Leo Jozef Suenens, geboren op 16 juli 1904 en overleden op 6 mei 1996, was een Belgische katholieke prelaat. Hij werd geboren in Elsene als enig kind van Jean-Baptiste en Jeanne Suenens. Na de dood van zijn vader, die een restaurant bezat, groeide hij een tijdlang op bij zijn moeder in de pastorie van zijn priester-oom. Zijn oom doopte hem en was zijn eerste kerkelijke vorming nauw betrokken. Hoewel welgestelde familieleden hem richting economie wilden sturen om hun vermogen te beheren, koos Suenens voor het priesterschap. Hij studeerde aan het Sint-Maria-instituut in Schaarbeek en begon in 1920 aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome. Daar verbleef hij in het Belgisch Pauselijk College, waar hij ook als bibliothecaris werkte. In 1927 behaalde hij er een doctoraat in theologie en wijsbegeerte en in 1929 een licentiaat in het canoniek recht. Kardinaal Désiré-Joseph Mercier was zijn mentor. Suenens was aartsbisschop van Mechelen-Brussel van 1961 tot 1979, werd in 1962 tot kardinaal verheven en gold als een vooraanstaande stem op het Tweede Vaticaans Concilie, waar hij hervormingen in de Kerk bepleitte.
- Welke rol speelde Leo Jozef Suenens in de Kerk?
- Hoe verliep de jeugd van Leo Jozef Suenens en hoe koos hij voor het priesterschap?
- Hoe verliepen de opleiding en de vroege loopbaan van Leo Joseph Suenens?
- Hoe verliep de kerkelijke loopbaan van Leo Jozef Suenens na zijn benoeming tot hulpbisschop?
- Welke standpunten verdedigde Leo Joseph Suenens tijdens het Tweede Vaticaans Concilie?
Aartsbisschop en kardinaal
Leo Jozef Suenens was een Belgisch katholiek prelaat. Van 1961 tot 1979 was hij aartsbisschop van Mechelen-Brussel. In 1962 werd hij tot kardinaal verheven. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie gold hij als een van de toonaangevende stemmen die pleitten voor hervormingen in de Kerk.
Jeugd en roeping
Leo Jozef Suenens werd geboren in Elsene als enig kind van Jean-Baptiste en Jeanne Suenens. Hij werd gedoopt door zijn oom, die priester was. Toen hij vier jaar oud was, verloor hij zijn vader, die een restaurant had uitgebaat. Van 1911 tot 1912 woonde hij met zijn moeder in de pastorie van zijn priester-oom. Welgestelde familieleden wilden dat hij economie zou studeren en later hun vermogen zou beheren, maar Suenens koos voor het priesterschap in plaats van voor een studie economie.
Studies, priesterwijding en academische loopbaan
Leo Joseph Suenens studeerde aan het Sint-Maria-Instituut in Schaarbeek en trad in 1920 binnen aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome. Hij verbleef in het Belgisch Pauselijk College in Rome, waar hij als bibliothecaris werkte. Aan de Gregoriaanse Universiteit behaalde hij in 1927 een doctoraat in de theologie en de wijsbegeerte, en in 1929 een licentie in het canoniek recht. Als mentor nam hij kardinaal Désiré-Joseph Mercier. Op 4 september 1927 werd hij door kardinaal Jozef-Ernest van Roey tot priester gewijd. Na zijn wijding was hij professor aan het Sint-Maria-Instituut en gaf hij van 1930 tot 1940 moraalfilosofie en pedagogiek aan het Klein Seminarie van Mechelen. Gedurende drie maanden diende hij ook als aalmoezenier bij het 9e artillerieregiment van het Belgisch Leger in Zuid-Frankrijk. In augustus 1940 werd hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven. Toen de rector in 1943 door de nazi’s werd gearresteerd, trad hij op als rector van de universiteit. In die functie omzeilde hij soms de bezetter en verzette hij zich soms openlijk tegen de nazi-occupanten. In zijn verdere vorming en werking liet hij zich ook beïnvloeden door de Legioen van Maria en werkte hij jarenlang nauw samen met Veronica O’Brien.
Bisschopsambt en kardinaalsbenoeming
Op 12 november 1945 benoemde paus Pius XII Leo Jozef Suenens tot hulpbisschop van Mechelen en titulair bisschop van Isinda. Zijn bisschopswijding volgde op 16 december 1945, opgedragen door kardinaal Van Roey met twee medeconsecrators. Als hulpbisschop bekleedde hij tegelijk verschillende nationale functies: hij was nationaal voorzitter van de Legioen van Maria, nationaal voorzitter van Pax Christi en nationaal verbindingsman voor de Katholieke Actie in België. Op 24 november 1961 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Mechelen. Enkele weken later, op 8 december 1961, werd de primaatshoop van België hernoemd tot Mechelen-Brussel. Op 19 maart 1962 creëerde paus Johannes XXIII hem tot kardinaal-priester van Sint-Pieter in Banden. Bij zijn overlijden was hij een van de vier nog levende kardinalen die door paus Johannes XXIII waren verheven. Hij werd bijgezet in de Sint-Romboutskathedraal.
Rol in het Tweede Vaticaans Concilie
Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie verdedigde Leo Joseph Suenens consequent vernieuwing en samenwerking binnen de Kerk. Hij pleitte voor dialoog met andere christelijke kerkgenootschappen en met andere godsdiensten, voor de juiste plaats van de leken, voor een modernisering van het religieuze leven van vrouwen, voor collegialiteit, voor godsdienstvrijheid en voor samenwerking en medeverantwoordelijkheid in de Kerk. Paus Johannes Paulus II verklaarde later dat Suenens in het concilie een beslissende rol had gespeeld. Zijn opvolger Godfried Danneels omschreef hem als een uitstekende weerproever en een ervaren strateeg.
In de debatten over het huwelijk bekritiseerde Suenens de opvatting dat de Kerk de voortplanting boven de huwelijksliefde stelde. Later ontkende hij dat hij daarmee de authentieke kerkleer over het huwelijk in vraag had gesteld, nadat hij paus Paulus had verontrust. Volgens het tijdschrift Time raadde hij de paus af om de encycliek Humanae Vitae uit te vaardigen. In een interview met het Franse katholieke tijdschrift Informations Catholiques Internationales in mei 1969 zei hij: ‘Als ge niet gelooft in de Heilige Geest of in de verrijzenis of in het leven na de dood, dan moet ge de Kerk verlaten.’ Zijn bisschoppelijk motto was: ‘In Spiritu Sancto’ (‘In de Heilige Geest’).