog vijf renners over in de Vuelta.

Seizoen 2025

Wout van Aert begon zijn seizoen 2025 met een ingekorte veldritcampagne. Toch liet hij al snel zijn waarde zien met zeges in de UCI Cyclo-cross World Cup in Dendermonde en in de Superprestige in Gullegem. Op het wereldkampioenschap veldrijden in Liévin pakte hij het zilver, nadat hij in de strijd met Mathieu van der Poel tweede werd.

Op de weg kende hij een wisselende start. Hij werd 39ste in de Clásica Jaén Paraíso Interior, eindigde buiten de top 10 in Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne-Brussels-Kuurne, en werd vierde in zowel de Tour of Flanders als Parijs-Roubaix. In de Brabantse Pijl reed hij naar een tweede plaats. Ook in de Volta ao Algarve liet hij zich zien met een tweede plaats in de slot-time trial.

In mei maakte Van Aert zijn debuut in de Giro d'Italia. Daar won hij rit negen naar Siena, wat zijn derde ritzege in alle drie de Grote Rondes compleet maakte. Nadien reed hij vooral in dienst van ploegmaat Simon Yates, voor wie hij in de slotfase nog een cruciale lead-out verzorgde op de Colle delle Finestre, in de voorlaatste etappe die Yates de eindzege opleverde.

Later keerde hij terug in de Tour de France in een ondersteunende rol voor Jonas Vingegaard. Toch sloot hij die ronde af met een ritzege op de Champs-Élysées in Parijs. In de regen viel hij op de slotklim van Montmartre solo aan en won zo de laatste etappe. In het najaar werd hij derde in het eindklassement van de Deutschland Tour en tiende in de Cyclassics Hamburg.

Blessure in Mol en voorbereiding uitgesteld

Begin januari 2026 liep Wout van Aert bij een crash in Mol een gebroken enkel op. Door die blessure moest hij een operatie ondergaan. Het letsel zorgde er ook voor dat hij de voorbereiding op 2026 moest uitstellen. Daardoor kwam de opbouw naar het nieuwe seizoen later dan gepland op gang.

Voorjaar van 2026

In 2026 kende Wout van Aert een wisselend voorjaar. In Strade Bianche eindigde hij opnieuw bij de eerste tien, terwijl hij in Tirreno-Adriatico 28e werd in het algemeen klassement. In Milaan-San Remo reed hij naar een derde plaats, achter Tadej Pogačar en Tom Pidcock. Ook in Gent-Wevelgem speelde hij geen hoofdrol en finishte hij 30e. De E3 Saxo Classic reed hij niet.

Een week later werd hij tweede in Dwars door Vlaanderen, achter Filippo Ganna. In de Ronde van Vlaanderen eindigde hij vierde, na Tadej Pogačar, Mathieu van der Poel en Remco Evenepoel. Daarna startte hij in Parijs-Roubaix, waar hij mee in de aanval trok met onder meer Pogačar, Mads Pedersen en Christophe Laporte toen er nog 54,2 kilometer te gaan was. Van Aert en Pogačar hielden samen een voorsprong op de achtervolgende groep. Uiteindelijk won Van Aert Parijs-Roubaix met een sprint op 200 meter van de finish. Na zijn zege wees hij naar de hemel, als eerbetoon aan zijn voormalige ploegmaat Michael Goolaerts. Met die overwinning behaalde hij zijn tweede monumentzege, naast zijn winst in Milaan-San Remo in 2020.

Scroll naar boven