Jaco Van Dormael

Portret van Jaco Van Dormael in 2011
Portret van Jaco Van Dormael in 2011

Jaco Van Dormael werd in 1957 geboren in Elsene, België, vijf jaar na zijn broer Pierre. Bij zijn geboorte liep hij gevaar door de navelstreng en kreeg hij onvoldoende zuurstof. Zijn jeugd bracht hij door al reizend door Europa. Hij studeerde cinema aan INSAS in Brussel en aan de ENS Louis-Lumière in Parijs.

Tijdens zijn opleiding aan INSAS schreef en regisseerde hij in 1981 zijn eerste kortfilm, Maedeli la brèche. Die film kreeg een ereprijs voor beste buitenlandse kortfilm op de Student Academy Awards. Van Dormael debuteerde in de speelfilmwereld met Toto le héros – Un eroe di fine millennio in 1991, dat in Cannes de Caméra d'or won. In 1996 won hij opnieuw in Cannes met L'ottavo giorno, waarvoor Daniel Auteuil en Pascal Duquenne de prijs voor beste mannelijke vertolking ontvingen. Later regisseerde hij Mr. Nobody in 2009 en Dio esiste e vive a Bruxelles in 2015. Deze films kregen Magritte-prijzen voor beste film, beste regie en beste scenario.

Filmstijl en internationale erkenning

Jaco Van Dormael ontwikkelde in zijn filmcarrière een eigen narratieve en visuele stijl. Zijn films zijn wereldwijd herkenbaar door experimentele elementen, briljante en droomachtige scènes en suggestieve geluidseffecten. Daarnaast staan ze bekend om hun respectvolle en ondersteunende voorstelling van mensen met een mentale of lichamelijke beperking.

Van Dormael bracht zijn jeugd door met reizen door Europa. Daarna studeerde hij cinema aan het INSAS in Brussel. Daar schreef en regisseerde hij in 1981 zijn eerste kortfilm, Maedeli la brèche. Die film won een eremedaille voor beste buitenlandse kortfilm bij de Student Academy Awards.

Zijn speelfilmdebuut volgde in 1991 met Toto le héros – Un eroe di fine millennio, dat de Caméra d'or won op het Festival van Cannes. In 1996 won hij opnieuw in Cannes met L'ottavo giorno, waarvoor Daniel Auteuil en Pascal Duquenne de prijs voor beste mannelijke vertolking kregen. Later regisseerde hij Mr. Nobody in 2009 en Dio esiste e vive a Bruxelles in 2015. Beide films werden bekroond met Magritteprijzen voor beste film, beste regie en beste scenario.

Vroege jaren en opleiding

Jaco Van Dormael werd in 1957 geboren in Elsene, België, vijf jaar na zijn broer Pierre. Bij zijn geboorte liep het niet zonder risico: hij dreigde te sterven door verstikking door de navelstreng en kreeg onvoldoende zuurstof. Later volgde hij een opleiding aan het INSAS in Brussel en aan de ENS Louis-Lumière in Parijs. Voor hij verder bekend werd, werkte hij ook als animator voor kinderen.

Korte films in de jaren tachtig

In de jaren tachtig produceerde Jaco Van Dormael een reeks korte films. Terwijl hij student was aan INSAS, schreef en regisseerde hij Maedeli la brèche. Die film kreeg in 1981 de Honorary Foreign Film Award op de Student Academy Awards. In datzelfde jaar regisseerde hij Stade 81, een korte documentaire over de Paralympische Spelen, en de kortfilm Les Voisins. In 1982 volgde de documentaire L'imitateur, en in 1983 maakte hij Sortie de secours, die werd bekroond op het Nyon International Documentary Film Festival. In 1984 regisseerde hij È pericoloso sporgersi. Die film won de Grand Prix op het Festival international du court métrage de Clermont-Ferrand en in 1985 ook de publieksprijs voor beste Belgische kortfilm op het Brussels International Fantastic Film Festival. È pericoloso sporgersi verkent mogelijke toekomsten van de zoon van een stationschef en vormde later het vertrekpunt voor het schrijven van het scenario van Mr. Nobody in 2009. In 1985 regisseerde Van Dormael nog De Boot, een film in opdracht voor een theaterwerk van Eva Bal.

Doorbraak met Toto le héros

Jaco Van Dormael schreef het scenario van Toto le héros in 1985 en herschreef het minstens acht keer. Dat scenario werd datzelfde jaar naar twee Belgische producenten gestuurd. Zij haalden vervolgens ongeveer 3,5 miljoen dollar op in België, bij de EEC en via Franse en Duitse staatsomroepen. In 1991 regisseerde Van Dormael zijn eerste langspeelfilm, Toto le héros, die hij op het filmfestival van Cannes presenteerde. Op dat festival won hij de Caméra d'or. De film kwam in 1991 uit en kende zowel financieel als kritisch succes. Voor Toto le héros ontving Van Dormael ook vijf Joseph Plateau Awards, de César voor beste buitenlandse film, vier European Film Awards en een BAFTA-nominatie. De soundtrack werd gecomponeerd door Pierre Van Dormael. Dankzij deze film kreeg Van Dormael internationale erkenning als schrijver en regisseur.

Internationale projecten en doorbraak met L'ottavo giorno

In 1995 nam Jaco Van Dormael deel aan het project Lumière et compagnie, waarin hij de episode Le Baiser regisseerde. In die episode speelde Pascal Duquenne mee. Nadien werkte Van Dormael aan een film die de wereld verkent door de ogen van een man met het syndroom van Down. Dat mondde uit in zijn tweede langspeelfilm, L'ottavo giorno, ook bekend als Le Huitième jour.

In L'ottavo jour speelde Pascal Duquenne de rol van Georges, terwijl Daniel Auteuil gestalte gaf aan Harry, een gescheiden en ongelukkige zakenman. Van Dormael liet zich voor dit werk inspireren door zijn interesse in mensen met mentale en fysieke beperkingen, die hij koppelde aan hun talent en levenslust. In de film onderzocht hij ook het idee van twee gelijktijdige maar verschillende werelden van Georges en Harry.

L'ottavo jour kostte ongeveer 5 miljoen dollar en bracht meer dan 33 miljoen dollar op, waarmee het tot dan toe Van Dormaels meest succesvolle film werd. De film won samen met Pascal Duquenne en Daniel Auteuil de prijs voor Beste Mannelijke Prestatie, kreeg vier Joseph Plateau Awards en werd genomineerd voor een César en een Golden Globe voor Beste Buitenlandse Film.

Mr. Nobody en de internationale doorbraak

In 2001 begon Jaco Van Dormael met het werk aan zijn derde langspeelfilm, Mr. Nobody. De opnames startten pas zes jaar later, nadat het project al geruime tijd in ontwikkeling was. De film werd in het Engels gedraaid, wat afweek van andere Belgische producties. Met een budget van ongeveer 33 miljoen euro, of 47 miljoen dollar, werd Mr. Nobody de duurste film in de geschiedenis van de Belgische cinema. Dat budget werd al goedgekeurd nog voor de cast definitief vastlag, onder meer door de bekendheid van de regisseur en het potentieel van het scenario.

Mr. Nobody ging in première op het 66ste Filmfestival van Venetië, waar de film de Osella Award voor beste technische bijdrage kreeg. Daarnaast won de film de Biografilm Lancia Award voor beste biografische film. De productie werd door filmcritici geprezen en gold als een van de beste films van het jaar. Ook in België viel de film sterk in de prijzen: Mr. Nobody kreeg zeven nominaties voor de Magritte Awards en won er zes, waaronder die voor beste film, regie en scenario van Jaco Van Dormael. Verder won de film de Magritte Award voor beste fotografie van Christophe Beaucarne, beste soundtrack van Pierre Van Dormael en beste montage van Matyas Veress.

De film kreeg ook de André Cavens Award van de Belgische Vereniging van Filmcritici en won de publieksprijs voor beste Europese film op de European Film Awards. In de jaren nadien groeide Mr. Nobody uit tot een cultfilm, vooral omwille van de filosofische insteek, de cinematografie, de bijzondere personages en de muziek van Pierre Van Dormael. Na deze film koos Biografia voor eenvoudigere en minimalistische producties.

Kiss and Cry en het succes van Dio esiste e vive a Bruxelles

Jaco Van Dormael werkte samen met Michèle Anne De Mey aan de theatervoorstelling Kiss and Cry uit 2011. Die productie werd vervolgens doorheen Europa en wereldwijd op tournee gebracht. Nadien begon Van Dormael samen met de Belgische auteur Thomas Gunzig te werken aan het onderwerp van zijn vierde speelfilm, Dio esiste e vive a Bruxelles.

Het scenario van die film draaide rond een despootachtige god die in een klein appartement in Brussel woonde. Die god mishandelde zijn vrouw en dochter Ea, zowel verbaal als fysiek, en had de mensheid geschapen om haar te kwellen. In het verhaal ontvlucht Ea uiteindelijk haar huis en maakt ze de doodsdata van alle mensen bekend. De film werd omschreven als een donkere komedie met fantasy-elementen.

Voor de cast koos Van Dormael onder anderen Benoît Poelvoorde als God, Pili Groyne als Ea en Yolande Moreau als de vrouw van God. Ook Catherine Deneuve, François Damiens, David Murgia en Pascal Duquenne maken deel uit van de film. Dio esiste e vive a Bruxelles werd voorgesteld op het Festival de Cannes in 2015, tijdens de Quinzaine des Réalisateurs. De film kende daarna groot succes bij publiek en critici, behaalde in 2015 een van de hoogste boxoffice-opbrengsten in België en won vier Magritte-prijzen, waaronder die voor beste film, beste regie en beste scenario voor Jaco Van Dormael. De film werd ook gekozen als Belgische inzending voor de Oscar voor beste buitenlandse film en kreeg nominaties voor de César, de Golden Globe en de David di Donatello. Daarnaast was het de derde film van Van Dormael die de André Cavens-prijs voor beste Belgische filmproducties won.

Stijl en thematische aanpak

Volgens Estetica e stile hebben de films van Jaco Van Dormael, ondanks hun beperkte aantal, duidelijke gemeenschappelijke thema's. Hij gebruikt een opvallende voice-over en bekijkt de wereld vaak vanuit een onschuldige, bijna naïeve invalshoek. In zijn films komen personages voor zoals de jonge Thomas in Toto le heros, de gehandicapte protagonist in L'ottavo giorno, het ongeboren kind in Mr. Nobody en Ea in Dio esiste e vive a Bruxelles. Hun kijk op de wereld is dikwijls kleurrijk, verbeeldingsrijk en ver verwijderd van de werkelijkheid. Om die innerlijke wereld zichtbaar te maken, gebruikt Van Dormael surrealistische beelden.

Van Dormael schreef zelf dat leven en film tegenover elkaar staan, omdat films betekenis hebben terwijl het leven open plekken laat. Vanuit die gedachte streeft hij naar complexe films die de complexiteit van het leven weerspiegelen. Hij verkiest films die vragen oproepen boven films die geruststellende antwoorden geven. Bij het schrijven voegt hij materiaal geleidelijk toe om een samenhangend verhaal te vormen. Hij maakt dagelijks aantekeningen en verzamelt veel materiaal om herhaling te vermijden en organische verhalen te bereiken. Cinema moet volgens hem niet de realiteit weergeven, maar de algemene perceptie ervan.

Als invloeden noemt Van Dormael onder meer Andrej Tarkovskij, Rene Magritte, Georges Melies en Auguste en Louis Lumiere. In zijn werk eindigt de dood vaak niet als een tragedie, maar als een rustig moment van kalme observatie.

Stijl en terugkerende motieven

Volgens Estetica e stile worden alle films van Van Dormael gekenmerkt door surrealistische beelden. In zijn vroegere films zijn die elementen nog relatief beperkt aanwezig, zoals dansende bloemen in Toto le héros en Georges die vliegt in L'ottavo giorno. In Mr. Nobody en Dio esiste e vive a Bruxelles worden surrealistische elementen veel uitgebreider doorheen de hele film ingezet. Ook muziek speelt een duidelijke rol: Van Dormael gebruikt klassieke popnummers zoals Boum! van Charles Trenet in Toto le héros en Mexico van Luis Mariano in L'ottavo giorno. In Mr. Nobody keren verschillende versies van Mr. Sandman terug als herhalend motief. De teksten vermelden ook dat zijn scenario voor Sulla terra come in cielo eindigt met een geboorte die de overgang naar een nieuwe wereld symboliseert, terwijl Mr. Nobody afsluit met dood en onmiddellijke wedergeboorte om geluk uit te drukken. Daarnaast bevatten Toto le héros en L'ottavo giorno personages met downsyndroom die respectvol worden voorgesteld, met nadruk op hun kinderlijke trekken.

Scroll naar boven